
Stationsgebieden zijn de bundelinglocaties bij uitstek. Stations zijn meer geworden dan alleen transfer- of overstappunt. Een uitbreiding van functies die ook bewust is nagestreefd door overheden. Met de juiste functies op de juiste plaats. Dus de functies die de grootste reizigersdichtheid hebben moeten juist op de stations.
Bij de ideale invulling van de stations, worden stations:
- Verbindingsschakel
- Overstapmachines
- Hoogwaardige werklocaties
- Goede verblijfsgebieden
Om al deze functies een plek te geven is meervoudig ruimtegebruik van groot belang.
De intensivering van het gebruik van stationsomgevingen vindt vaak plaats vanuit de intensiteit van het knooppunt. Maar het kan ook andersom: in het Stedenbaan-concept leidt een toename van de kwaliteit en intensiteit van de functie tot meer gebruik van het station.
Aanpak
Een goede, kwaliteitsvolle invulling van stationsgebieden vraagt om een afgestemde totaalaanpak. Om de vier functies van een ideale stationsomgeving te kunnen realiseren is tegelijkertijd aandacht nodig voor alle aspecten. Dat is in de praktijk vaak niet gebeurd, ook al vanwege de historische ontwikkeling van stations. Sommige stations (bijv. Delft) zijn daarmee relatief slecht bereikbaar, andere stations (bijv. Haarlem) fungeren matig als verblijfsgebied en magneet voor bundelingfuncties. Een integrale aanpak, zoals bij het Paleiskwartier (station Den Bosch) is gebeurd, is de remedie, waarbij het essentieel is de gehele invulling van de stationsomgeving te bezien en op elkaar af te stemmen. Ook station Leiden is een goed voorbeeld van een geslaagde opwaardering van de stationsomgeving.
Daarbij realiseren overheden zich steeds meer de enorme economische waarde en potenties van een goed station en een goede stationsomgeving. Indeling in een fast area (schakel en overstapmachine) en een slow area (verblijfsgebied) is daarbij van belang. Daarnaast heeft een stationsgebied meer en meer een centrumfunctie in een stad. Ontsluiting per auto, fiets en openbaar vervoer moet daarom nadrukkelijk aan het stationsgebied gelinkt zijn.
Aandachtspunten
In steeds meer stationsgebieden is integrale gebiedsontwikkeling gewenst of zelfs noodzakelijk. Met daarin het realiseren van een passende plaats voor alle elementen van de transferfunctie.
Dat vraagt een goed onderbouwde inbreng vanuit verkeer. Maar nog veel meer vraagt het kenmerken van de totale integrale aanpak, die een effectieve inbreng van (ook) verkeersaspecten waarschijnlijker maken. Te noemen zijn:
- Inspelen op de marktvraag: centrumstedelijke woonmilieus zijn gewenst in de markt.
- Duidelijke saneringsstrategie: vaak speelt verontreinigde grond een belangrijke, financiële rol. Vroegtijdig dienen die kosten goed in het integrale project te worden ingebracht.
- Anticiperende grondverwerving: vroegtijdig verwerven van grond in een samenwerkingsverband geeft goede, gelijkwaardige uitgangsposities.
Wat doet het KpVV?
Het KpVV denkt mee bij ontwikkeling van stationsgebieden en is betrokken bij de Stedenbaan en de ontwikkeling van station Beverwijk.



