
Mobiliteitsproblemen in woongebieden raken mensen directer dan rond bestemmingsgebieden. Ze worden gedwongen hun auto op grote afstand te parkeren, zien de onveiligheid op straat voor hun spelende kinderen toenemen of staan elke dag in de file om de wijk uit te komen. Kinderen worden met de auto naar school gebracht, omdat het rond de school te verkeersonveilig zou zijn. Maar de praktijk is dat de vele auto’s bij het brengen en halen juist voor onveiligheid zorgen.
Veel woonwijken in Nederland zijn verkeersluw opgezet. In vergelijking met andere landen is er weinig aandacht voor de bewoner als doelgroep in mobiliteitsmanagement, terwijl daar goede aanknopingspunten zijn.
Ontwikkelingen
- Het autobezit neemt nog steeds toe. Meer tweeverdieners, grotere afstanden tot voorzieningen en langer inwonende kinderen zorgen voor een groei van het autobezit. Dit leidt tot parkeerproblemen en conflicten met stedelijk groen en speelvoorzieningen.
- Nieuwe wijken kennen vaak lage dichtheden en zijn in hun ontwerp gericht op de auto (zie Ruimte & Mobiliteit). Deze wijken zijn niet zo aantrekkelijk voor openbaar vervoer, want dat is gebaat bij bundeling.
- Nieuwbouwwijken komen op steeds grote afstand van stadscentra. Reisafstanden worden ook groter door schaalvergroting in het onderwijs, sport en andere voorzieningen. Dit heeft gevolgen voor het fietsgebruik. Men voelt zich aangewezen op de auto.
Tips
- 30 km-zones kunnen helpen een veilige woonomgeving te creëren.
- Parkeerproblemen in wijken rondom de stadscentra zijn te beheersen met een vignettensysteem. Dit voorkomt parkeeroverlast door bezoekers aan de binnenstad.
- Leg veilige, radiale fietsroutes aan die het doorgaand autoverkeer niet kruisen. Voorbeeld: Houten.
- Laat schoolkinderen zoveel mogelijk fietsen. Dit bevordert de verkeersveiligheid rond school. Bovendien is het gezond. Bij het project ‘Verkeersslang’ wordt fietsgebruik gestimuleerd door hen stickers te geven. Voorbeelden Veenendaal.
- Zet een deel van het openbaarvervoerbudget apart om vanaf het begin het openbaar vervoer in nieuwe uitleggebieden te financieren. Voorbeeld: Amsterdam met het fonds ‘Aanloop- en timelag verliezen’.
- Geef nieuwe inwoners informatie over de vervoermogelijkheden. Biedt probeerkaartjes aan voor openbaar vervoer of bied autodelen aan. Voorbeeld: het experiment met de gratis nieuwkomerskaart in Waterland die drie maanden geldig is en de informatieverschaffing in München.
- In veel oudere wijken met hoge dichtheden is de deelauto een geschikte voorziening. Bewoners kunnen gebruik maken van een collectieve auto die direct bij hun in de buurt staat. Dit scheelt kosten en parkeerruimte.
- Daar waar een mobiliteitswinkel is opgezet daalde het tweede-autobezit. De winkel vergemakkelijkt de toegang tot deelauto’s, ov-informatie, abonnementen, transportfietsen en huurauto’s. Initiatieven als de Zwemexpress namen ouders de zorg van zwembadvervoer uit handen. Voorbeeld: de wijk Meerhoven in Eindhoven.
Meer informatie:
- zie het item Woonwijken bij het onderwerp Parkeren.
- zie het item Educatie & Voorlichting bij het onderwerp verkeersveiligheid



