
Elke reis heeft zijn prijs, en wel vanuit drie invalshoeken.
De prijs voor de reiziger
In 2020 moet 95% van de reizigers zijn bestemming op tijd bereiken, zo staat in de Nota Mobiliteit. Hiervoor komt er op hoofdwegen onder de noemer Anders betalen voor Mobiliteit (AbvM) een heffing per kilometer naar tijd en plaats. Deze komt in de plaats van de motorrijtuigenbelasting. Deze maatregelen zorgen voor minder verkeer en een betere spreiding van het verkeer over de dag (minder files). Andere vormen van beprijzen zijn toegepast in Londen en Stockholm.
In het openbaar vervoer vinden veel proeven plaats met gratis en goedkoop openbaar vervoer. De tariefstructuur verandert door de OV-chipkaart van een zonetarief naar een prijs per kilometer. Overigens blijkt dat er in het buitenland een trend is naar ‘flat fare’, tariefvariatie naar doelgroepen maximalisatie van de abonnementsverkoop.
De prijs voor het vervoersysteem
Om een goed afgewogen besluit over de aanleg van infrastructuur te nemen is het belangrijk om de maatschappelijke kosten en baten in kaart te brengen. Dit kan via een Overzicht Effecten Infrastructuur (OEI). Een OEI is gebaseerd op een maatschappelijke kosten-batenanalyse, maar is meer dan een overzicht van in geld uitgedrukte effecten alleen. Denk bijvoorbeeld aan die natuur- en veiligheidseffecten die niet of lastig in geld uit te drukken zijn.
De prijs voor de omgeving
Omdat verkeer en vervoer gevolgen heeft op ons milieu en het klimaat zouden de kosten daarvan ook ten laste van het verkeers- en vervoersysteem moeten komen. Drie adviesraden van het Rijk hebben dit in het rapport Een prijs voor elke reis in kaart gebracht voor CO2-uitstoot. Zij stellen dat het huidige beleid onvoldoende is om klimaatdoelen te halen. Daarvoor is een trendbreuk noodzakelijk.



