Footer
KpVV is onderdeel van CROW
| Onderwerp | Beschrijving |
|---|---|
| Bron: | KpVV |
| Datum: | 29 juni 2011 |
| Type: | Kennispagina |
Openbaar vervoer over water kent een lange geschiedenis. Dankzij de middelen uit de nota Samen Werken aan Bereikbaarheid kon in 1998, na bijna vijftig jaar afwezigheid, weer een bescheiden start worden gemaakt met openbaar vervoer over water. Zie hierover de recente geschiedenis. Hoewel bescheiden van omvang, is openbaar vervoer over water inmiddels een gewaardeerde aanvulling op het reguliere openbaar vervoer geworden.
Momenteel zijn er vijf lijnen in exploitatie:
Naar de letter van de wet, de Wet personenvervoer 2000, is openbaar vervoer over water geen openbaar vervoer. Wel heeft de wetgever via het KB van 22 maart 2004 in artikel 7 van het Besluit personenvervoer 2000 een deel van wet en besluit van overeenkomstige toepassing verklaard op “voor een ieder openstaand personenvervoer dat volgens een dienstregeling per passagiersschip wordt verricht”.
Artikel 1 van het Bp2000 definieert een passagiersschip als een schip zoals bedoeld in het Binnenschepenbesluit: 'een passagiersschip is een schip dat is gebouwd of bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan 12 personen buiten de bemanning, niet zijnde een veerboot'. De artikel 6 en 7 van het Besluit regelen welke delen van wet en besluit van overeenkomstige toepassing zijn, zoals de artikelen 27, 28, 31, 32 en 44 van de Wp2000 en artikel 31 tot en met 34 van het Bp2000. Het gaat bijvoorbeeld om de verplichting reisinformatie beschikbaar te stellen aan een landelijk reisinformatiesysteem, het in bezit moeten hebben van een geldig vervoerbewijs en de regels over de adviesrol van de consumentenorganisaties.
De voorwaarden waaronder bootdiensten als openbaar vervoer kunnen worden aangemerkt zijn:
Op openbaar vervoer over water is ook andere regelgeving van toepassing:
In de praktijk wordt openbaar vervoer over water nu als een volwassen tak van het openbaar vervoer beschouwd. Een van de weinige verschillen is dat voor het openbaar vervoer over water een overeenkomst nodig en geen concessie. Dit betekent dat er géén exclusiviteit op de verbinding is. Deze overeenkomst tussen een ov-autoriteit en een vervoerder moet tot stand zijn gekomen na een procedure van aanbesteding. Als maximale looptijd van de overeenkomst geldt een periode van zes jaar. Van deze termijn kan met toestemming van de minister worden afgeweken als de vervoerder aanzienlijke investeringen moet doen in het materieel (hier: de vaartuigen).
Nederland is met haar openbaar vervoer over water niet uniek; verschillende buitenlandse steden kennen het ook.