Zoeken

Sociale Veiligheid (73 resultaten)

Veel partijen werken samen om de veiligheid van de reizigers en het personeel (verder) te verbeteren. Het KpVV ondersteunt deze partijen met algemene informatie over de sociale veiligheid en over beleid en wet- en regelgeving. Lees meer...

Er is ook aandacht voor de verschillende maatregelen die ingezet worden om de sociale veiligheid te verbeteren of vast te houden.

Daarnaast publiceert het KpVV diverse monitors:

Meer informatie over verschillende onderdelen van sociale veiligheid staat in de volgende kennispagina’s:

Gevonden in de kennisbank:

  • Nieuwsbrief Sociale Veiligheid & Mobiliteit nr 40

    In deze 40ste brief is aandacht voor het Liverpool model, intensief samenspel tussen vervoerder en politie en voor het team Veiligheid Openbaar Vervoer (VOV) in Amsterdam. We besteden aandacht aan de uitkomsten van de reizigers- en personeelsmonitor stads- en streekvervoer 2010. De nieuwsbrief eindigt met een aantal korte nieuwsberichten.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Publicatie 5-07-2011

  • Achtergrond Sociale veiligheid: Cameratoezicht

    Cameratoezicht is het d.m.v. camera's toezicht houden op een bepaalde ruimte of in een voertuig. Er bestaan veel verschillende systemen, onder meer variërend van direct bekijken tot registratie. In sommige gevallen worden beelden live bekeken in een centrale en kan direct worden ingegrepen als een onveilige situatie zich voordoet. Toezichthouders of politie worden dan gealarmeerd en naar de plek gestuurd. Deze systemen zijn kostbaar en worden vooral daar ingezet waar sociale veiligheid verbeterd kan worden of waar veel reizigers samenkomen. Voorbeelden zijn de centrale stations in de grote steden en de metrosystemen in Rotterdam en Amsterdam. In andere gevallen registreren camera’s alleen, achteraf kunnen de beelden worden uitgelezen. De beelden kunnen helpen bij het vinden van de dader, dus dat schrikt af. Deze vorm van cameratoezicht is minder kostbaar en wordt vooral ingezet in de voertuigen en op stations waar sociale onveiligheid minder voorkomt. Handreiking cameratoezicht De afgelopen jaren is het aantal camera's zowel in het openbaar vervoer als daarbuiten sterk gegroeid. Van tevoren moet goed worden nagedacht over doelen, voorwaarden en praktische problemen. Cameratoezicht werkt het best als het deel uitmaakt van een mix van maatregelen, als menselijk toezicht en samenwerking. De Handreiking cameratoezicht in en rond het openbaar vervoer en Handreiking Cameratoezicht geven aan hoe cameratoezicht effectief en efficiënt ingezet kan worden. Innovatie in cameratoezicht Aan het live uitlezen van camerabeelden vanuit rijdend materieel wordt op dit moment wereldwijd hard gewerkt. Ook wordt gewerkt aan intelligente camerasystemen, die zelf melding maken van een afwijkende situatie. Camera-observanten bekijken roulerende beelden van meerdere camera’s tegelijk. Een intelligent systeem waarschuwt de camera-observant door beeld of geluid op een afwijkende situatie. Denk bv. aan een situatie waarbij plotseling hard wordt gegild of een slaande beweging wordt gemaakt. Die situatie komt in beeld en de observant besluit of en welke maatregel nodig is.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Kennispagina 28-06-2011

  • Achtergrond Sociale veiligheid: Menselijk toezicht

    Menselijk toezicht is het inzetten van personen die op treden bij problemen, reizigers informeren en kaartjes controleren. In het openbaar vervoer zijn veel soorten toezichthouders met verschillende takenpakketten actief. Bij de een ligt het accent op problemen oplossen, bij de andere veel meer op informatie en serviceverlening. Inzet van menselijk toezicht kan flexibel of vast zijn. Een vaste toezichthouder houdt toezicht op een locatie; denk aan een station of in een tram. Een flexibele toezichthouder wordt op verschillende locaties ingezet, als een vliegende brigade. Belangrijke maatregel Menselijk toezicht is een van de belangrijkste en veelvuldig toegepaste maatregel voor betere sociale veiligheid in het openbaar vervoer. Het kan bijdragen aan zowel betere subjectieve als objectieve veiligheid. Reizigers en personeel die zich niet zo veilig voelen, geven veelal aan behoefte te hebben aan meer menselijk toezicht. Bijna alle vervoerbedrijven kennen menselijke toezichthouders. Voor kaartcontrole en optreden bij problemen hebben de toezichthouders veelal opsporingsbevoegdheid; ze mogen dan procesverbaal opmaken. Dat zijn de 'buitengewone-opsporingsambtenaren' of BOA's. In een aantal bedrijven zijn er BOA’s met extra bevoegdheid dat zijn BOA+’ers. Ook politie en stadswachten surveilleren in en rond het openbaar vervoer, dit in samenwerking met de vervoerders. Uiteraard is toezicht ook een taak van de chauffeurs en bestuurders. Ook reizigers, winkeliers en de uitbater van de fietsenstalling kunnen een oogje in het zeil houden. Het is dan zaak om te zorgen dat zij weten waar ze misstanden kunnen melden. In het buitenland wordt dit meer informele toezicht veelvuldig toegepast. Effectiviteit menselijk toezicht Uit het onderzoek Kosteneffectiviteit Menselijk Toezicht op de Tram blijkt dat een combinatie van vast toezicht op lijnen met een hoger risico en flexibel toezicht op lijnen met een lager risico, meestal de effectiefste oplossing is, zeker als de middelen (personeel én geld) schaars zijn. Het rapport Uitbreiding Toezichthouders Tram en Metro gaan in op het effect van de uitbreiding van menselijk toezicht op de tram en de metro. Gelet op het belang van menselijk toezicht, is besloten om in het kader van de Taskforce Veiliger Openbaar Vervoer hier aandacht aan te besteden. In september 2011 is in elf concessiegebieden een proef gestart regionale inzet van toezichthouders. Zie voor meer informatie en de eerste positieve resultaten van deze proef: factsheet 'Pilot verbeterd toezicht!'.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Kennispagina 28-06-2011

  • Achtergrond Sociale veiligheid: Lokale veiligheidsarrangementen

    Een voorbeeld van samenwerking is het opstellen van een lokaal veiligheidsarrangement (ook wel: samenwerkingsovereenkomst of convenant). De voorbereiding van het lokaal veiligheidsarrangement leidt tot een veiligheidsdialoog tussen publieke en private partijen. Zij brengen de veiligheidsrisico's in beeld en beslissen welke maatregelen nodig zijn om die risico's te verkleinen. Verder maken ze afspraken om de resultaten van de maatregelen te monitoren, zodat duidelijk wordt of het gewenste veiligheidsniveau wordt gehaald. Met de ondertekening van het lokale veiligheidsarrangement verplichten de partijen zich om de maatregelen ook uit te voeren. Voor alle partijen is dan helder waar de accenten en de grenzen van het toelaatbare liggen. Zie voor meer informatie de Handreiking Veiligheidarrangementen. Tien veiligheidarrangementen zijn in 2006 geëvalueerd. Daaruit blijkt dat de arrangementen fors bijgedragen hebben aan de decentrale samenwerking tussen private partijen (vervoerders) en publieke partijen (gemeenten, justitie, politie). Hierdoor heeft sociale veiligheid een integrale benadering gekregen en komen er heldere afspraken over verantwoordelijkheden. Wellicht nog belangrijker: de partijen werken in de uitvoering beter samen. De samenwerking in de veiligheidsarrangementen leidt o.a. tot een efficiënter toezicht en meer samenhang tussen maatregelen. Ook zorgt de samenwerking dat partijen beter inzicht hebben in elkaars (on)mogelijkheden. Hierdoor ontstaat begrip voor elkaars situatie en proberen de partijen elkaar te helpen bij het verbeteren van de sociale veiligheid. Van enkele arrangementen zijn de kwantitatieve effecten onderzocht. Uit de metingen blijkt dat het veiligheidsgevoel stijgt en het aantal incidenten daalt.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Kennispagina 28-06-2011

  • Achtergrond Sociale veiligheid: Preventieve maatregelen

    Maatregelen om de sociale veiligheid te verbeteren gaan verder dan het inzetten van menselijk toezicht, technische maatregelen en samenwerking. In ons land wordt er ook gewerkt aan preventieve maatregelen in de vorm van bijvoorbeeld voorlichtingsprogramma’s om verkeerd gedrag van jongeren bij te sturen en individuele begeleidingstrajecten om overlast van bepaalde groepen, zoals drugsverslaafden, terug te dringen. Dit alles heeft een scala aan projecten en programma’s opgeleverd om de sociale veiligheid voor reizigers en personeel te verbeteren. De resultaten zijn vaak lastig meetbaar, zeker als het gaat om preventieve maatregelen. Toch is de vraag relevant welke maatregelen goed werken en welke minder goed. Een eenduidig antwoord op deze vraag is lastig te geven. Daarvoor is de materie te complex. Maar er is inmiddels in binnen- en buitenland veel ervaring opgebouwd, waaruit wel degelijk conclusies te trekken zijn. Conclusies Zo is iedereen het er over eens dat voorlichting het meest effectief is bij jongeren van 10 tot 14 jaar, dus bij leerlingen van eind basisschool en begin middelbare school. Dit heeft te maken met het beginnend ov-gebruik, de toenemende groepsdruk en de ontwikkelingsfase waarin de jongeren zich bevinden. De voorlichting moet zich richten op het vergroten van competenties en vaardigheden en het verbeteren van gedrag. Dat is belangrijker dan het vergroten van kennis. Gerichte voorlichting is effectiever: dus niet ‘schieten met hagel’, maar bepaalde scholen of zelfs klassen bezoeken. Of zoeken naar andere kanalen om de doelgroep te bereiken. Informatie van politie of andere instanties kan sturend zijn. Verder blijkt een grotere rol van scholen zinvol. Die zouden de programma’s moeten inbedden in het reguliere onderwijsprogramma. Samenwerking met andere partijen, zoals politie en bureau HALT, maakt een programma breder en legt bovendien de verantwoordelijkheid niet alleen bij het openbaar vervoer. Met bepaalde expertise, bv. over de didactische inhoud van het programma, kan de voorlichting verbeteren. Een sterk punt is de inzet van rijdend ov-personeel bij de voorlichting aan jongeren/ scholieren. Uit de praktijk blijkt dat de jongeren een actieve rol moeten spelen in de voorlichting, bijvoorbeeld door rollenspellen. Of door verantwoordelijkheid bij ouderejaars te leggen en hen in te zetten als controleur of begeleider. Dat laatste staat bekend als ‘peer benadering’. Zo’n benadering wordt onder meer met succes toegepast bij drugsvoorlichting en voor het benaderen van bepaalde doelgroepen, zoals allochtonen. Verbetering voorlichting De kwaliteit van voorlichtingsprogramma’s van vervoerbedrijven is vaak voor verbetering vatbaar. Medewerkers van vervoerbedrijven - meestal zeer betrokken mensen met veel praktijkervaring - hebben voorlichtingsprogramma’s ontwikkeld die vaak wel interessante en ‘bewezen’ succesvolle elementen bevatten, maar soms qua opzet en inhoud wat amateuristisch overkomen. Vaak is er bijvoorbeeld sprake van verouderd videomateriaal, een duidelijke lijn in het verhaal ontbreekt, organisatorisch zijn zaken niet goed geregeld of er is geen goede inbedding in het schoolprogramma. Vervolgstappen Preventieve maatregelen, die nu in de praktijk worden ingezet, zijn in 2006 in kaart gebracht. Dit geeft inzicht in de resultaten, knelpunten en succesfactoren. Het accent ligt daarbij op jongeren en veelplegers. De provincie Zuid-Holland geeft in 2011 vorm aan een breed pakket van preventieve maatregelen. Het KpVV denkt met hen mee en verspreiden de uitkomsten onder andere via de KpVV-website.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Kennispagina 28-06-2011

  • Reizigersmonitor 2010: De sociale veiligheid van ov-reizigers in het stads- en streekvervoer

    Reizigers maken iets minder incidenten mee, het gevoel van veiligheid is onveranderd. De reizigersmonitor 2010 beschrijft de objectieve en subjectieve veiligheid van de reizigers in het stads- en streekvervoer. De rapportage is gebaseerd op de vragen over sociale veiligheid uit de KpVV Klantenbarometer. Voor de OV-Klantenbarometer zijn eind 2010 86.316 reizigers ondervraagd in bus, tram, metro en regionale trein. Iets minder reizigers in het stads- en streekvervoer hebben een incident meegemaakt (7,5% in 2010 t.o.v. 7,8% in 2009). Dat was overigens in 2006 9,2%. Ten opzichte van voorgaand jaar is bij iedere vervoermodaliteit een daling te zien in het percentage slachtofferschap. Deze incidenten zijn onderverdeeld in vijf categorieën, namelijk mishandeling, bedreiging, diefstal, lastigvallen en anders. Reizigers worden, in lijn met voorgaande jaren, vooral slachtoffer van lastigvallen (3,2%), op afstand gevolgd door bedreiging (1,5%) en diefstal (1,1%). Het percentage slachtoffers van diefstal is in de afgelopen jaren geleidelijk gedaald. Mishandeling komt het minst vaak voor (0,9%). Het merendeel van de reizigers die het afgelopen jaar slachtoffer zijn geworden maakte éénmaal een incident mee. De reizigers geven mooie cijfers voor de beoordeling van de sociale veiligheid. De reizigers waarderen de veiligheid tijdens de rit met gemiddeld een 7,9, dit is gelijk aan 2009. Reizigers beoordelen de sociale veiligheid tijdens de rit met het rapportcijfer 7,9 en de sociale veiligheid in het algemeen met een 7,5. In beide gevallen betekent dit een consolidatie van het resultaat uit 2008 en 2009. De beoordeling van de sociale veiligheid is het hoogst onder busreizigers (8,1 voor de rit en een 7,7 in het algemeen). Metroreizigers geven met een 7,5 voor de rit en een 7,0 in het algemeen een wat lager rapportcijfer voor de sociale veiligheid in het openbaar vervoer. De tramreizigers geeft voor de sociale veiligheid tijdens de rit een 7,7 en voor de sociale veiligheid in het algemeen een 7,2. Oorzaken gevoel van onveiligheid reizigersDe reizigers die een rapportcijfer van een 6 of lager hebben gegeven voor de sociale veiligheid, is gevraagd naar de redenen waarom ze de veiligheid lager waarderen. In bus , tram en regionale trein wordt drukte als belangrijkste reden genoemd voor de lage waardering van de sociale veiligheid. Rondhangende personen en gebrek aan toezicht zijn de andere veelgenoemde redenen.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Publicatie 8-06-2011

  • Personeelsmonitor 2010: Sociale veiligheid van het personeel in het stads- en streekvervoer

    Medewerkers van OV bedrijven in het stads- en streekvervoer voelen zich in 2010 gemiddeld veiliger dan in 2008. Zij maken ook minder incidenten mee dan in 2008. Dat blijkt uit de KpVV personeelsmonitor stads- en streekvervoer. Deze monitor verschijnt elke twee jaar en beschrijft de ontwikkeling van de objectieve en subjectieve veiligheidvan het personeel. Daarnaast besteedt het aandacht aan het oordeel van het personeel over het veiligheidsbeleid van de bedrijven. De resultaten zijn gebaseerd op een kleine 4.000 enquêtes. Uitkomsten personeelsmonitor 2010Het personeel beoordeelt de veiligheid in en rond het stads- en streekvervoer in 2010 met een rapportcijfer van gemiddeld 6,5. In 2008 was dit 6,3. In de vier grote steden (G4) is het rapportcijfer gestegen van 6,5 naar 6,6 en in de rest van Nederland (Rest NL) gestegen van 6,2 naar 6,5. Het percentage incidenten daalde in 2010. Het percentage medewerkers dat slachtoffer was van strafbare en niet strafbare incidenten van 69% naar 64%. Als we alleen naar de strafbare incidenten kijken dan bedraagt de daling 6% (van 41% naar 35%). In de G4 zijn relatief meer medewerkers slachtoffer van incidenten dan in de rest van Nederland, maar het verschil wordt kleiner. In zowel de G4 als in de rest van Nederland was sprake van een afname van het percentage slachtoffers. In de G4 daalde dit sterker dan in de rest van Nederland. OV personeel wordt het vaakst slachtoffer van treiteren/pesten en lastig vallen. Mishandeling komt het minst vaak voor (6% in 2010 dat was in 2008 9%). Behoefte personeel om verder te verbeterenIn 2008 voelde 47% van de medewerkers zich (zeer) veilig, in 2010 is dat gestegen naar 55%. Nog altijd voelt een minderheid zich tijdens het werk (zeer) onveilig: 5% (in 2008: 8%). Het aantal medewerkers, dat zich soms veilig en soms onveilig voelt daalt van 45% in 2008 naar 40% in 2010. Bij het verbeteren van het veiligheidsbeleid geeft het personeel zelf de voorkeur aan het intensiveren van toezicht en controle en aan het weren van zwartrijders en randfiguren. Een goede daderanalyse en een analyse van voornaamste risicotijden en -plekken maakt het mogelijk om hier zo effectief mogelijk invulling aan te geven. Andere mogelijke acties om de veiligheid te verbeten zijn (scholieren)voorlichting en campagnes tegen het lastig vallen en pesten. De invoering van de OV-chipkaart draagt voor een deel van het personeel bij aan het verbeteren van het gevoel van veiligheid. Vooral bus- en metropersoneel voelt zich door de invoering van de OV-chipkaart veiliger (21%). Genoemde redenen zijn een afname van het aantal conflicten met reizigers en het feit dat er minder contact geld aanwezig is. Een deel van het personeel (10%) voelt zich onveiliger door invoering van de OV-chipkaart. Minder duidelijkheid over tarieven is een van genoemde redenen. Bovenstaande onderzoeksresultaten staan vermeld in de Personeelsmonitor 2010. Alle stads- en streekvervoerder hebben hieraan hun medewerking verleend. In totaal zijn dit jaar 15.500 vragenlijsten verspreid. Daarvan hebben wij 3928 bruikbare vragenlijsten terugontvangen, goed voor een responspercentage van 25%.  

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Publicatie 8-06-2011

  • Nieuwsbrief SV&M nr 39

    In deze 39e nieuwsbrief roepen we u als lezer op ons aan te geven welke onderwerpen in 2011 aan bod dienen te komen. In ons hoofdartikel vragen we aan Peter Mul van het OV-bureau Groningen Drenthe of het mogelijk is om sociaal veiligheidsbeleid te plannen. Daarnaast besteden we aandacht aan de voortgang van de Taskforce Veiliger Openbaar Vervoer en gaan we in op een handige ICT tool van TNO voor het monitoren van sociale veiligheid.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Publicatie 15-02-2011

  • Nieuwsbrief SV&M nr 38

    Op 14 oktober hield het Kenniscentrum Soci­ale Veiligheid en Mobiliteit in Het Vechthuis in Utrecht de jaarlijkse Themadag Sociale Veilig­heid in het openbaar vervoer. Dagvoorzitter was Guy Hermans, KpVV. In deze nieuwsbrief eerst een terugblik op het ochtendprogramma, waarin het GVU voor een beperkt aantal deelnemers een presentatie ver­zorgde over het scholierenproject en daarbij een indruk gaf van de sociale veiligheid rond het busstation. Daarna leest u over de themamiddag die door meer mensen kon worden bijgewoond. Een 95-tal deelnemers luisterden in het plenair gedeel­te naar gastsprekers over actuele onderwerpen en kozen daarna twee van de vier deelsessies over de laatste ontwikkelingen op het gebied van sociale veiligheid in het openbaar vervoer in Nederland. Hiervan geven wij een korte im­pressie.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Publicatie 11-11-2010

  • Nieuwsbrief SV&M nr 37

    In de brief leest u dat sociale veiligheid op veel plekken wordt verbeterd met bijvoorbeeld een beheerconvenant, veiligheidsarrangement (zoals in Almere) of camera’s (Qbuzz). Maar het kan ook anders. Bijvoorbeeld door een voormalig stationsgebouw om te bouwen tot een crèche, zoals in België. Ook over een handreiking die het kenniscentrum het uitgebracht over sociale veiligheid op P+R terreinen. Ten slotte is er in de brief aandacht voor het jaarlijkse congres dit keer op 14 oktober.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Publicatie 23-09-2010

  • Monitor zwartrijden stads- en streekvervoer 2010

    Sinds 2004 wordt het zwartrijden gemeten in die concessies waarbij het percentage zwartrijden bij de voorgaande meting meer dan 3% was. In maart / april 2010 is het zwartrijdpercentage gemeten in alle 6 concessies waar ook in 2008 een meting werd gehouden. In de concessie Amsterdam tram (open instap regime) is sprake van een gelijkblijvend percentage zwartrijden. In de concessies Amsterdam metro en Rotterdam metro is sprake van een daling van het zwartrijdpercentage. In beide concessies is de OV-chipkaart het enige geldige vervoermiddel en is er bovendien een gesloten instapregime gekomen met de invoering van de OV-chipkaart. In Amsterdam geldt dit nog niet voor het sneltram traject. In de concessies Sneltram Utrecht, Zuidtangent en Den Haag tram is het zwartrijdpercentage gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. Zie voor meer informatie de rapportage.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Publicatie 19-07-2010

  • Nieuwsbrief SV&M nr 36

    In deze 36e nieuwsbrief aandacht voor het toezichthoudersproject in Wageningen, de OV-Klantenbarometer, de workshops ‘Hoe maak je van het station een leukere plek?’, het veiligheidsarrangement busvervoer in Gouda en de Helpdesk Veilige Publieke Taak. Tevens leest u meer over het rapport ‘Sociaal veilig parkeren in beeld’ en de bijeenkomst sociale veiligheid en mobiliteit.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Publicatie 15-06-2010

  • Sociaal veilig parkeren in beeld. Een handreiking voor prettige P+R terreinen.

    Hoe zorg je ervoor dat een P+R terrein sociaal veilig wordt en blijft? Deze handreiking gaat in op hoe gemeenten, provincies en stadsregio's sociaal veilige en prettige P+R terreinen realiseren. Belang van ketenmobiliteit Wanneer we kijken naar het steeds groter wordende belang van ketenmobiliteit is het belangrijk dat ook P+R terreinen sociaal veilig zijn. We moeten alle schakels in de zogenoemde mobiliteitsketen - ‘van deur tot deur’ - bij de aanpak betrekken. Belangrijke schakels in die keten zijn de parkeerterreinen bij stations, belangrijke vervoersknooppunten en transferia. Toch krijgen deze P+R terreinen niet altijd de aandacht die ze verdienen. Vandaar dat het Kennisplatform Verkeer en Vervoer heeft besloten een aparte handreiking te ontwikkelen over sociaal veilige P+R terreinen. Wat staat er in en voor wie is deze handreiking?In deze handreiking besteden we zowel aandacht aan de te nemen maatregelen als aan de partijen die hierbij betrokken zijn. Deze handreiking is geschreven voor gemeenten - in het bijzonder de afdelingen verkeer en vervoer, ruimtelijke ontwikkeling, beheer openbare ruimte, openbare orde en veiligheid en economische zaken – en voor provincies en stadsregio’s met plannen voor de (her)ontwikkeling van een P+R terrein. De handreiking is ook bedoeld voor alle overige partijen die betrokken zijn bij of verantwoordelijk zijn voor de sociale veiligheid op parkeerterreinen in stationsgebieden en die van het P+R terrein een sociaal veilige en prettige plek willen maken.

    Onderwerpen: Parkeer en reis, Sociale Veiligheid
    Publicatie 26-05-2010

  • KpVV Bericht nr. 88: Handreiking voor veiligheidsarrangementen

    Sociale veiligheid in het openbaar vervoer is en blijft actueel. Overlast door schoolgaande of uitgaande jeugd, diefstal en berovingen, vandalisme in bus en trein, mishandeling van en overvallen op chauffeurs: helaas komen deze incidenten nog al te vaak voor. Voorkomen is lastig, en een taak waar we als maatschappij voor staan, maar er zijn wel degelijk mogelijkheden om de aanpak van geweld in het openbaar vervoer te verbeteren. Het maken van afspraken tussen partijen werkt goed. In dit bericht leest u over de geactualiseerde handreiking voor het opstellen van veiligheidsarrangementen.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Publicatie 6-04-2010

  • Nieuwsbrief SV&M nr 35

    In dit nummer is aandacht voor de veiligheid op kleine en middelgrote stations. We volgen de ontwikkelingen rond station Hoorn Kersenboogerd, geven een update van het project prettige wachten op dit type stations en gaan in op samenwerkingsverbanden rond stations.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Publicatie 24-03-2010