Zoeken

Aanbesteden (332 resultaten)

Provincies en stadsregio’s zijn wettelijk verplicht ov-concessies aan te besteden en gemeenten moeten via aanbesteding hun taxicontracten regelen. Ook bij contractvervoer speelt aanbesteden een belangrijke rol. Lees meer...

Elementen die daarbij een rol spelen zijn de vraag, het aanbod, de gewenste kwaliteit en het beschikbare budget. In dit onderwerp worden beide terreinen besproken.

Openbaar vervoer

In de eerste tien jaar dat de Wet personenvervoer 2000 van kracht is zijn 88 ov-concessies via een Europese aanbesteding gegund. Sinds 1 juli 2006 is dit verplicht. Of het stadsvervoer in de drie grote steden van de aanbestedingsplicht uitgezonderd moeten worden was lange tijd onderwerp van politieke discussies. Het kabinet-Rutte houdt echter vast aan de aanbestedingsplicht voor het stadsvervoer in de grote steden.

Gemiddeld worden er elk jaar gemiddeld acht concessies aanbesteed met een waarde van ongeveer een miljard euro. De concessiegebieden zijn in de periode 2001-2010 gemiddeld steeds groter geworden. En de looptijd van concessies wordt gemiddeld langer.

Het KpVV ondersteunt het stroomlijnen en verbeteren van het proces van concessieverlening. Het KpVV ontwikkelt hiervoor in samenwerking met ov-autoriteiten, vervoerders en adviesbureaus de Toolbox Beter bestek.

Contractvervoer

Vervoerders, opdrachtgevers én gebruikersorganisaties werken samen aan de kwaliteitsverbetering van het contractvervoer. Vormen van contractvervoer zijn:

  • regiotaxi
  • Wmo-vervoer
  • Valys
  • leerlingenvervoer
  • zittend ziekenvervoer
  • AWBZ-vervoer.

In 2009 verschenen de handboeken Professioneel Aanbesteden, die door de betrokken partijen gezamenlijk zijn ontwikkeld. Als gevolg hiervan is het traject ‘Naar beter contractvervoer’ gestart. ´Naar beter contractvervoer´ stimuleert via bijeenkomsten, nieuwsbrieven en een website het gesprek tussen de aanbesteder en de vervoerder. Het KpVV coördineert het traject ‘Naar beter contractvervoer’.

Gevonden in de kennisbank:

  • Poster: Regionaal openbaar vervoer per 1 januari 2013

    Ook dit jaar heeft het KpVV een poster met kaarten samengesteld over de actuele staat van het openbaar vervoer. Onderwerpen in deze editie, over de situatie per 1-1-2013, zijn: Welk vervoerbedrijf rijdt waar? Stand aanbestedingen. Concessies en hun looptijd. Aanbestedingskalender. Ov-autoriteiten. Aandeel haltes met actuele reisinformatie op schermen. Regionale treindiensten. HOV-projecten. Deze poster wordt traditiegetrouw op uitgedeeld op de OV-Netwerkdag. Overzicht posters voorgaande jarenPosters waarmee het KpVV sinds 2005 jaarlijks de stand van zaken letterlijk ‘in kaart’ bracht.

    Onderwerpen: Aanbesteden, Concessiemanagement
    Publicatie 19-12-2012

  • GIS-analyses

    Betr.: Update van Instrument maart 2008 Beschrijving Een Geografisch Informatie Systeem (GIS) biedt de mogelijkheid om verschillende soorten locatiegebonden gegevens te koppelen, te analyseren en te visualiseren in een geografisch kaartbeeld. Onder andere door de visuele weergave van ruimtelijke gegevens zijn analyses gemakkelijk te maken en zijn de resultaten snel te interpreteren. Een bekend voorbeeld van dergelijke analyses zijn de ongevallenanalyses. Ook kan worden gedacht aan bijvoorbeeld de bereikbaarheidskaarten weg en OV of de kaartjes met bereikbaarheidsisochronen en ontplooiingsmogelijkheden, zoals bekend uit de regionale netwerkanalyses. Veel gebruikte analyses zijn de point-in-polygon en de line-in-polygon. Hierin worden kaarten over elkaar gelegd (overlays) en worden voor de raakvelden bijvoorbeeld gegevens opgeteld. Een voorbeeld is het aantal woningen(inwoners) dat binnen een afstand van 600 meter van een provinciale weg ligt. Doel en doelgroepen Het combineren, analyseren en presenteren van gegevens die aan een gebied, zone of locatie gekoppeld zijn. Middels presentatie in een kaartbeeld worden deze gegevens beter toegankelijk. ToepassingGIS-analyses leveren verhelderende inzichten op kaart voor beleidsontwikkeling en voor het formuleren en selecteren van maatregelen. Qua onderwerp zijn de toepassingsmogelijkheden legio. De input bestaat in alle gevallen uit basisbestanden met geografische kenmerken en gegevensbestanden met aan gebied gekoppelde informatie. Te betrekken partijenInitiatiefnemer en andere betrokken overheden en maatschappelijke organisaties. Bij ongevalanalyses bijvoorbeeld ook politie, veilig verkeer Nederland en ROV’s.

    Onderwerp: Aanbesteden
    Instrument 23-07-2012

  • Kosten vergroening in het openbaar vervoer objectief beoordeeld

    De aanbesteding van een ov-concessie is het aangewezen middel om ambities op het gebied van de vergroening en uitstootreductie te realiseren. Welke (milieu)eisen stellen we aan het materieel? Hoe hoger de eisen, hoe duurder. En hoe duurder het materieel, hoe minder geld er over blijft voor het lijnennet en het aantal ritten. De Stadsregio Arnhem Nijmegen heeft voor de aanbesteding een systeemdynamisch model ontwikkeld om het optimum te berekenen tussen de milieukwaliteit van de ov-bussen en de kwaliteit van de dienstregeling. Dit model wordt De Groene Cockpit genoemd. In deze factsheet volgt een beschrijving van het model en de weg ernaartoe. Meer informatie - Casus Arnhem Nijmegen, over toepassing van het simulatie-/rekenmodel- Praktijkvoorbeeld Schone voertuigen in Arnhem Nijmegen.

    Onderwerpen: Aanbesteden, Schone voertuigen
    Publicatie 23-07-2012

  • De casus Arnhem Nijmegen over de vergroening van het openbaar vervoer

    De aanbesteding van een ov-concessie is het aangewezen middel om ambities op het gebied van de vergroening en uitstootreductie te realiseren. Maar tegen welke prijs? Wat voor risico kun je te dragen? En hoe pak je zoiets aan? Om deze vragen te beantwoorden heeft de Stadsregio Arnhem Nijmegen het rekenmodel ‘De Groene Cockpit’ ontwikkeld. Met dit model worden voor een nieuwe concessie de kosten en baten berekend van verschillende aandrijfvormen (gas, diesel, inductie, waterstof). Vooral op het punt van de uitstootreductie van schadelijke stoffen. Deze factsheet beschrijft de toepassing van het model in de regio Arnhem Nijmegen. Deze regio werkte zes scenario’s uit in een business case, resulterend in de kosten per jaar en per kilometer. Meer informatie- Kosten vergroening in het openbaar vervoer objectief beoordeeld, factsheet over het simulatie-/rekenmodel ‘De Groene Cockpit’- Praktijkvoorbeeld schone voertuigen in Arnhem Nijmegen.

    Onderwerpen: Aanbesteden, Schone voertuigen
    Publicatie 23-07-2012

  • Poster Milieuprestatie ov-bussen, editie 2012

    Op de kaart 'Milieuprestatie ov-bussen 2012' is per concessie te zien hoe schoon de Nederlandse ov-bussen zijn en hoeveel onder welke milieuklasse vallen. De kaart bevat ook een toelichting met de stand van zaken, de laatste ontwikkelingen en informatie over de introductie van Euro VI, de ontwikkeling van de brandstofprijs en innovatieve bustechnieken. Het materieel van het Nederlandse openbare busvervoer behoort tot het modernste van Europa. Driekwart van alle 5.114 ov-bussen valt in de categorieën Euro-V, EEV, hybride of elektrisch. Van de EEV-busssen rijden er 481 op aardgas of groengas. Ten opzichte van de editie-2011 vonden de grootste veranderingen plaats in Amsterdam, Waterland en Dordrecht. Het GVB heeft in 2011 nagenoeg alle Euro II-bussen vervangen door schone EEV-bussen. In Waterland is al het materieel nu vergroend. In Dordrecht zijn 27 hybride bussen ingestroomd; het is de eerste stadsdienst die volledig is overgestapt op hybride materieel. Eerdere uitgaven- Poster Milieukwaliteit OV-bussen: stand voorjaar 2011 - Poster Milieukwaliteit OV-bussen: stand voorjaar 2010 - Poster Milieukwaliteit OV-bussen: stand voorjaar 2009

    Onderwerpen: Schone voertuigen, Aanbesteden
    Publicatie 17-06-2012

  • OV-Netwerkdag 2011: 'Een vlucht vooruit'

    De OV-Netwerkdag voor professionals betrokken bij het openbaar vervoer vond traditiegetrouw ook dit jaar plaats in Antropia in Driebergen. De 120 deelnemers luisterden in de ochtend geboeid naar presentaties. Het middagprogramma stond in het teken van mouwen opstropen en aan het werk. Presentatie Zweedse ‘Fordubbling projectet’ Stenerik Rinqvist (namens de Zweedse Openbaar Vervoer Associatie) en Didier van de Velde (directeur inno-V) lieten hun licht schijnen over het project, waarin Zweedse vervoerders en overheden eendrachtig samenwerken aan verdubbeling van het ov-gebruik in de grote steden. De nieuwe wet die zij daarvoor nodig hebben wordt op 1 januari 2012 van kracht. De netwerkdag stond daarmee in het teken van het verkennen van de vragen of en hoe we ook een verdubbeling in Nederland kunnen bereiken. Presentaties Halteborden Bas Schenk Na Zweden was Nederland weer aan de beurt. Per 1 juli 2012 komen er in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) nieuwe borden te staan die een bushalte, een tramhalte of beide aanduiden. Deze borden vervangen het gedateerde, gele haltebord L3. Wim van Tilburg (KpVV) en Bas Schenk (Rijkswaterstaat) hebben het bord onthuld. Presentatie Halteborden Michiel Meurs Na de onthulling liet Michiel Meurs (FromAtoB) namens zes ontwerpers een aantal toepassingsmogelijkheden zien. Hij vroeg daarmee om ruimte om het nieuwe haltebord te mogen inpassen in abri’s en op schermen of zuilen voor actuele reisinformatie, bijvoorbeeld in afwijkende formaten (rechthoekig of rond) of in de huisstijlkleuren van productformules of vervoerbedrijven. In 2012 gaan de ontwerpers onder leiding van Chrétien Gerrits (Material) onderzoek doen naar mogelijke verbeteringen. Ook komen zij in december 2012 met richtlijnen en voorbeelden. Het KpVV heeft een bescheiden budget om de zes ontwerpers op weg te helpen maar zoekt nog een ov-autoriteit of vervoerbedrijf als mede-sponsor die de nieuwe halte-aanduidingen wil uitrollen langs een lijn of in een gebied. MiddagprogrammaIn het ov-laboratorium vond een verkenning plaats naar het slimmer organiseren van collectief vervoer. De andere deelnemers waaierden uit over een vijftal netwerktafels, elk met twee rondes. OV-laboratorium verslag Sessie Hoogwaardige buslijnen verslag Sessie OV-Jongerenmarketing presentatie en OV-Jongerenmarketing verslag Sessie Sociale Functie verslag Sessie Tariefbeleid verslag Sessie Twitter en OV presentatie en Twitter en OV verslag ContactMarcel Sloot - KpVVTelefoon 06 20597586Email: marcel.sloot@kpvv.nl

    Onderwerp: Aanbesteden
    Terugblik 14-12-2011

  • Poster: Regionaal openbaar vervoer per 1 januari 2012

    Voor het zevende achtereenvolgende jaar heeft het KpVV een poster samengesteld met kaarten en wetenswaardigheden over de staat van het openbaar vervoer. Onderwerpen in deze editie, over de situatie per 1-1-2012, zijn: Concessies Aanbestedingen Wie rijdt waar? Aanbestedingskalender Kleinschalig openbaar vervoer Ov-autoriteiten/aantal haltes Regionale treindiensten Openbaar vervoer over water HOV-projecten. Deze poster wordt traditiegetrouw op 14 december uitgedeeld op de OV-Netwerkdag 2011: 'De vlucht vooruit' Overzicht posters voorgaande jarenPosters waarmee het KpVV sinds 2005 jaarlijks de stand van zaken letterlijk ‘in kaart’ bracht.

    Onderwerpen: Aanbesteden, Concessiemanagement
    Publicatie 12-12-2011

  • Toolbox Beter Bestek

    BeterBestek-ov is een ‘gereedschapkist’ waar het KpVV en alle relevante spelers in de ov-aanbestedingswereld gezamenlijk aan werken. Hij biedt tal van handvatten voor een geslaagde aanbesteding en draagt bij aan de professionalisering van aanbestedende overheden. De Routekaart beschrijft het proces van aanbesteden van het Plan van Aanpak tot de Gunning. Verder is er nadere een uitwerking van de Inhoud ('hoe komt het openbaar vervoer er straks op straat uit te zien'?) en de Sturing ('hoe gaan opdrachtgever en vervoerder de komende jaren het spel samen spelen'?). Toolbox Beter Bestek

    Onderwerp: Aanbesteden
    Instrument 18-10-2011

  • Eigendomsverhoudingen

    Dit onderdeel van de Toolbox gaat in op de eigendomsposities in het openbaar vervoer. Op basis van een analyse van het speelveld (actoren, belangen en onderwerpen) en gesprekken met vervoerders en een selectie van de ov-autoriteiten kan worden geconcludeerd dat er veel animo is voor het thema eigendomsverhoudingen. In gesprekken met overheden, vervoerbedrijven en adviseurs is gesproken over de eigendomsproblematiek bij essentiële onderdelen van het openbaar vervoer: Strategische infrastructuur, zoals busstations, stallingen; Concessiegebonden voertuigen; Chipkaart- en reisinformatieapparatuur. Het gesprek heeft concrete adviezen en oplossingen opgeleverd; deze kunt u lezen in dit hoofdstuk.

    Onderwerp: Toolbox Beter Bestek
    Webpagina 18-10-2011

  • Strategische infrastructuur

    Voor alle infrastructuur is het van belang de strategische infrastructuur te identificeren. De concessie kan zonder deze infrastructuur niet redelijkerwijs worden uitgevoerd of het eigendom hiervan bij één vervoerder geeft deze vervoerder een onevenredig groot voordeel bij de aanbesteding van de concessie. De verantwoordelijkheid voor strategische infrastructuur ligt idealiter bij de aanbestedende overheid of de wegbeheerder. Is deze in eigendom van een vervoerder, dan kan het level playing field van de aanbesteding worden verstoord. Voorbeelden strategische infrastructuur: busstations met aanpalende voorzieningen zoals stalling, chauffeursverblijf, loket etc.; bushaltes; zowel haltepalen als abri’s, inclusief DRI; stallingen met specifieke tankinstallaties of voorzieningen voor bv. gas, waterstof, trolley etc.; bij concessie in grootstedelijk gebied: de stallingen midden in de stedelijke agglomeratie, waar in de directe omgeving geen vrije ruimte voorhanden is. Voorbeelden van niet strategische infrastructuur: stallingen waar goede alternatieven voor beschikbaar zijn, dit geeft de biedende vervoerder de vrijheid zijn exploitatie te optimaliseren; tijdelijke haltepalen bij omleidingen; statische reisinformatie op haltepalen en in abri’s. Deze infrastructuur kan wel zonder problemen in eigendom van een vervoeronderneming zijn. Het eigendom van de infrastructuur betekent ook een verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud. Vanuit deze verantwoordelijkheid kan strategische infrastructuur het beste bij de overheid in eigendom zijn die de infrastructuur het eenvoudigst kan meenemen in haar beheer en onderhoud. Dit zal vaak betekenen dat gemeenten eigenaar zijn van de infrastructuur buiten het areaal van de decentrale overheid (zoals provinciale wegen). Hierover moeten tijdig heldere afspraken worden gemaakt tussen de DO en de gemeente. Wanneer de concessieverlenende overheid eigenaar is van de infrastructuur is het logisch deze om niet ter beschikking te stellen aan de vervoerder. Wordt er een vaste huur voor gevraagd, dan komt deze via de biedingsprijs weer terug. Dit maakt de opbouw van de prijs minder helder. Wel is het verstandig de vervoerder voor onderhoud en beheer van de binnenruimte verantwoordelijk te maken. Best practice is het maken van een degelijke analyse van de beschikbaarheid van voorzieningen voor alle mogelijke inschrijvers. Indien zich daarbij knelpunten voordoen zou dat tot de overweging moeten leiden die voorzieningen beschikbaar te stellen aan de vervoerders. Die beschikbaarheid voor alle vervoerders kan van hele specifieke situaties afhankelijk zijn. Bijvoorbeeld door aardgas- of waterstoftanks bij het vastgoed van de bestaande vervoerder en de lange realisatieperiode van die voorzieningen is een alternatief niet eenvoudig en snel beschikbaar. Een ander voorbeeld is als de voorzieningen op strategische locaties zijn gevestigd, bijvoorbeeld busstations met bufferzones en/of stallingen dicht bij een treinstation. Maar als opstelplaatsen eenvoudig beschikbaar zijn kan dat juist weer reden zijn om niet te interveniëren en het aan de vervoerders over te laten. Een dergelijke analyse kost tijd en daarbij komt de tijd die een eventuele overname van de zittende vervoerder gaat kosten. Het is essentieel dit proces vroeg te starten. Wanneer het bestek op de markt komt moet voor de verschillende inschrijvers glashelder zijn welke voorzieningen beschikbaar zijn onder welke voorwaarden en voor welke voorzieningen ze zelf verantwoordelijk zijn.

    Onderwerp: Toolbox Beter Bestek
    Webpagina 18-10-2011

  • Concessie gebonden voertuigen

    Steeds meer overheden stellen specifieke eisen aan hun busmaterieel. Zo worden aardgasbussen of hybride bussen voorgeschreven, of er zijn specifieke eisen ten aanzien van bestickering, rolstoelplaatsen, beenruimte etc. Deze bussen voldoen aan zulke specifieke eisen dat ze na de afloop van de concessie moeilijk elders inzetbaar zijn. De meeste eenvoudige oplossing in dit geval is de concessieduur af te stemmen op een reële afschrijftermijn van het materieel. In de praktijk is 10 jaar een termijn die voor een concessie niet te lang is en voor de afschrijving van materieel niet te kort. Er zijn echter situaties waarin het niet opportuun is de concessieperiode afhankelijk te maken van de levensduur van het materieel. Bijvoorbeeld wanneer concessies in de toekomst samengevoegd moeten kunnen worden. In dat geval doen zich met betrekking tot het concessie gebonden materieel twee problemen voor. Bestaand materieel moet overgenomen worden in een nieuwe concessie en lopende de concessie moet nieuw materieel worden aangeschaft. Voor beide problemen wordt hieronder een aantal oplossingen geschetst. Overname bestaand materieel Bij alle overnames is het belangrijk het bestaande materieel goed en onafhankelijk te taxeren. Hiermee wordt het level playing field tussen nieuwe en zittende vervoerders gehandhaafd. Deze taxatie moet op drie momenten worden uitgevoerd: bij het opstellen van het bestek, drie maanden voor implementatie en op het moment van overdracht. Daarnaast is het ook noodzakelijk dat zeker wordt gesteld dat documentatie en gegevens over de voertuigen bij de aanbesteding beschikbaar worden gesteld en worden overgedragen, zoals bijvoorbeeld brandstofverbruik, onderhoudshistorie of (bij railvoertuigen) bouwtekeningen. Hiermee kan de koper altijd over voldoende informatie over het materieel beschikken en wordt hij niet geconfronteerd met plotselinge verschillen in boekwaarde en dagwaarde door nalatigheden ten aanzien van het materieel door de vertrekkende partij. Het verdient de voorkeur dit al in de eerste concessie vast te leggen. Aanschaf nieuw materieel lopende de concessie Andere mogelijke oplossingen

    Onderwerp: Toolbox Beter Bestek
    Webpagina 18-10-2011

  • Chipkaart en reisinformatie-apparatuur

    Voor reisinformatie geldt dat de vervoerder alle informatie verzorgt, elektronisch, op papier, statisch en dynamisch. Apparatuur en voorzieningen aan boord zijn eigendom van de vervoerder. Op de wal is de overheid eigenaar, maar levert de vervoerder de content aan. Voor elektronische gegevensuitwisseling vraagt dit om helder gedefinieerde koppelvlakken tussen de informatie van de vervoerder en apparatuur van de overheid. De standaarden voor deze koppelvlakken worden beheerd door het platform BISON. Uit de praktijk blijkt dat wanneer aan deze standaarden wordt geconformeerd, de reisinformatievoorziening goed verloopt, ook wanneer er meerdere vervoerders op één halte komen. Voor de statische gegevens, zoals routekaarten en dienstregeling tabellen geldt ook dat de vervoerder deze aanlevert volgens de standaard waarmee ze in de abri’s en op de haltepalen passen. De chipkaartapparatuur is complexer. Alle apparatuur is van de vervoerder, dit levert problemen op bij het overnemen van concessiegebonden voertuigen. Op dit moment gebruiken de verschillende vervoerders twee verschillende systemen. De busgebonden apparatuur (level 2) van de ene leverancier communiceert niet met de remiseapparatuur (level 3) van de andere leverancier en omgekeerd. Op de lange termijn is het in het belang van overheden en vervoerders om van het koppelvlak tussen level 2 en level 3 te standaardiseren. Het initiatief hiervoor ligt bij de verschillende overheden om in overleg met vervoerders en producenten op termijn een standaardkoppelvlak verplicht te stellen door aanbesteding of wetgeving. Tot die tijd moeten bussen die overgaan naar een nieuwe eigenaar vaak worden omgebouwd naar een nieuw systeem. Dit schept ongelijkheid tussen de vervoerders, afhankelijk van welk systeem zij gebruiken. Deze ongelijkheid kan gecorrigeerd worden in het bestek door eventuele ombouwkosten voor rekening van de concessieverlener te laten nemen. Daarnaast is er het praktische probleem dat bussen moeten worden omgebouwd op het moment van de overgang van de concessie. Het is fysiek onmogelijk alle voertuigen in een concessie in één nacht om te bouwen. Dit zou eventueel een aantal maanden (afhankelijk van het aantal om te bouwen voertuigen) voor het begin van de concessie kunnen starten. Gedurende deze tijd draaien er twee systemen op de remise en draagt de nieuwe vervoerder de opbrengsten daarvan af aan de oude vervoerder. Wanneer de concessie start, kan de nieuwe vervoerder met een volledig werkende vloot beginnen.

    Onderwerp: Toolbox Beter Bestek
    Webpagina 18-10-2011

  • Overname bestaand materieel

    Overnameregeling met garantstelling overheid In de huidige praktijk wordt in het bestek vaak een overname regeling opgenomen, waarbij de voertuigen aan het eind van de concessie door de volgende vervoerder worden overgenomen. Dit leidt tot problemen bij het afsluiten van leasecontracten. De lease maatschappijen zien het als een groot risico dat ze niet weten met welke partij ze in de toekomst in zee gaan. Dit maakt de leaseconstructie onmogelijk of drijft de prijs op. Een mogelijke oplossing is dat de aanbestedende overheid garant staat voor de aflossing van de leasesom. Hiermee is het risico voor de lease maatschappij overzichtelijk. Bijkomend voordeel is dat door deze garantstelling een lagere rente kan worden geboden. Dit vertaalt zich uiteindelijk in een goedkoper OV-product. Dat de overheid hier het risico expliciet neemt is ook logisch omdat zij bepaalt welke vervoerder in de toekomst met het materieel gaat rijden. De vervoerder zou dit risico anders incalculeren in de prijs, of apart verrekenen wanneer het om onvoorziene situaties gaat. Overheid eigenaar van voertuigen Een andere mogelijkheid is dat de overheid eigenaar wordt van het materieel en het verhuurt of ter beschikking stelt aan de vervoerder. Dit is bijvoorbeeld de keuze van BRU en Overijssel bij de aanbesteding van hun trams. Het materieel is hier zo specifiek dat het bij de lijn hoort. Dit vraagt wel expertise van de overheid, over bijvoorbeeld omlooptijden, om het benodigde aantal voertuigen te bepalen. Daarnaast brengt eigendom van voertuigen ook een risico met zich mee. In Stadsgewest Haaglanden zijn na bezuinigingen veel minder bussen nodig dan aanvankelijk gedacht. Hierdoor heeft het stadsgewest meer bussen aangeschaft dan nu nodig zijn, dit betekent dat er te veel geld is uitgegeven wat niet of moeilijk terugverdiend kan worden. Hier staat tegenover dat, wanneer dit risico bij een vervoerder had gelegen de kosten hiervoor uiteindelijk ook bij de overheid komen. Overname door overheid bij einde concessie Een laatste tussenoplossing is dat de aanbestedende overheid de voertuigen aan het eind van de concessie overneemt en ter beschikking stelt aan de nieuwe vervoerder. Hierbij gelden ook de hierboven gemaakte opmerkingen over expertise die de overheid moet hebben en de explicitering van het risico dat ze met het eigendom loopt.

    Onderwerp: Toolbox Beter Bestek
    Webpagina 18-10-2011

  • Aanschaf nieuw materieel lopende de concessie

    Uitgaan van bestaand materieel, onderhandelen voor aanschaf Tijdens de concessie van de Stadsregio Arnhem Nijmegen, die ingaat in 2013, moeten aardgasbussen vervangen worden. Hier is de volgende oplossing voor bedacht. De biedende vervoerders gaan in hun aanbieding uit van het huidige aanbod. Ten tijde van de aanschaf, tijdens de nieuwe concessieperiode wordt besloten óf tot 2023 doorrijden met huidige aardgasbussen, óf vervanging waarbij wederom een overnameregeling wordt gehanteerd. Op dat moment kan worden gesproken over meerkosten voor hele andere type bussen, bijvoorbeeld waterstof. Hierdoor zijn de risico’s voor de vervoerder en de overheid beperkt, maar is er nog flexibiliteit om 7 jaar later gebruik te maken vande kennis en techniek van dat moment. Functioneel specificeren toekomstig materieel In Noord-Brabant speelt voor de concessie die in 2015 ingaat een gelijksoortig probleem, de bussen zullen in 2018 aan het eind van hun levensduur zijn. De provincie is voornemens om in het bestek al wel de functionele eisen voor de nieuw aan te schaffen bussen op te nemen. Door niet al te specifiek te zijn is er de mogelijkheid op het moment van aanschaf in te spelen op de nieuwste ontwikkelingen. Bij deze constructie moet in het hoofd gehouden worden dat de vervoerder een prikkel heeft om de goedkoopste voertuigen aan te schaffen. Door als overheid goed mee te kijken met de bepaling van life cycle cost, kan in onderhandeling tussen overheid en vervoerder het best passende materieel worden bepaald.

    Onderwerp: Toolbox Beter Bestek
    Webpagina 18-10-2011

  • Andere mogelijke oplossingen

    Duur van concessie op levensduur materieel afstemmen: 10 jaar Zoals eerder genoemd is de meest gewenste constructie afstemming tussen concessieduur en levensduur van het materieel. De overdracht van materieel van de ene naar de andere concessiehouder is namelijk geen eenvoudige zaak en vergt veel voorbereiding. Eigenlijk moet je daar al in de lopende concessie rekening mee houden. De overheid zal dan ook zelf over de nodige kennis van voertuigen moeten beschikken. Het advies is daarom om geen overdracht in te plannen, tenzij het niet anders kan zoals bij trolleybus of railvervoer. Nederlands standaardbus afspreken De Nederlandse opdrachtgevers kunnen een standaardbus definiëren en die uitvragen in concessies. Hiermee ontstaat meer ruimte om materieel uit te wisselen tussen verschillende concessies. Deze standaardbus moet wel voldoende ruim gespecificeerd zijn dat verschillende leveranciers er aan kunnen voldoen. Daarbij kunnen bepaalde standaard opties worden opgenomen die overheden de mogelijkheid geven om hun eigen keuzes te maken met betrekking tot materieel. Eisen aan voertuigen flexibeler maken dmv complexer gunningsmodel In plaats van harde eisen kan ook het gunningsmodel gebruikt worden om materieel uit te vragen. Wanneer de specifieke eigenschappen worden gewaardeerd met punten in het gunningsmodel, geeft dit een inschrijver de mogelijkheid om hiervan af te wijken als dat beter aansluit bij materieel dat hij voor de concessie kan gebruiken. Hoge eisen niet laten gelden voor al het materieel Wanneer hoge eisen aan het materieel worden gesteld worden de kosten navenant hoger. Dit is specifiek het geval wanneer deze eisen ook worden gesteld aan voertuigen die relatief weinig worden ingezet, zoals vervangingsbussen of versterkingsritten. Het is daarom raadzaam minder dwingende eisen op te leggen voor bussen voor dergelijke ritten die een zeer beperkt aantal uren per dag rijden in een concessie. Dat kan door een percentage van het totaal te accepteren dat niet conform de strengste eisen is uitgevoerd. Dat levert een aanzienlijke kostenbesparing op voor de vervoerder die de overheid terug ziet in een lagere prijs.

    Onderwerp: Toolbox Beter Bestek
    Webpagina 18-10-2011