Zoeken

Integrale planning & MIRT (22 resultaten)

Centraal element is de samenhang tussen ruimtelijke projecten, infrastructuur en (openbaar) vervoer. Lees meer...

Voorbeelden zijn:

  • ontwikkeling van de nationale landschappen;
  • mainport Schiphol;
  • Noord- en Zuidvleugel;
  • verdere ontwikkeling van Almere, Zuidoost Brabant en Noord Limburg;
  • Haags Mobiliteitsplan;
  • ontwikkeling Eindhoven.

Ontwikkelingen

Steeds meer komt de samenhang in de plannen centraal te staan. Niet alleen tussen ruimte en mobiliteit, maar ook aspecten als waterberging en ecologische kwaliteit vallen hieronder. Het Rijk zoekt via de gebiedsagenda’s en het MIRT de samenwerking met de regio’s op. De gebiedsagenda’s proberen op hoofdlijnen de gewenste ontwikkelingen in een regio vast te leggen (en wat daarbij de belangrijkste knelpunten zijn. Bij de opgaven uit het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport) worden grootschalige ruimtelijke projecten in samenhang met elkaar voorbereid en uitgevoerd. Provincies en regio’s kunnen MIRT-investeringen voorfinancieren en ze zullen vaker het voortouw nemen en de eindverantwoordelijkheid hebben.

Er lopen tegelijkertijd ook nog discussies over:

Het KpVV begeleidt de decentrale overheden in deze complexe materie.

Gevonden in de kennisbank:

  • OV/RO-model Arnhem Nijmegen.

    Er wordt nog gewerkt aan het model. Zo snel mogelijk komt het model hier vrij beschikbaar. In opdracht van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen en in overleg met het KpVV is de factsheet ontwikkeld door Van der Staak Business Logic BV en STEC groep BV. Het model is gebouwd door Rebel Group en is aangepast voor publicatie door STEC groep.De onafhankelijke toetsing heeft plaatsgevonden onder de verantwoording van hoogleraar Erwin van der Krabben (Vastgoed en Locatieontwikkeling) en onderzoeker Sander Lenferink van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Onderwerp: Integrale planning & MIRT
    Instrument 1-06-2013

  • Milieu effect rapportage

    Betr.: Update van Instrument maart 2008 Beschrijving Er zijn twee aan elkaar gerelateerde vormen van een m.e.r. (milieueffectrapportage): project-m.e.r. en plan-m.e.r. In het jargon is er onderscheid tussen het rapport (de MER) en de procedure (de m.e.r.) Sinds 2004 is de plan-m.e.r. (voorheen strategische milieubeoordeling, oftewel SMB) aan de bestaande project-m.e.r.-procedure (voorheen ook wel besluit-m.e.r genoemd) toegevoegd. De plan-m.e.r. vloeit voort uit Europese regelgeving die sinds 21 juli 2004 van kracht is. De plan-m.e.r. gaat vooraf aan de project-m.e.r. De plan-m.e.r. heeft betrekking op de beoordeling van plannen en programma’s op een abstracter niveau en in een eerder stadium dan de project-m.e.r.. Ook zonder plan-m.e.r. kan er een project-m.e.r. plaatsvinden. Project-m.e.r. bestaat veelal uit gedetailleerder onderzoek naar de gevolgen van het project voor lucht, water, bodem, emissies, gezondheid, flora en fauna, archeologisch erfgoed, veiligheid etc. en het bieden van inspraak- en overlegmogelijkheden op verschillende momenten. In het MER-onderzoek dienen de effecten op de genoemde aspecten onderzocht te worden van verschillende alternatieven. De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage adviseert sinds 1987 de beslissingsbevoegde overheidsinstanties (zoals bijvoorbeeld ministeries, provincies en gemeenten, maar ook waterschappen) over de kwaliteit van de informatie in een milieueffectrapport. Doel en doelgroepen De plan- en project- m.e.r. kennen meer achterliggende doelen: Meer draagvlak voor het plan/project. Afstemming van procedures, wat tijdwinst oplevert. De aandacht voor het milieu vergroten bij alle betrokkenen. De aanwezige kennis en informatie efficiënt gebruiken. Zorgen dat het milieu een goede plaats krijgt in de besluitvorming. Een beter plan/besluit. Doel van de plan-m.e.r. is om plannenmakers te dwingen om al in een vroegtijdig stadium van de planvorming na te denken over de milieugevolgen en deze mee te nemen bij het maken van strategische keuzen. De belangrijkste beslissingen over de invulling van een project met de bijbehorende consequenties voor milieu worden immers al in de planfase van een project genomen. Op deze manier wordt in een vroegtijdig stadium duidelijk welke effecten te verwachten zijn. Vervolgens kunnen deze bij de ontwikkeling van een gebied zoveel mogelijk worden beperkt. Daarnaast kunnen kansen optimaal worden benut. De project-m.e.r. heeft als doel om de milieugevolgen van een project mee te laten wegen in de besluitvorming over een project. Een project-milieueffectrapport is noodzakelijk voor het verkrijgen van een vergunning die aangevraagd wordt voor de bouw van een chemische fabriek tot de aanleg van grote infrastructurele werken zoals een Hoge Snelheidslijn en de uitbreiding van Schiphol. ToepassingWettelijke en bestuurlijke plannen die m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten mogelijk maken of waarbij significante effecten van de geplande ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten kunnen worden, dienen onderworpen te worden aan een beoordeling van milieueffecten (plan- en project-m.e.r.). In Nederland is de (plan- en project-)m.e.r. wettelijk verplicht voor grote projecten, zoals de aanleg van spoorlijnen, wegen, woonwijken, bedrijventerreinen, elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsinstallaties. Een (plan- en project-)m.e.r. is ook op vrijwillige basis toe te passen.De plan-m.e.r. wordt uitgevoerd bij nationale, provinciale en regionale verkeers- en vervoersplannen. Resultaat is een milieurapport met kansen en beperkingen voor milieuaspecten in het ruimtelijk ontwerp of gewenste maatregelen. Besluitvorming vindt gelijktijdig plaats met het rapport van de plan-m.e.r.. Belangrijk is om zo vroeg mogelijk, en bij voorkeur gelijktijdig met de planvorming, te starten met de plan-m.e.r. Inzichten met betrekking tot milieuconsequenties kunnen dan direct worden meegenomen. De benodigde informatie kan in een latere fase grotendeels worden gebruikt voor de project-m.e.r.. Te betrekken partijenOverheden, milieuorganisaties en bedrijven/instellingen die voornemens zijn een (bouw)project op te starten. WijzigingenEr worden jaarlijks diverse wijzigingen in de wet doorgevoerd. Een overzicht van de gevolgen hiervan op de m.e.r. vindt u op de site van Infomil en van de Commissie voor de m.e.r. Praktijkvoorbeelden Provinciaal Omgevingsplan Groningen Strategische Milieubeoordeling Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan Noord-Brabant Meer informatie De Commissie voor de milieueffectrapportage. Vanuit het Rijk vindt u vooral informatie over de besluit-m.e.r. op de website van InfoMil. KpVV bericht over de SMB 'ruimtexmilieu' voor informatie over integraal beleid. Europa decentraal over de wetswijzigingen

    Onderwerpen: Planvorming, Planning en organisatie, Integrale planning & MIRT
    Instrument 23-07-2012

  • KpVV-bericht nr. 114: Regels rond parkeren in Wro aangepast

    In KpVV-bericht 90 (maart 2010) hebben we gemeld dat er problemen waren met het regelen van parkeren onder de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (Wro). Vooral het gebrek aan flexibiliteit was het probleem. We hebben toen beloofd u van nieuwe ontwikkelingen op de hoogte te houden. En die nieuwe ontwikkelingen zijn er. Via de Wro en bestemmingsplannen kun je parkeren net zo flexibel regelen als dat kon (en nog steeds kan) via de bouwverordening. En verder is een fietsenberging weer verplicht.

    Onderwerpen: Integrale planning & MIRT, Wet- en regelgeving
    Publicatie 28-06-2012

  • KpVV-bericht nr. 116: Meer taken naar decentrale overheden

    Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Dit voorjaar heeft het Rijk de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) uitgebracht. De SVIR bevat de visie van het Rijk op het gebied van mobiliteit, bereikbaarheid, ruimte, milieu en leefbaarheid. Centraal staat: meer taken naar provincies en gemeenten. Dit KpVV-bericht gaat daar op in. Aan het eind van dit bericht staat een overzicht van KpVV-producten die kunnen helpen bij die extra taken.

    Onderwerpen: Integrale planning & MIRT, Planvorming
    Publicatie 28-06-2012

  • KpVV Bericht nr. 64: De mobiliteitsscan. Hoe een harde noot te kraken

    Mobiliteit moet meer en beter bij ruimtelijke planning en uitvoering worden betrokken. Daarvan is iedereen die zich met Ruimte en Ontwikkeling (RO) of met mobiliteit bezighoudt wel overtuigd. Goede bereikbaarheid is essentieel voor wonen, werken, recreatie en winkelen. Goede ruimtelijke keuzes zorgen voor een efficiënt gebruik van verkeersruimte en mobiliteit. Vandaar dat ook in alle nationale, provinciale en regionale verkeersnota’s staat dát het moet gebeuren. En we vinden dat al zeker 25 jaar. Dit KpVV-bericht gaat over de mobiliteitsscan als hulpmiddel om vragen te beantwoorden.

    Onderwerpen: Mobiliteitsscan, Integrale planning & MIRT
    Publicatie 14-06-2011

  • De betekenis van de Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) voor het verkeer- en vervoersbeleid (VVB)

    Ruimtelijke ordening en mobiliteit zijn nauw verweven. De nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) verandert een aantal spelregels die ook van belang zijn voor professionals in het werkveld mobiliteit. Om die reden hebben we de Wro-brochure ontwikkeld, toegesneden op deze doelgroep. De brochure biedt een overzicht met voorbeelden van wat u als verkeerskundige moet weten over de nieuwe Wro. De Wro is nog in ontwikkeling en bepaalde onderwerpen zijn (nog) niet uitgekristalliseerd. Discussies over de betekenis van de Wro voor bijvoorbeeld het parkeerbeleid zijn nog volop gaande en bieden nog geen eenduidig perspectief op dé ideale gang van zaken. Wij houden u op de hoogte van relevante ontwikkelingen.

    Onderwerp: Integrale planning & MIRT
    Publicatie 25-11-2010

  • MAXLuPo: Integratie van mobiliteitsmanagement en ruimtelijke ordening, aanbevelingen en tips

    Mobiliteitsmanagement is heel effectief als het een plek krijgt in het planningsproces. Deze publicatie geeft aanbevelingen en tips over het integreren van mobiliteitsmanagement in de ruimtelijke ordening en het bouwvergunningsproces. De maatregelen zijn afkomstig uit de dagelijkse praktijk en omvat cases uit heel Europa en de Verenigde Staten. Ze zijn interessant voor verkeerskundigen, planologen en politici die actief in willen zetten op duurzame mobiliteit, minder autogebruik en leefbare steden. MAX-projectDe publicatie is ontwikkeld binnen het Europese project MAX. In de bijlagen (Engelstalig) vindt u uitgebreide casebeschrijvingen.

    Onderwerpen: Aanpak, Beleid, Slimme mobiliteit, Recreatie, Woongebieden, Integrale planning & MIRT, Stadscentra & Winkelgebieden
    Publicatie 30-08-2010

  • KpVV-bericht nr. 93: Duurzame stad (g)een fata morgana.

    Hoe ziet een duurzame stad er uit? Hoe kun je steden duurzaam maken? En hoe bewegen we ons daar? Dit soort vragen stonden centraal in het project ‘Duurzame stad’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Tijdens een afsluitend congres bleek dat een duurzame stad haalbaar is als we er hard aan werken. Een hoofdrol is weggelegd voor de elektrische auto en duurzame mobiliteit. De sector verkeer was opvallend afwezig. In dit bericht een verslag van de resultaten, met het accent op mobiliteit.

    Onderwerpen: Integrale planning & MIRT, Energie, Klimaat, Planning en organisatie
    Publicatie 12-06-2010

  • Programma Stedenbaan zet in op de trein

    Beschrijving Stedenbaan is een ontwikkelingsprogramma dat de hoofdspoorlijnen in stedelijk gebied van Zuid-Holland beter wil benutten door: hoogfrequente, comfortabele metroachtige stoptreinen; beter voor- en natransport naar/van stations; intensiever grondgebruik in de omgeving van stations. Dit voorbeeld is 1 van de 10 praktijkvoorbeelden over duurzame mobiliteit. Doel en doelgroep Bestaande stedelijke structuren en treinverbindingen verbeteren en beter benutten, het bevorderen van duurzame mobiliteit en het beperken van verstedelijkingsdruk in landelijk gebied. Een voorbeeld van hoe ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur op elkaar kunnen worden afgestemd. Dit voorbeeld is bedoeld voor beleidsmedewerkers afdeling verkeer, RO en milieu. Meer informatie Meer informatie over deze reeks van 10 praktijkvoorbeelden vindt u in het schema 'Met sprongen en ladders naar duurzame mobiliteit'. Voor vragen: jurgen.dehaan@kpvv.nl 06 - 524 72 351Beeno Radema, Programmabureau Stedenbaan, Telefoon: 06 183 09 757, E-mail: b.radema@stedenbaan.nl Website: www.stedenbaan.nl

    Onderwerpen: Stationsomgeving & Knooppunten, Schone voertuigen, Slimme mobiliteit, Planning en organisatie, Integrale planning & MIRT
    Praktijkvoorbeeld 11-12-2009

  • KpVV Bericht nr. 79: Bedrijven Investeringszones voor een betere locatiebereikbaarheid

    Sinds 1 mei 2009 is de Experimentenwet Bedrijven Investeringszone (BI-zone) van kracht. Die wet maakt het mogelijk voor bedrijventerreinen en winkelgebieden een BI-zone op te richten als pilot. In een BI-zone betalen alle ondernemers mee aan die activiteiten waar de bedrijven zelf behoefte aan hebben. Vaak gaat het om veiligheid en groen. Een BI-zone maakt het ook mogelijk om de bereikbaarheid van het gebied te verbeteren. De wet maakt de uitvoering van gezamenlijke initiatieven makkelijker. In dit KpVV Bericht leest u meer over verbetering van de locatiebereikbaarheid.

    Onderwerpen: Aanpak, Schone voertuigen, Bedrijventerreinen, Integrale planning & MIRT
    Publicatie 20-07-2009

  • IVO Excursie Köln

    Vijftien leden van het ambtelijk Verkeersoverleg van de VNG namen de laatste vrijdag en zaterdag van maart 2009 deel aan de excursie naar Keulen en Dusseldorf, die door KpVV voor het IVO werd georganiseerd. Tijdens deze excursie hoorden we meer over: Masterplan Köln (een particulier initiatief), presentatie Jörg Beste Umweltzones Köln, presentatie Luftreinhalteplan Keulen door Franz W. Iven fietsverhuurssysteem in Dusseldorf. Meer informatie vindt u in het beknopt (sfeer-)verslag, met in de bijlage de achtergrond informatie

    Onderwerpen: Integrale planning & MIRT, Lucht, Schone voertuigen
    Terugblik 27-03-2009

  • Stedenbaanpilots Zuidvleugel Randstad 2005-2008

    Doel het inzichtelijk maken van de meerwaarde van Stedenbaan; het monitoren en leren van elkaar; een effectieve inzet van de beschikbare middelen door inzicht te krijgen in de Stedenbaan als facilitator van de realisatie van de pilots. Doelgroep Bestuurders, projectleiders en beleidsmedewerkers. Beschrijving Van de Stedenbaan zijn de volgende beleidsdocumenten beschikbaar: Stedenbaanmonitor Uitvoeringsovereenkomst Stedenbaan Zuidvleugel Nadere overeenkomst: Ketenmobiliteit – P+R Nadere overeenkomst: Ketenmobiliteit – Fiets Het document bevat een aantal pilotprojecten die ieder als praktijkvoorbeeld kunnen worden gezien. Het zijn voorbeelden van de gezamenlijke ontwikkeling van Stedenbaanlocaties. Er zijn meerdere partijen bij betrokken die samen tot een besluit moeten komen. Ieder voorbeeld bevat feiten en interviews met bestuurders en projectleiders. Sommige ervaringen blijken specifiek voor een locatie te gelden, anderen worden bij meerdere projecten beleefd. Een aantal generieke ervaringen wordt verder uitgediept en naast elkaar gezet met mogelijke oplossingsrichtingen. Aan het woord komen projectleiders en wethouders van:Pilot Sassenheim P 6Pilot Den Haag Moerwijk P 14Pilot Delft-Zuid P 22Pilot Schiedam Kethel P 30Pilot Schiedam Schieveste P 38Pilot Maasterras P 46Pilot Dordrecht Zuidpoort P 54Pilot Gouweknoop P 58Pilot Bleizo P 66Pilot Den Haag Binckhorst P 74 Na de pilots volgen een aantal waardevolle tips over:Stedenbaan Uitdaging #1: Markt en overheid P 82Stedenbaan Uitdaging #2: Over UE C’s, lobby’s en lounges P 88Stedenbaan Uitdaging #3: Samen stations ontwikkelen P 94Stedenbaan Uitdaging #4: Min+min = Financiering? P 100Stedenbaan Uitdaging #5: Creatief met milieu P 104 Meer informatie Lodewijk LacroixProgrammadirecteurT: 070-7501636l.lacroix@haaglanden.nlwww.stedenbaan.nl

    Onderwerpen: Samenwerking, Parkeer en reis, Integrale planning & MIRT, Stationsomgeving & Knooppunten, Toegankelijkheid
    Praktijkvoorbeeld 23-07-2008

  • Congres Ruimte & Mobiliteit 6 maart 2008

    Naast een korte terugblik op het in maart 2008 afgelopen programma Programma Ruimte & Mobiliteit is in het congres op 6 maart 2008 met name vooruit gekeken in de toekomst. Wat zijn de laatste actualiteiten? Op welke manieren blijft het thema ‘’Bundeling van Ruimte & Mobiliteit” op de agenda’s staan van de partners van het programma? En hoe kunt en gaat u zelf verder? Presentaties: 1. Nieuwe kansen door het MIRT: - Pilot MIRT-verkenning Zyuidoostvleugel BrabantStad, Helma van Oosterhout en Gerben Steenhof (MIRT-pilot ZuidOost Brabant) Verslag van de presentatie 2. Ontwerpend onderzoeken met bereikbaarheid: - Samen ontwerpen aan bereikbaarheid, Jorien-Cornelissen en Jaap Meindersma (gemeente Almere) Thoma Straatemeier (UVA) Chritiaan Kwantes (Goudappel Coffeng) - Waarom Mobiliteitsscan, Fons van Reisen (Royal Haskoning) - Mobiliteitsscan, deel 2 Toepassing kantoren regio Utrecht, Rob Tiemersma (gemeente/regio Utrecht) Verslag van de presentatie 3. Regionaal openbaar vervoer in de ruimte: - Ratio van de Regio, Noodzaak van openbaar vervoer, Rob van der Bijl (R&M) - De hoogste tijd voor echte liefde!, Ellen Lastdrager-van der Woude (Twynstra Gudde) Verslag van de presentatie 4. Succesvol Samenwerken: - Succesvol Samenwerken in & aan Hart-van-Zuid Rotterdam, Fred Meerhof (Twynstra Gudde) Bertus Postma (DS&V Rotterdam) Verslag van de presentatie

    Onderwerp: Integrale planning & MIRT
    Terugblik 31-03-2008

  • Einde aan de vrijblijvendheid

    Nog te vaak worden nieuwe locaties ontwikkeld op plaatsen die slecht bereikbaar zijn voor auto, openbaar vervoer of fiets. Rijk en provincies moeten sterker gaan sturen op de situering van nieuwe locaties door vooraf in structuurvisies vast te leggen waar wel en waar niet een nieuwe locatie ontwikkeld mag worden. De Raad voor Verkeer en Waterstaat wil met het advies Locatiebereikbaarheid aandacht vragen voor de aanpak van bereikbaarheidsproblemen bij werklocaties en locaties van publieke voorzieningen zoals scholen en ziekenhuizen. Samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven en het nemen van ieders verantwoordelijkheid is noodzakelijk om tot effectieve maatregelen te komen. Vrijblijvendheid werkt averechts. Daarom adviseert de Raad om niet-vrijblijvende samenwerkingsverbanden zoals parkmanagement, verplicht te stellen en bereikbaarheid hierin op te nemen.

    Onderwerpen: Mobiliteitsmanagement, Planvorming, Verplaatsingen voorkomen, Integrale planning & MIRT
    Publicatie 17-01-2008

  • Bundeling: een gouden greep?

    Al een halve eeuw blijkt bundeling een ijzersterk concept in de ruimtelijke planvorming. Waarin schuilt de kracht, waarom is het zo bruikbaar gebleken in Nederland? En is er nog toekomst voor bundeling, gezien trends als toenemende versnippering en automobiliteit? In dit boek vindt u de antwoorden. Dit boek is een samenwerking van het Programma Ruimte en Mobiliteit, Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM), het ministerie van Verkeer en Waterstaat en het Nederlands Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (Nirov.).

    Onderwerp: Integrale planning & MIRT
    Publicatie 1-10-2006