Zoeken

Bedrijventerreinen (50 resultaten)

Mobiliteitsmanagement bij werkgevers staat volop in de belangstelling. Bereikbaarheid is volgens de Sociaal-Economische Raad (SER) niet alleen een zaak van de overheid, maar ook van het bedrijfsleven. Lees meer...

Werkgevers en werknemers hebben baat bij mobiliteitsmanagement. Ze moeten hier aan meewerken op niet-vrijblijvende basis.

In 2007 wilde het Rijk mobiliteitsmanagement minder vrijblijvend maken. Dit deden ze via een aan de Wet milieubeheer en mobiliteitsmanagement gekoppelde ministeriële regeling. De werkgeverskoepels zagen hun verantwoordelijkheid, maar waren huiverig voor een wettelijke verplichting.

De SER heeft vervolgens advies uitgebracht. In 2008 is een taskforce ingesteld die hier uitvoering aan moest geven. In 2011 zijn de activiteiten gebundeld in het Platform Slim Werken Slim Reizen en in 2012 bepaalt het Rijk of dit voldoende oplevert.

Meer informatie staat in de kennispagina Bedrijventerreinen.

Gevonden in de kennisbank:

  • Maastricht Bereikbaar: ervaringen met Slim Werken Slim Reizen

    Deze publicatie bevat de leerervaringen van het programma Maastricht Bereikbaar, dat in 2008 is gestart vanwege de aanleg van een tunnel in de A2, dwars door Maastricht. Maastricht Bereikbaar kenmerkt zich door een gestructureerde, programmatische aanpak: van start naar succes. De werkwijze van Maastricht Bereikbaar is gebaseerd op de Handreiking Slim Reizen van het KpVV. Deze procesaanpak beschrijft de zeven gouden regels, principes en stappen om mobiliteitsmanagement gestructureerd op te zetten. Deze handreiking vormde het vertrekpunt van de aanpak in Maastricht. De publicatie Maastricht Bereikbaar laat zien hoe je thema’s als 'vraagbeïnvloeding', 'gedragsverandering' en 'slim werken slim reizen' kunt inzetten om lokale knelpunten op te lossen. De publicatie is te gebruiken als startpunt voor een nieuwe benadering van mobiliteit.

    Onderwerpen: Aanpak, Bedrijventerreinen, Wegwerkzaamheden
    Publicatie 5-06-2013

  • Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Slim werken slim reizen

    Sleutel om belangen maatschappij en werkgevers te verbinden Werkgevers kunnen kostenbesparingen realiseren met 'slim werken en slim reizen'. Bij werkgevers die alleen thuiswerken invoeren daalt de werkplekbezetting. Pas wanneer ze overgaan op flexibele werkplekconcepten komt kostenbesparing in beeld. Dat levert meer flexibiliteit voor medewerkers op, terwijl het werkgevers een duurzamer imago geeft. De overheid heeft hier ook profijt van, omdat de combinatie van slim werken en slim reizen bijdraagt aan een betere bereikbaarheid. Overheden kunnen mobiliteitsmanagement daarom inzetten in de onderhandeling met werkgevers over bereikbaarheid en parkeren. En kunnen zelf het goede voorbeeld geven. Uit deze editie van het Dashboard duurzame en slimme mobiliteime blijkt verder dat: de gemiddelde kosten voor een kantoorwerkplek € 11.211 per jaar per medewerker kosten en dat deze werkplek slechts voor 55% in gebruik is; de gemiddelde kosten voor mobiliteit per medewerker €3.1.42 per jaar bedragen en dat een leaseauto per jaar gemiddeld € 11.029 kost; werkgevers meer investeren in mobiliteit dan de overheid. Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Slim werken slim reizen Databron: Benchmark Slim Werken Slim Reizen 2012 - Mobiliteit.NU

    Onderwerpen: Slimme mobiliteit, Bedrijventerreinen
    Publicatie 24-10-2012

  • Slim reizen: Hoe Europese landen, steden en regio’s gedrag beïnvloeden

    De publicatie bevat een selectie van buitenlandse praktijkcases en een visie over hoe mobiliteitsmanagement zich in Nederland verder kan ontwikkelen. Deze visie is tot stand gekomen op grond van gesprekken met deskundigen uit binnen- en buitenland. Soms belichten die praktijkcases mogelijkheden of maatregelen die belangrijk voor ons zijn, maar nog onbekend zijn. Een andere keer blijkt dat iets wat in Nederland moeizaam gaat, juist goed aanslaat in een ander land. En andersom ook: nog steeds is er internationaal gezien belangstelling voor wat er in Nederland gebeurt. Soms ook met een kritische noot. Als national focal point van het European Platform on Mobility Management (EPOMM) heeft het KpVV de afgelopen jaren regelmatig nuttige ideeën opgedaan uit het buitenland. Die inspiratie wil het KpVV doorgeven aan anderen. Want uit internationale uitwisseling van kennis en ervaringen blijkt telkens weer: er valt veel van elkaar te leren. Op het bijbehorende blog vindt u: uitgebreider overzicht van cases; uniek video- en beeldmateriaal; doorverwijzingen voor meer informatie.

    Onderwerpen: Aanpak, Reisgedrag, Bedrijventerreinen
    Publicatie 19-09-2012

  • Pashoudersonderzoek Utrecht Bereikbaar 2009 en 2010

    Rapportage van het onderzoek naar het gebruik van de Utrecht Bereikbaar pas. Deze pas werd ingezet door grote werkgevers in Utrecht. Daarmee verminderden ze de overlast die ontstond tijdens grootschalige wegwerkzaamheden in en rond Utrecht. Lees meer over de Utrecht Bereikbaar pas in KpVV bericht nr 107.

    Onderwerpen: Bedrijventerreinen, Wegwerkzaamheden
    Publicatie 3-11-2011

  • Achtergronden: Bedrijventerreinen

    Veel bedrijven en kantoren zijn gevestigd in monofunctionele gebieden. Deze zijn over het algemeen goed toegankelijk per auto. Bedrijventerreinen liggen buiten de woonwijken, zijn extensief bebouwd en slecht ontsloten per openbaar vervoer. Ze bestaan voor een deel uit productiebedrijven, logistieke bedrijven, autobedrijven en bouwmarkten. Kantoorparken liggen in de stad bij een ov-knooppunt (met inpandig parkeren) of langs de autosnelweg (met ruime parkeerterreinen). Toch doen zich in beide gevallen bereikbaarheidsproblemen voor. Bedrijven spreken vaak als eerste de overheid hierop aan. Maar alleen met samenwerking kunnen overheden en bedrijven de problemen oplossen. Alle partijen moeten beseffen dat een deel van de oplossing bij henzelf ligt. Actoren en hun belangen werkgevers Mobiliteit is vooral een randvoorwaarde. Hun belangen zijn: beheersen van vervoerkosten, aanpak parkeerproblemen of onbereikbaarheid met openbaar vervoer, betere arbeidsvoorwaarden rond woon-werkverkeer, ziekteverzuim, telewerken enzovoort. Veel bedrijven hebben daarnaast belangstelling voor duurzaam ondernemen. werknemers en bezoekersKeuzevrijheid is belangrijk: heb je de keus om anders dan alleen met de auto op het werk te komen? Werkgevers kunnen diensten inkopen op dit vlak: bijvoorbeeld reisinformatie, ov-abonnementen, leasescooters, telewerken en mobiliteitsbudgetten. bedrijvenverenigingen Vereenvoudig het contact tussen overheid en bedrijven. Dit loopt uiteen van een lobbyclub tot parkmanagementorganisatie. Vaak zijn ze geen contractpartner en hebben ze beperkt mandaat. Maar ze zijn onmisbaar voor een gebiedsgewijze aanpak. aanbieders mobiliteitsdiensten Ov-bedrijven hebben alleen voor de allergrootste terreinen belangstelling. Directe contacten tussen werkgever en vervoerder zijn zeldzaam. Aanbieders van mobiliteitsdiensten onderhandelen direct met bedrijven als NFP, Vipre, Mobility Mixx en NS Business card. Soms gebeurt dat met een raamcontract voor het gehele gebied. overheid De overheid heeft diverse rollen: wegbeheerder (parkeermaatregelen, doorstroming verbeteren, aansluiting op het hoofdwegennet), groenbeheer, aantrekken van bedrijvigheid en milieuvergunningen. Mobiliteitsproblemen bedrijventerreinen Werknemers zonder auto kunnen er moeilijk komen; Pieken in ochtend- en avondspits; Openbare ruimte is slecht onderhouden, heeft geen ruimte voor voetgangers en fietsers en creëert gevoel van onveiligheid in het donker; Geparkeerde auto’s en vrachtauto’s; Hoge kosten bedrijfsvervoer vanaf een station; Overlast van garagebedrijven en bouwmarkten. Mobiliteitsproblemen kantoorparken langs de snelweg Layout is afgestemd op de auto met de hoofdingang bij het parkeerterrein (Amsterdam Zuidoost); Hoog autogebruik. Tekort aan parkeerplaatsen en/of parkeeroverlast in de omgeving (Rijnsweerd). Extreme pieken in ochtend en avondspits. Capaciteitsproblemen met aansluiting autosnelweg (Rivium). Oplossingen Veel werkgevers voeren mobiliteitsmanagement in. Diverse overheden stimuleren dit. Maatregelen van werkgevers Stimuleren van mobiliteitsmanagement. Gebiedsgerichte aanpak Op bedrijventerreinen en kantorenparken is er vaak behoefte aan samenwerking. Een groep bedrijven kan gezamenlijk een buslijn opzetten, carpool of vanpool organiseren of lobbyen voor een sociaal veilige fietsverbinding. Wanneer er gezamenlijke financiering nodig is, dan biedt parkmanagement of een Bedrijven Investeringszone (BI-zone) uitkomst. Aan een BI-zone moeten alle bedrijven meebetalen als de meerderheid voor is. Voor de Westpoortbus is een aparte stichting opgezet.

    Onderwerp: Bedrijventerreinen
    Kennispagina 23-06-2011

  • BI-zones: samen investeren in bereikbare bedrijventerreinen en winkelcentra

    In een Bedrijven Investeringszone (BI-zone) investeren werkgevers en gemeenten in een betere bereikbaarheid van bedrijventerreinen en winkelgebieden. Vanaf 1 mei 2009 maakt de BIZ-wet dit mogelijk. In een BI-zone betalen alle ondernemers mee aan die activiteiten waar de bedrijven zelf behoefte aan hebben. De activiteiten van een BI-zone zijn aanvullend op die van de gemeente. De gemeente stelt een heffing in en keert de opbrengst van de heffing uit aan de vereniging of stichting die de activiteiten namens de ondernemers uitvoert. De heffing is gekoppeld aan de Onroerend Zaakbelasting. Toepassing:Een BI-zone biedt mogelijkheden voor werkgevers en gemeenten om de bereikbaarheid van bedrijventerreinen te verbeteren en hier financiering voor te regelen. De BIZ-wet biedt een oplossing voor het free riderprobleem: een kleine minderheid blokkeert de wensen van de meerderheid. Dat is een groot probleem bij het opzetten van mobiliteitsmanagement op bedrijventerreinen. De volgende activiteiten kunnen in een BI-zone worden ondergebracht: bereikbaar: verkeers- en vervoersvoorzieningen, bewegwijzering; schoon: groenvoorziening, afvalinzameling, schoonmaak; heel: onderhoud, graffitiverwijdering; veilig: verlichting, brandveiligheid, surveillance, camerabewaking. Realiseren van een BI-zone: Het realiseren van een BI-zone begint met een informele fase. Daarin overleggen ondernemers met elkaar en met de gemeente. Gespreksonderwerpen zijn: locatie en omvang activiteiten middelen organisatie en uitvoering. De gemeente meet het draagvlak voor een BI-zone onder de vertegenwoordigde ondernemers. Een dubbele meerderheid is nodig: tenminste de helft van de bijdrageplichtige ondernemers spreekt zich uit; 2/3 daarvan is voor invoering; de WOZ-waarde van de voorstanders is groter dan die van de tegenstanders. Als er voldoende draagvlak is, richten de ondernemers een vereniging of stichting op, die de activiteiten zal uitvoeren. Ondernemers en de gemeente stellen een overeenkomst op. De gemeente maakt tot slot een verordening. Die legt naast bovengenoemde punten vast: welke ondernemers bijdrageplichtig zijn; de hoogte van de BIZ-heffing; de naam is van de stichting of vereniging. Te betrekken partijenDe ondernemers en de gemeente zijn formeel nodig bij de totstandkoming van een BI-zone. De ervaring leert dat een onafhankelijke trekker een voorwaarde is voor succes. Deze persoon houdt tijdens het informele en het formele traject contact met ondernemers en met de gemeente, verbindt partijen met elkaar en motiveert voortdurend de meerwaarde van een BI-zone. Vastgoedbeheerders hebben belang bij een goede locatiebereikbaarheid. Een goede bereikbaarheid verhoogt de vastgoedwaarde. Door in de (her)ontwikkelingsfase samen te werken met vastgoedpartijen samen te werken, kan worden bereikt dat zij meebetalen aan vervoersvoorzieningen. Een mobiliteitsmanager is nodig om het onderdeel bereikbaarheid in een BI-zone uit te werken. De mobiliteitsmanager onderhoudt contacten met vervoersautoriteiten, vervoerders en aanbieders van mobiliteitsdiensten. AandachtspuntenTot 1 januari 2012 is het mogelijk om een BI-zone te starten. Het aantal praktijkexperimenten is onbeperkt. De ervaringen in het buitenland laten zien dat het oprichten van een BI-zone ongeveer 12 tot 24 maanden kost. Deze tijd is nodig om de activiteiten uit te werken, draagvlak te creëren onder de betrokken ondernemers en afspraken te maken met de gemeente. De experimentenwet loopt tot 1 januari 2015. Het ministerie van EZ heeft de wet positief geëvalueerd en wil de wet permanent maken. Parkmanagement Een BI-zone kan worden gezien als een wettelijke regeling voor parkmanagement. Bij parkmanagement ligt de nadruk op beheerszaken (groen, veiligheid en bewegwijzering). BI-zones bieden betere mogelijkheden om bijvoorbeeld te investeren in vervoer en bereikbaarheid. PraktijkvoorbeeldenIn de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Duitsland is er ervaring met de zogenaamde Business Improvement Districts (BIDs). Een goed voorbeeld van een BID waarin bereikbaarheid een rol speelt, is Better Bankside in Londen. In Nederland is er inmiddels ervaring met mobiliteit in parkmanagement. Voorbeelden zijn: Goudse Poort in Gouda (collectief vervoer, gezamenlijke inkoop vervoer, koppeling bereikbaarheid aan vastgoedwaarde) Medel in Tiel (collectief vervoer, carpool, fiets) Waarderpolder in Haarlem (fiets, OV, carpool) High Tech Campus in Eindhoven (collectieve parkeervoorzieningen) Meer informatie Website over BI-zones Dossier Bedrijven Inversteringszone (ministerie van Economische Zaken) Evaluatie Experimentenwet Bedrijven Investeringszones (toegevoegd 13 febr. 2013) Wettekst Vragen en antwoorden Publicatie 'BID: ondernemersinitiatief beloond' BID's in het Verenigd Koninkrijk

    Onderwerpen: Mobiliteitsmanagement, Financiering, Bedrijventerreinen
    Instrument 22-02-2011

  • Science Park Amsterdam

    Beschrijving Ingeklemd tussen de spoorlijn, de A10 en enkele woonwijken ligt in Amsterdam Oost het Science Park. Dit gebied, met nu al belangrijke wetenschappelijke instellingen als de UvA en het NIKHEF, moet de komende jaren uitgroeien tot een op wetenschap georiënteerd centrum met meer dan 10.000 arbeidsplaatsen (nu: 1.400), woningen, hotels en wetenschappelijke instituten. Science Park is moeilijk bereikbaar. Er is geen afslag vanaf de A10. De opening van het station liet op zich wachten. Een busverbinding onderhoudt de verbinding met station Amstel. De enige toegang is via een woonwijk en een smal tunneltje onder het spoor. Het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) verbindt de verdere groei van het gebied daarom aan: een meer directe aansluiting op de A10 een station (in 2010 geopend) betere busverbindingen, B-norm voor parkeren op het terrein mobiliteitsmanagement op het terrein om het autogebruik te beperken en parkeeroverlast tegen te gaan. Al deze punten zijn opgepakt in samenhang met de verdere uitwerking van het SPvE. Een belangrijke succesfactor is de cultuur bij de bedrijven die gevestigd zijn of zich willen vestigen. Deze is niet extreem op de auto gericht (al zijn er ook succesvolle ‘spin-off’s waar de Porsches voor de deur staan). Verkeer.Advies heeft een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld. Dat geeft als doel voor de aanpak aan; het bereiken van een verschuiving in de modal shift, met een uitgebreid pakket wordt gedacht aan een verschuiving van 10 á 20% ten nadele van de automobilist. Om aan milieudoelstellingen te voldoen is het plan ook gericht op een CO2 reductie. Daartoe wordt apart aandacht besteed aan het aantal gereden autokilometers in het woon-werkverkeer. Het handhaven van de strakke B-norm voor het parkeren kan tot gevolg hebben dat in de omliggende wijken parkeeroverlast ontstaat. De verantwoordelijken hechten eraan ook op overlast te monitoren. Effect Goed bereikbare locatie met gecontroleerd aantal auto’s; Geen parkeeroverlast omliggende woongebieden; 10 tot 15% minder autosolisten (t.o.v. referentiesituatie). Meer informatie Meer informatie kunt u inwinnen bij Wouter Verkerk (Verkeer.Advies), tel. 020 – 430 2599 of Cor Brandsema (dRO), tel. 020 – 552 7845.

    Onderwerp: Bedrijventerreinen
    Praktijkvoorbeeld 10-02-2011

  • Telewerken

    Mobiliteitsmaatregel Wijziging febr. 2011: Nieuwe literatuurverwijzingen toegevoegd. Telewerken is de maatregel met misschien wel de grootste potentie om structureel problemen rond congestie en leefbaarheid in de steden aan te pakken. De moderne techniek maakt het mogelijk dat steeds meer typen werk niet meer op de werkplek uitgevoerd hoeven worden. Telewerken moet gefaciliteerd worden door de werkgever, de keuze ligt vaak bij de individuele werknemer. De rol van de overheid is meer op afstand, maar ook erg dichtbij: binnen de eigen organisatie. Omschrijving Volgens cijfers van het CBS doet 19% van de werknemers in Nederland één of meer dagen aan telewerken. Telewerken is een bijzondere vorm van het thuiswerken (waar werknemers meer incidenteel bij betrokken zijn). Het veronderstelt ICT-voorzieningen en een adequaat ingerichte werkplek thuis. Het veronderstelt ook afspraken op de werkvloer met leidinggevenden en collega’s om daadwerkelijk vanaf afstand te kunnen werken. Telewerken is vooral geschikt voor kenniswerkers. Nut De voordelen van thuiswerken liggen op vele fronten: Telewerken wordt door de werknemers bijzonder gewaardeerd omdat ze privé en werk beter kunnen combineren en verlost zijn van de vaak lange woon-werkreis. Aansluiten op de behoefte van werknemers is voor bedrijven een centrale reden om telewerken mogelijk te maken. Bijkomend voordeel voor de bedrijven is een lager ziekteverzuim. Telewerken scheelt het bedrijf op den duur aanzienlijk in werkplekken en parkeerplekken. Vaak wordt telewerken gecombineerd met het flexibele kantoor, zoals bij Interpolis. De investeringen die werkplekken thuis vergen vallen in het niet bij een werkplek op kantoor. Opvallend is echter dat nog slechts weinig bedrijven deze voordelen calculeren, zelfs niet bij het bekende Interpolis. Telewerken spaart direct een woon-werkverplaatsing uit. Eén keer in de week telewerken levert 20% minder verplaatsingen op. De impact is des te groter als de telewerkdagen gelijkmatig verdeeld zijn over de week. Bedrijven besparen zo op reiskosten. Besparingen op mobiliteit is echter voor slechts weinig bedrijven aanleiding om te gaan telewerken. De winst ligt hier heel duidelijk bij de samenleving. Telewerken zorgt voor uitvlakking van spitsverkeer. Veel mensen verwerken thuis hun e-mails en reizen na de spits filevrij naar kantoor of afspraak. Interpolis kent sinds 1996 een actief beleid rond telewerken. De belangrijkste aanleiding daarvoor was het verhogen van de tevredenheid onder het personeel, oftewel als HRM-beleid. Als de ‘quality of life’ van de werknemer omhoog gaat werkt dat positief door op de organisatie. Men verwacht in de nabije toekomst rond de 50% van het personeel bij telwerken te kunnen betrekken. De voordelen van telewerken voor Interpolis trekken intern minder de aandacht maar zijn niet minder substantieel: Een besparing van 5 á 10% op het aantal werkplekken nu al). Een besparing van 30% op de reiskosten. Minder ziekteverzuim (als gevolg van ‘quality of life’). De voordelen van telewerken liggen voor de verschillende belanghebbenden anders (zie tabel). Er is sprake van een aanvullend belang. Belanghebbende Voordelen Belang Werknemers Combineren privé en werk Hoog gewaardeerd Werkgevers Besparing op werk/parkeerplekken en reiskosten. Verminderen ziekteverzuim Hogere arbeidssatisfactie Staat niet centraal Interessant aspect Overheid Verlagen van congestie en milieudruk Hoog gewaardeerd maar moeilijk te beïnvloeden Het probleem voor de overheid is echter dat ze weinig direct invloed heeft op telewerken. Er zijn voor de overheid twee manieren om deze maatregel te benutten; Via communicatie de aanvullende voordelen van telewerken blijvend onder de aandacht houden. Via een aanpak binnen de eigen organisatie de directe baten van telewerken incasseren en zodoende een voorbeeldfunctie geven. Het Domotion-project (advies, rapport) in de regio Amsterdam is opgezet vanuit de gemeentelijke organisaties in en rond de hoofdstad. De kansen voor telewerken zijn uitgebreid onderzocht en geplaatst in het perspectief van de regionale bereikbaarheid. De belangrijkste aanbevelingen vanuit het project waren dat de overheid zelf zou moeten beginnen met het invoeren van telewerken binnen haar organisatie. Dat betekent vooral het wegnemen van veel koudwatervrees bij zowel leidinggevenden als werknemers. De ervaringen die de overheid zo opdoet kan ze benutten in haar tweede taak: het aanspreken van de werkgevers in de regio op de mogelijkheden die er zijn om telewerken breder in te voeren. Een opvallende conclusie van Domotion is dat de ontwikkeling van telewijkkantoren weinig kansrijk wordt geacht. Telewijkkantoren – waar werknemers niet thuis maar direct in de buurt kunnen werken – werden in het verleden gepresenteerd als de oplossing om telewerken te laten functioneren. Niet iedereen beschikt immers over een huis waar het rustig werken is. Dit type voorzieningen lijkt geen hoge vlucht te nemen. Kansrijker zijn de restaurants die hiervoor mogelijkheden bieden. Meer informatie Trends over telewerken in het KpVV Dashboard Duurzame & Slimme mobiliteit. Telewerkforum Kennissite voor met name werkgevers op het gebied van telewerken. Nederland Breedbandland: nationale platform dat maatschappelijk en economisch relevante sectoren stimuleert en helpt beter en slimmer gebruik te maken van breedband. Telewerken voor gemeenten. Teledock: informatie over ‘telecenters’. Literatuur Onderzoek slim werken = slim reizen onder werknemers , Blauw Research, 2010 Niet Nieuwe werken, hoe blijf je er gezond bij?, 2010 Het Nieuwe Werken en Mobiliteitsmanagement, MuConsult Succesfactoren open flexkantoren, Frisblik, 2009 Resultaten Monitor Mobiliteitsmanagement 2009-2010, Stadsregio Arnhem-Nijmegen Thuiswerken slecht voor klant, Management team 2009, Duurzamer leasen bij Athlon, CE Delft, 2008 ICT Barometer telewerken, Ernst & Young, 2009 Geldstromen rond werken en mobiliteit in Rijnmond, D.H. van Egeraat, 2008 The Impact of Telecommuting on the Journey to Work, University of Maryland 2008 De impact van telewerken op de verkeersexternaliteiten in Vlaanderen, VU Brussel, 2006 Effecten van telewerken op de bereikbaarheid van de regio Amsterdam, 2004 (Domotion, advies, rapport)

    Onderwerpen: Bedrijventerreinen, Slimme mobiliteit, Wegwerkzaamheden
    Kennispagina 4-02-2011

  • Beleidsevaluatie Taskforce Mobiliteitsmanagement

    De beleidsevaluatie beantwoordt de vraag of de resultaten van de Taskforce Mobiliteitsmanagement voldoende reden geven om af te zien van invoering van een ministeriële regeling die werkgevers verplicht om aan mobiliteitsmanagement te doen. Instelling Taskforce MobiliteitsmanagementDe Taskforce Mobiliteitsmanagement is in 2007 ingesteld naar aanleiding van een advies van de Sociaal Economische Raad (SER). De Taskforce bestond uit vertegenwoordigers van de sociale partners, de decentrale overheden, het bedrijfsleven, ANWB, Natuur en Milieu en de Rijksoverheid en werd voorgezeten door Lodewijk de Waal. Doelen TaskforceDe Taskforce heeft een advies aangeboden aan het kabinet. Dat omarmde de voorstellen en droeg de Taskforce op om de volgende doelen te realiseren: uitbreiden aantal convenantregio’s en aantal betrokken werkgevers en werknemers; maken van niet-vrijblijvende afspraken met werkgevers; in gang zetten van een onomkeerbaar groeiproces; aanpassen van CAO’s op basis van het advies van de Stichting van de Arbeid; 5% reductie autokilometers in de spits en de bijbehorende milieuitstoot in deelnemende regio’s. ResultatenDe Taskforce heeft mobiliteitsmanagement in gang gezet in een groot aantal regio’s. De maatregelen hebben daadwerkelijk een gunstig effect op het aantal autoverplaatsingen in de spits. Een eerste stap is gezet naar de 5% reductie van het aantal autokilometers in de spits. deelnemende regio's. Om het doel te halen is het nodig dat nog meer werkgevers maatregelen gaan treffen. Werkgeverskringen zullen hiertoe initiatief moeten nemen in samenwerking

    Onderwerpen: Aanpak, Bedrijventerreinen
    Publicatie 4-01-2011

  • Trends autodelen: aantal deelauto's stijgt licht

    In september 2010 waren er 1919 deelauto’s in Nederland. Dat zijn er 54 meer dan een jaar geleden. Het aantal gemeenten met autodelen is het afgelopen half jaar met drie gedaald. In enkele kleine kernen was de animo te klein. De afgelopen twee jaar zijn er niet veel grote wijzigingen geweest . Steden blijven achterOpvallend is dat enkele gemeenten er uitspringen met autodelen, terwijl in de top 10 nauwelijks grote gemeenten staan. In 2006 stonden Amersfoort, Gouda en Groningen nog in de top 10 van gemeenten met de meeste deelauto’s per inwoner. Anno 2010 is Haarlem de enige middelgrote gemeente in de lijst. Van de G4 staan alleen Amsterdam en Utrecht in de top 10. Amsterdam staat al jaren op eenzame hoogte. Utrecht doet het goed, al is ze ingehaald door buurgemeente Bunnik (!) en staat ze nu op een gedeelde derde plek met Diemen. Rotterdam en Den Haag staan echter niet in de lijst, al zijn daar het afgelopen jaar 29 resp. 36 deelauto’s bijgeplaatst. Culemborg, Wageningen, Houten en Zutphen doen het daarentegen opvallend goed. Gemeenten kunnen autodelen stimuleren Met een minimale inspanning kunnen gemeenten een stimulerende rol spelen. Autodelen levert veel voordelen op: het vermindert de afhankelijkheid van de eigen auto, vermindert de parkeerdruk, stimuleert fiets en openbaar vervoer en is goed voor het milieu. Het hoeft niets te kosten: als er voldoende deelnemers zijn, kunnen de aanbieders kostendekkend een deelauto plaatsen. Gemeenten die autodelen willen stimuleren, kunnen contact opnemen met de Stichting Gedeeld Autogebruik. Die kan informatie geven en vertellen welke aanbieders belangstelling hebben om in de desbetreffende gemeente een auto te plaatsen. Meer suggesties over de rol van gemeenten vindt u in de KpVV-publicatie “Kiezen voor autodelen” uit 2009. Openbaar vervoer en autodelenOok vervoerders ontdekken de meerwaarde van autodelen. De deelauto versterkt het openbaar vervoer: als het openbaar vervoer geen optie is, kun je de deelauto pakken. Dat verbetert het imago van het openbaar vervoer. Connexxion start een samenwerking met Wheels4all.Bekijk ook de trendrapporten Autodelen uit voorgaande jaren20092008

    Onderwerpen: Bedrijventerreinen, Woongebieden
    Publicatie 3-11-2010

  • KpVV-bericht nr. 99: Creatieve oplossingen voor vervoer naar bedrijventerreinen

    Er wordt vaak gepleit voor een goede ontsluiting van bedrijventerreinen met openbaar vervoer. Want er werken veel mensen die dagelijks in de spits met de auto naar het werk gaan. Wat is er dan logischer dan goed openbaar vervoer in de strijd tegen files? Juist op bedrijventerreinen ontbreekt dit of is het van matige kwaliteit.

    Onderwerpen: Aanpak, Bedrijventerreinen
    Publicatie 6-10-2010

  • Stap voor stap naar ander reisgedrag met Sumo

    Sumo is ontwikkeld om reisgedrag te beïnvloeden. Het maakt duidelijk welke stappen een project moet bevatten. Al tijdens de uitvoering laat Sumo zien wat er gebeurt, zodat je nog kunt bijsturen. Stap voor stap naar ander reisgedragAan de hand van maximaal negen stappen kun je van tevoren gemakkelijk de doelen en de acties van uw project formuleren. Aan het eind komen de effecten naar voren. Het is niet altijd nodig alle stappen van Sumo te doorlopen. Soms kun je tussenstappen overslaan zonder dat het zicht op de effecten verdwijnt. Sumo Toolkit In de Sumo Toolkit vind je meer informatie en handige documenten: praktijkvoorbeelden, sjablonen, vragenlijsten etc. SumoBaseIn SumoBase vind je effectstudies van projecten met mobiliteitsmanagement. De Sumo-stappen maken inzichtelijk wat de projecten hebben opgeleverd.

    Onderwerpen: Mobiliteitsmanagement, Aanpak, Reisgedrag, Bedrijventerreinen, Woongebieden, Wegwerkzaamheden
    Publicatie 15-09-2010

  • Handreiking slim reizen: van start naar succes

    Handreiking voor overheden en intermediairs voor het organiseren van mobiliteitsmanagement. Het succes van mobiliteitsmanagement is sterk afhankelijk van de manier waarop het proces is georganiseerd. Deze handreiking helpt daarbij. De publicatie gaat in op: 7 gouden regels om te komen tot succesvol mobiliteitsmanagement 7 basisprincipes waarop de handreiking is gebaseerd 7 stappen om het proces te structureren. Instrumenten en terminologieHet document bevat verwijzingen naar instrumenten die daarbij bruikbaar zijn. Ook bevat het een overzicht van veel gehanteerde begrippen met de betekenis ervan. DoelgroepenDe handreiking is vooral bedoeld voor overheden en aanverwante partijen die mobiliteitsmanagement willen initiëren of participeren in een project.  

    Onderwerpen: Mobiliteitsmanagement, Aanpak, Bedrijventerreinen, Woongebieden, Ziekenhuizen, Wegwerkzaamheden
    Publicatie 3-07-2010

  • Openbaar vervoer naar bedrijventerreinen - discussiestuk

    Velen pleiten voor goed openbaar vervoer naar bedrijventerreinen. Vaak is er geen ov-ontsluiting of is deze van matige kwaliteit. Terwijl het een logische gedachte is om juist naar plekken met veel werkgelegenheid voor goed openbaar vervoer te zorgen. Deze notitie gaat in op de vraag waarom openbaar vervoer naar bedrijventerreinen vaak lastig is. Aan welke knoppen gedraaid kan worden om de kans van slagen te vergroten. Als openbaar vervoer toch niet mogelijk is, zijn er vaak andere mogelijkheden. Ook daaraan besteedt de notitie aandacht. Themabijeenkomst en vervolg discussieOp 20 april 2010 vond een KpVV themabijeenkomst plaats over dit onderwerp. Na afloop kon op Allinx verder worden gediscussieerd. KpVV biedt de uitkomsten van de discussie aan de Taskforce Mobiliteitsmanagement aan.

    Onderwerp: Bedrijventerreinen
    Publicatie 21-04-2010

  • Themabijeenkomst 'Openbaar vervoer naar bedrijventerreinen'

    Op 20 april jl vond in Eindhoven de bijeenkomst 'openbaar vervoer naar bedrijventerreinen' plaats. Ruim 60 deelnemers discussieerden over de (on)mogelijkheden van vervoer naar bedrijventerreinen. De oplossingen die aan bod kwamen, hadden niet alleen betrekking op openbaar vervoer. Ook besloten busvervoer, vanpool en OV-fiets kwamen aan de orde. In de bijeenkomst werd een discussienotitie gepresenteerd. Op de netwerksite Allinx kon hierover verder worden gediscussieerd. DiscussiestukKpVV biedt de uitkomsten aan de Taskforce Mobiliteitsmanagement aan. Lees hier het discussiestuk. Hier vindt u het verslag van de bijeenkomst. Allinx: netwerksite voor mobiliteitsmanagersAllinx is een Europees netwerk op het gebied van mobiliteitsmanagement. Hier kunt u in contact komen met andere professionals, samenwerken en uw kennis en ervaringen delen. Korte uitleg Allinx

    Onderwerpen: Klant & Kwaliteit, Bedrijventerreinen
    Terugblik 20-04-2010