Zoeken

Aanpak (5 resultaten)

Mobiliteitsmanagement staat of valt met samenwerking. Samenwerking lukt alleen als alle partijen er baat bij hebben of als het wordt opgelegd. Lees meer...

De partijen die de randvoorwaarden bepalen waarbinnen reizigers hun keuze maken zijn:

  • overheden;
  • werkgevers en publiekstrekkers;
  • vervoerders en aanbieders van mobiliteitsdiensten.

Mobiliteitsmanagement wordt toegepast bij:

  • bedrijventerreinen, kantorenparken, winkelcentra, ziekenhuizen en woonwijken;
  • wegwerkzaamheden, overstappunten en regionale bereikbaarheid;
  • recreatiegebieden, vrijetijdsvoorzieningen en evenementen.

Het KpVV ontwikkelt methodes als Slim reizen, Sumo en MaxLupo. Daarnaast ondersteunt het KpVV overheden bij hun beleid over mobiliteitsmanagement en biedt ze overzicht in doelen, resultaten en maatregelen.

Gevonden in de kennisbank:

  • KpVV Weblog Slim reizen: internationale praktijkcases

    KpVV-weblog met praktijkcases over mobiliteitsmanagement en gedragsbeïnvloeding in andere Europese landen. Het blog biedt uniek video- en beeldmateriaal en doorverwijzingen naar achtergrondinformatie. Publicatie selectie praktijkcases en een visieEen selectie van praktijkcases in dit blog en een visie over hoe mobiliteitsmanagement zich verder kan ontwikkelen is opgenomen in de gelijknamige KpVV-publicatie. Deze visie is tot stand gekomen op grond van gesprekken met deskundigen uit binnen- en buitenland. Bekijk het weblog U kunt in het weblog ook reageren.

    Onderwerp: Aanpak
    Kennispagina 19-09-2012

  • Achtergronden: Doelen en resultaten

    Mobiliteitsmanagement leidt tot minder autogebruik. Dit is geen doel op zich, maar een middel om andere doelen te bereiken: bereikbaarheid economie leefbaarheid rechtvaardigheid veiligheid. Aanleidingen mobiliteitsmanagement parkeerproblemen; collectief vervoer ontbreekt; duurzame gebiedsontwikkeling; bereikbaar houden van een gebied of regio; verbeteren van ketenverplaatsingen; groot onderhoud; opvangen van verkeerspieken; kostenbesparing; het zijn van een aantrekkelijke werkgever. Maatregelen Het KpVV onderscheidt zes categorieën: mobiliteitsmaatregelen door werkgevers; fietsstimulering; parkeermaatregelen; stimuleren van openbaar vervoer; informatie en communicatie; overig (gedeeld autogebruik,verbeteren sociale veiligheid). Instrumenten Overheden kunnen een breed scala aan juridische instrumenten inzetten: milieuvergunning convenant Algemene Plaatselijke Verordening (APV) parkeerverordening bouwvergunning. Methoden Handreiking Slim reizen: hoe organiseer je slim reizen? Sumo: voorbereiden, volgen en evalueren van projecten MaxLupo: MM bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen Toekan: inschatten van de (MM) opgave bij wegwerkzaamheden. Effecten Om effecten te bereiken met mobiliteitsmanagement is het belangrijk om: in beeld te brengen of betrokken partijen een probleem ervaren; een helder doel te kiezen; projectmatig te werken. SumoBase geeft een overzicht van de effectiviteit van MM-projecten. Monitoring Om de resultaten van projecten zichtbaar te maken, is monitoring nodig. De Sumo-methode maakt dit eenvoudig.

    Onderwerp: Aanpak
    Kennispagina 23-06-2011

  • Stimuleren van mobiliteitsmanagement

    Woonwerkverkeer is de grootste fileveroorzakerMobiliteitsmanagement staat hoog op de agenda in het verkeersbeleid van het Rijk en van de stedelijke regio’s. In de Zevensprong van Verdaas heeft het een duidelijke positie naast beprijzen, fietsbeleid, openbaar vervoer, benutten en bouwen. Het woon-werkverkeer veroorzaakt de meeste files. Daarom willen veel overheden dat werkgevers werk maken van mobiliteitsmanagement. Volgens de SER hebben zowel overheden, werkgevers als werknemers baat bij mobiliteitsmanagement. Ze vindt dan ook dat al deze partijen verantwoordelijk zijn voor een goede organisatie van het woon-werkverkeer. De Rijksoverheid heeft de ‘systeemverantwoordelijkheid’. Vinden van win-win situatiesMobiliteitsmanagement leidt tot het beste resultaat als er sprake is van een win-win situatie. De overheid kan andere baten hebben dan bedrijfsleven of personeel. Als de belangen overeenstemmen, is er veel mogelijk. Voorbeeld: de overheid wil een goede bereikbaarheid, werkgevers willen een goede positie op de arbeidsmarkt en personeel wil keuzevrijheid en flexibele werktijden. Iedereen heeft dan baat bij het invoeren van een mobiliteitsbudget en telewerken. Mobiliteitsmanagement komt niet vanzelf tot standHoewel er voor iedereen baten zijn, gaat niets vanzelf. Partijen moeten elkaar eerst weten te vinden. Ze moeten de nodige cultuurverschillen en visies overwinnen ('bedrijven willen meer asfalt', 'overheden zijn niet betrouwbaar'). Dan kunnen ze verkennen of er een gedeeld belang is dat ze samen willen oplossen. Om die samenwerking tot stand te brengen, is vaak een onafhankelijke partij nodig. Vaak wordt hiervoor een mobiliteitsmanager ingeschakeld. Faciliterende overheidRegionale overheden spelen een belangrijke rol in het bijeenbrengen van de betrokken partijen. De overheid hoeft geen trekker te zijn, maar financiert wel vaak het proces. Een regionaal convenant is een goed instrument, maar is geen doel op zich. Voorwaarde voor een goed convenant is een gedeeld probleembesef. Alleen dan is structurele samenwerking mogelijk. Voor de samenwerking richten partijen vaak een programmabureau op. Het bedrijfsleven wil steeds vaker aan de slag met mobiliteitsmanagement. De uitvoering ligt vaak ook bij het bedrijfsleven. Overheden hebben vooral een ondersteunende rol. Bijvoorbeeld zorgen voor beter openbaar vervoer of het veiliger maken van de fietsroute naar het bedrijventerrein. In de voorwaardenscheppende sfeer heeft de overheid een actieve rol. De overheid blijft verantwoordelijk voor het verkeerssysteem. Bij nieuwe bedrijventerreinen kan ze voorwaarden stellen aan de manier waarop die bereikbaar zijn. Dwingen of verleidenEr is altijd discussie over de mate waarin mobiliteitsmanagement een verplicht karakter moet hebben. In 2007 leek het erop dat werkgevers via de Wet milieubeheer verplicht zouden worden om maatregelen te nemen. Werkgeverskoepels wisten dit te voorkomen, door bedrijven te stimuleren aan de slag te gaan. Op bedrijventerreinen en kantorenparken komt het vaak voor dat een meerderheid van bedrijven collectieve maatregelen wil, maar dat een minderheid niet mee wil betalen. Met een Bedrijven Investeringszone kan dit free ridergedrag worden opgelost. Azijnmaatregelen als het invoeren van betaald parkeren zijn vaak een stimulans om aan de slag te gaan, omdat het draagvlak voor die maatregelen vaak laag is. BatenEen oude studie laat zien dat als bedrijven een pakket aan vervoersmaatregelen invoeren, er 5-20% minder autokilometers worden gereden. Het effect is naar verwachting hoger als mobiliteitsmanagement wordt gekoppeld aan de manier van werken in een bedrijf (het nieuwe werken). Minder autokilometers betekent minder files, betere doorstroming, beter milieu en een betere bereikbaarheid. AandachtspuntenMobiliteitsmanagement is een organisatieproces. Besteed tijd en aandacht aan het proces van samenwerking. Het aanstellen van een onafhankelijke procesmanager is zinvol. Bereikbaarheid is vaak geen issue voor werkgevers. Ze hebben vaak andere triggers. Individuele bedrijven nemen vaak maatregelen zonder tussenkomst van de overheid. Zie mobiliteitsmanagement: maatregelen van werkgevers. “Convince by showing”. De ervaring leert dat het helpt om te beginnen met één project. Tuig dit grondig op en zorg voor een evaluatie. Als de resultaten goed zijn, is het voor alle partijen duidelijk dat mobiliteitsmanagement werkt. Dat biedt een basis voor langdurige samenwerking. Voor overheden is het vaak lastig te duiden wat ze in een bepaald gebied willen bereiken. Als overheden een heldere ambitie communiceren, is het voor andere partijen makkelijker om aan te haken. Mobiliteitsmanagement heeft de grootste kans van slagen als er een concreet en gedeeld probleem is, als de oorzaken daarvan en de oplossingen voor iedereen duidelijk zijn, als er een ambitieus doel is, als er een zakelijke en projectmatige aanpak wordt gevolgd en als overheden en bedrijfsleven samenwerken op basis van gelijkwaardigheid. Informatie TaskForce Mobiliteitsmanagement Mobiliteitsmanagement: maatregelen van werkgevers 7 Gouden regels voor mobiliteitsmanagement Handreiking slim reizen, van start naar succes Bedrijven Investeringszones: samen investeren in bereikbaarheid Wet mileubeheer en mobiliteitsmanagement Waar een wil is, is een effect: Effectiviteit van mobiliteitsmanagement onderzocht en toegankelijk gemaakt.

    Onderwerp: Aanpak
    Kennispagina 28-07-2009

  • Mobiliteitsmanagement: maatregelen van werkgevers

    Bij steeds meer bedrijven staat mobiliteitsmanagement op de agenda. Werknemers en werkgevers hebben baat bij een goede organisatie van hun mobiliteit. Veel werkgevers hebben last van de filedruk en onbereikbaarheid, maar hebben vaak andere redenen om zelf maatregelen te nemen. Bereikbaarheid is vanouds een overheidstaak, maar werkgevers nemen steeds vaker hun eigen verantwoordelijkheid. Bedrijfsbelangen voeren verder dan de mobiliteit alleen. Ook de oplossingen liggen deels op andere gebieden. Aanleidingen voor werkgeversProblemen van werkgevers: bereikbaarheid en files; parkeerdruk;; kosten van mobiliteit zijn onbeheersbaar; combineren van werk en zorg; behoefte aan flexibilisering bij personeel; nieuwe generatie werknemers is gewend aan flexibiliteit en ICT; voldoen aan regelgeving (bijv. parkeernormen); bedrijfsverhuizing. Kansen: kostenbesparing vermindering administratieve lasten productiviteit van werknemers aantrekkelijkheid als werkgever imagoverbetering (maatschappelijk verantwoord ondernemen). Belang voor werkgevers en werknemersDe manier waarop het arbeidsproces is ingericht, bepaalt de mobiliteitsbehoefte van personeel en bezoekers. Werknemers hebben behoefte aan een nieuwe manier van werken. Ze willen werk en zorg combineren en willen keuzevrijheid. Flexibele werktijden en telewerken staan hoog op hun agenda. Het afrekenen van werknemers op aanwezigheid in plaats van op prestatie past niet meer in deze tijd. Wil een werkgevers een aantrekkelijke positie op de arbeidsmarkt hebben en jong talent trekken, dan is een cultuuromslag nodig. Dat heeft ook voordelen voor werkgevers: hogere productiviteit lagere kosten medewerkers hebben meer plezier in het werk hogere arbeidsparticipatie omdat mensen dichter bij huis werken. Volgens het NCSI kan ongeveer de helft van de Nederlanders plaats- en tijdonafhankelijk werken. Grote werkgevers zijn hier al mee bezig. Het midden- en kleinbedrijf wil ook aanhaken. In stedelijke regio’s is de belangstelling voor mobiliteitsmanagement hoog. Daarbuiten speelt bereikbaarheid minder een rol, maar ‘Het Nieuwe Werken’ is overal een issue. MaatregelenWerkgevers kunnen vier soorten maatregelen nemen: Informatievoorziening over bestaande regelingen en reismogelijkheden. Veel medewerkers hebben geen idee wat er nu al mogelijk is. Slim werken: - flexibele werktijden en werkpatronen - e-werken (link naar maatregel Telewerken=nog maken) - dichter bij het werk wonen. Slim reizen: - mobiliteitsbudget; - reiskostenvergoeding die fiets en OV stimuleert en autogebruik ontmoedigt; - mobiliteitspassen, fiets/ scooter van de zaak; - parkeermanagement. Verduurzaming wagenpark: - wagenpark in milieuklassen A en B; - elektrische of hybride voertuigen. Overzicht van maatregelen 'slim werken = slim reizen' Kosten en batenFlexibele werkritmes leiden tot: voorkomen van verplaatsingen; kortere verplaatsingen; reizen buiten de spits; reizen met andere modaliteiten. Baten voor werkgevers en werknemers tevreden personeel; gezonder personeel (stimuleren van fietsen); beter imago. Invoering van mobiliteitsmanagement is meestal kostenneutraal. Een mobiliteitsbudget levert vaak een kostenbesparing op. Echte kostenbesparingen treden op als er minder vastgoed of parkeerruimte nodig is. Dat kan door flexwerken in te voeren. Parkeerregulering en een auto-ontmoedigende reiskostenregelingen helpen ook, maar dat leidt vaak tot weerstand onder het personeel. Baten voor overheden Bedrijven die maatregelen nemen, reduceren hun autogebruik met gemiddeld 5 procent reductie van autokilometers, maar reducties van 20 procent zijn niet uitzonderlijk . Het flexibiliseren van arbeid heeft waarschijnlijk een groot effect op het verplaatsingsgedrag. Om de bereikbaarheid van een gebied te verbeteren (link naar maatregel invoegen), moeten veel bedrijven meedoen. Lokaal kan dit leiden tot een betere doorstroming op toegangswegen en minder parkeeroverlast. De effecten op files en doorstroming op het hoofdwegennet zijn tot nu toe marginaal. Daar is een behoorlijke schaalgrootte voor nodig De mobiliteitsvraag naar mobiliteit zo groot, dat vrije ruimte onmiddellijk door andere weggebruikers wordt opgevuld (latente vraag). Aandachtspunten Veel bedrijven doen wel iets aan mobiliteitsmanagement, maar vaak ontbreekt de samenhang en is de bekendheid bij het personeel gering. Als een werkgever het mobiliteitsplaatje in samenhang bekijkt, zijn er vaak verbetermogelijkheden. Voor werkgevers is mobiliteitsmanagement een organisatievraagstuk: Betrokken personen en afdelingen zijn: facilitair management personeelszaken (bestand toevoegen) wagenparkbeheer lijnmanagement. De relatie werkgever- werknemer is van cruciaal belang. Werknemers hebben belang bij arbeidsvoorwaarden als thuiswerken. Azijnmaatregelen kunnen rekenen op weerstand vanuit bijvoorbeeld de ondernemingsraad. Werkgevers moeten het vertrouwen hebben dat personeel ook productief is buiten het gezichtsveld van de werkgever. Dat vraagt om een open dialoog tussen werkgever en werknemer. Veel zaken worden in CAO’s vastgelegd. Vaak ketsen nieuwe ontwikkelingen af op vastgestelde afspraken. Het si belangrijk om mobiliteitsmanagement mee te nemen in de onderhandelingsrondes van een nieuwe CAO. De AWVN speelt hierin een stimulerende rol. Vaak gaat het om het formaliseren van zaken die al lopen. Een werkgever kan mobiel internet en blackberry’s verschaffen zonder de officiële regelingen aan te passen. Werkgevers kunnen zelfstandig maatregelen nemen. Bij initiatieven op een bedrijventerrein speelt de overheid vaak een rol. Dat is ook het geval als nieuwe vervoersvoorzieningen als openbaar vervoer, fiets of vanpool gewenst zijn. Overheden kunnen werkgevers stimuleren om maatregelen te nemen. Vaak zijn er nauwe relaties tussen maatregelen. Wie buiten de spits te reizen stimuleert, moet wel parkeerplaatsen en flexplekken vrij houden. Meer informatie Lijst met maatregelen Stimuleren van mobiliteitsmanagement (link maatregel toevoegen)Kenniscentrum werk en vervoer Slim reizen: praktijkvoorbeelden voor werkgevers De Taskforce Mobiliteitsmanagement speelt een aanjagende rol in het nemen van barrières. AWVN Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie (NCSI) ECORYS-AVM, Succesvoorbeelden ter navolging: vervoermanagement als een professionele bedrijfsactiviteit met resultaat, Amsterdam, oktober 2005.

    Onderwerpen: Bedrijventerreinen, Aanpak, Ziekenhuizen
    Kennispagina 23-07-2009

  • Commerciële mobiliteitsdiensten

    De overheid heeft al enige tijd geleden afscheid genomen van haar monopolie als het gaat om mobiliteit. Marktwerking doet meer en meer haar intrede, niet alleen binnen het openbaar vervoer maar ook voor allerlei gespecialiseerde mobiliteitsdiensten als autodate, ‘fietsen van het bedrijf’ of carpoolmatches. De opkomst van commerciële mobiliteitsdiensten heeft grote voordelen: de afstemming tussen vraag en aanbod vindt ‘automatisch’ (via de markt) plaats. De aanbieders kunnen communicatie en verkoop voor een belangrijk deel voor hun rekening nemen. Nadeel is dat de overheid haar greep op mobiliteit verliest. Moet ze nog wel meewerken aan dit soort projecten? Voor mobiliteitsmanagement zijn deze ontwikkelingen van grote betekenis. Punt van aandacht is dat binnen mobiliteit niet alle aanbieders even commercieel zijn of genegen om een krachtige marketing te verzorgen (bijvoorbeeld OV-bedrijven binnen een concessie). Mobiliteit commercieel benaderd Recentelijk heeft VCC Schiphol enkele ideeën op papier laten zetten om het belang van een meer commerciële benadering te onderstrepen. Schiphol leeft letterlijk van mobiliteit en lijkt daarom niet representatief voor 'de bedrijven in Nederland'. Als laboratorium kan ze wel enkele ontwikkelingen tonen waar bedrijven elders waarschijnlijk pas veel later mee te maken krijgen. De bijdrage concentreert zich overigens op de landzijde, niet op de vliegtuigen. Naar een optimale allocatie van mobiliteit Als startpunt diende de constatering dat de kosten van mobiliteit én niet transparant zijn én dat ze niet de werkelijke schaarste aan infra of parkeerruimte weerspiegelen. Met andere woorden: mobiliteitskosten spelen noch bij medewerkers noch bij bedrijven een grote rol als het aankomt op hun gedrag. In het woon-werkverkeer kiest men daarom nog steeds vrij gemakkelijk voor de auto zonder met de indirecte kosten van die keuze geconfronteerd te worden. Vervoermanagement is dan alleen verleiden en communiceren, oftewel: dweilen met de kraan open. Transparantie van de kosten Er is Schiphol veel aan gelegen om mobiliteitskosten transparanter te maken. Soms lukt dat, soms niet. Vervoermanagement wordt een vanzelfsprekende bedrijfstaak als transparantie van de kosten zowel bij bereikbaarheid als parkeren geheel gelukt is. Bereikbaarheid als een schaars en kritisch goed. De luchthaven en alle bedrijven die daar gevestigd zijn leven van bereikbaarheid: door de lucht maar vooral ook over het land. Verstoringen in die bereikbaarheid raken hen direct. Piloten staan in de file waardoor het vliegtuig niet kan vertrekken, passagiers kiezen een andere luchthaven en de bestaansreden voor Schiphol als vestigingsplaats ('bereikbaarheid') wordt aangetast. Deze zaken zijn voor bedrijven direct als winst - en verliespost te boeken. Lastig is dat winst en verlies in het woon-werkverkeer minder grijpbaar is. De talloze werknemers die de files veroorzaken betalen er niet voor en voelen zich niet verantwoordelijk voor de geleden schade. Ook hun werkgevers hebben weinig inzicht in de geleden schade (bijv. in uren productieverlies) en daarom geen direct financieel belang om hun werknemers uit de auto en bijvoorbeeld in de trein te krijgen. De campagnes van VCC Schiphol zijn daarom altijd gebaseerd geweest op enkel een indirect: verleiden (met bijvoorbeeld Sternet), stimuleren en inspelen op de verantwoordelijkheid van de bedrijven en hun medewerkers voor de luchthaven als geheel. Parkeren is een schaars en duur goed. Behalve bereikbaarheid is ook ruimte een schaars goed op Schiphol. In tegenstelling tot bereikbaarheid is schaarste aan ruimte wel goed te waarderen: oplopende onroerend goed prijzen, oplopende parkeertarieven. Momenteel kost een parkeerplaats voor bezoekers per uur €3,80! Passagiers kunnen als ze tijdig reserveren voor €6,- per dag parkeren via Smart Parking. Schiphol zette in 2004 op haar 32.000 parkeerplaatsen jaarlijks 64 miljoen euro om, oftewel €2.000,- per parkeerplaats (bron: Parool PS 30/7/05). De kosten/opbrengsten voor het personeelsparkeren zijn meestal lager. Parkeren is dus een aandachtsgebied waar bedrijven op Schiphol wel direct met de kosten worden geconfronteerd, ook als het gaat om woon-werkverkeer. Het probleem is alleen dat de meeste bedrijven ervoor gekozen hebben de dure parkeerkosten mee te nemen in de secundaire arbeidskosten (waarmee ze autorijders dus in feite subsidiëren). De automobilist wordt daarmee weer niet geconfronteerd met de kosten die hij met de rit genereert. Bedrijven die er voor kiezen de parkeerkosten geheel aan hun personeel te vergoeden zien hun totale bedrijfslasten op Schiphol oplopen terwijl ze ongewenst gedrag subsidiëren. VCC Schiphol juicht daarom de keuze toe die de KLM heeft gemaakt om de secundaire arbeidskosten meer gelijk te trekken en OV en fiets extra te belonen. Het resultaat van het KLM stelsel van arbeidsvoorwaarden is 25% reductie in de afname van parkeerkaarten (en dus autogebruik). Tot slot Voor beide typen schaarste pleit het VCC Schiphol daarom voor alle maatregelen die er toe leiden dat directe en indirecte kosten van het woon-werkverkeer voor werknemer en werkgever beter inzichtelijk worden. Alleen zo gaan medewerkers en bedrijven rationeler handelen als het om mobiliteit gaat. En alleen zo is de bereikbaarheid van de luchthaven op langere termijn te waarborgen. Dwingend overheidsbeleid is daartoe niet direct nodig, maar verleiden en communiceren is zeker niet voldoende. Voor meer informatie: Frans Sam (Schiphol Group); tel. 020 – 601 2394 Ontwikkeling per deelmarkt Klik hier voor informatie over marktwerking in het openbaar vervoer. Fietsen voor bedrijven Bedrijven en organisaties hebben een groot aantal redenen om fietsprojecten voorhun medewerkers op te zetten. Voor een overzicht van bedrijven die fietsprojecten voor bedrijven aanbieden, zie http://www.fietsersbond.nl/. Fietsproducten vormen een ‘leuke’ secundaire arbeidsvoorwaarde waarmee het voor mensen die op korte afstand van het werk wonen aantrekkelijk wordt om ook daadwerkelijk van de fiets gebruik te maken. Bijkomend verkoopargument is dat bedrijven op deze wijze iets aan parkeer- en bereikbaarheidsproblemen kunnen doen. Een steeds belangrijker argument wordt de relatie met gezondheid. Uit onderzoek van TNO Arbeid blijkt dat sportende / fietsende werknemers aanzienlijk minder vaak én korter verzuimen dan collega’s die niet sporten. Over een periode van vier jaar verzuimen sporters gemiddeld 25 dagen minder dan niet-sporters en zelfs 50 dagen minder dan mensen die helemaal nooit hebben gesport. Dit blijkt uit een groot onderzoek van TNO Arbeid onder ruim 1700 werknemers tussen 18 en 59 jaar in 34 branches. Kosten spelen een beperkte rol. De fietsprojecten zijn goedkoop omdat verrekening met de werknemer fiscaal voordelig kan plaats vinden. De werknemer betaalt met bruto geld zijn fiets netto en heeft derhalve circa. 40% voordeel. De werkgever heeft daarnaast ook nog eens voordeel door verlaging van zijn sociale lasten (circa 20%). De overheid kan fietsprojecten in ieder geval voor haar eigen organisatie benutten. Gezien de voordelen op mobiliteitsgebied (een groei van 19% in het fietsgebruik is goed te doen) kan ze meer werken aan actieve communicatie richting andere bedrijven. Fietsen als natransport De fiets is vanaf het station een ideaal vervoermiddel om grote delen van de bebouwde kom te bereiken. Sinds enige tijd is het mogelijk een abonnement te nemen op de OV-Fiets. Daarmee krijgen ze een kaart waarmee ze op een groot aantal stations natransport krijgen. Inmiddels heeft de NS OV-fiets van Pro Rail gekocht. De NS studeert nog op mogelijkheden om gemeenten meer te betrekken bij OV-fiets (bron: OV Magazine 29/6/06). Besloten busvervoer Enkele vervoerbedrijven bieden bedrijfsvervoer aan waarmee werknemers of bezoekers naar huis of naar een OV-knooppunt gebracht kunnen worden. Het gaat om besloten vervoer, de ondersteuning die openbaar vervoer krijgt is niet van toepassing. Wel kunnen de klanten gebruik van ondersteuning die per provincie geregeld is. Verschillende provincies kennen een Regeling Bedrijfsvervoer: Zuid-Holland, Noord-Brabant, enzovoort. Voor een voorbeeld zie de regeling voor de Stadsregio Amsterdam. Mobiliteitsdiensten (financieel) In mobiliteit gaat veel geld om. Voor bedrijven is veel te besparen als ze rationeel met het onderwerp om gaan, bijvoorbeeld door OV-kaarten als grootgebruiker in te kopen voor haar werknemers onder aantrekkelijke voorwaarden. Reeds lange tijd is dit bij de NS of de vervoerbedrijven mogelijk. De NS met haar NS Businesscard gaat er hoe langer hoe meer toe over om met de kaart ook andere vervoerproducten toegankelijk te maken: taxi’s, OV-fietsen, natransport. De grenzen met leasebedrijven vervagen meer en meer. Dergelijke producten zijn voor bedrijven interessant omdat vooral in het zakelijk (auto) verkeer veel geld is te verdienen. Er is duidelijk sprake van een win-win situatie voor bedrijven en overheid. Toch is de rol van de overheid bij dit alles beperkt (de gemeente of provincie kan natuurlijk zelf als klant optreden!). Leasebedrijven en vervoerbedrijven zijn uitstekend in staat om zelf klanten te winnen. Bemiddeling / mobiliteitsmakelaar / mobiliteitsbudget Vraag en aanbod komen bij mobiliteit niet automatisch tot stand. Er is veel te winnen bij de introductie van handige constructies op velerlei gebied. Dit geldt voor het zakelijk verkeer, maar ook voor het woon-werkverkeer. Parkeren Parkeren is het deelgebied waar al vele jaren ervaring bestaat met commerciële aanbieders. Terwijl de gemeenten zich concentreerden op regelgeving op straat, namen parkeerexploitanten vaak de verantwoordelijkheid voor het bouwen van parkeergarages. In die garages gelden in principe heel andere regels dan op straat, toch sluit de regulering van de garages en de straatparkeren in praktijk nauw op elkaar aan. Te hoge tarieven in de garage jaagt iedereen naar de straat en andersom. Marktwerking speelt bij parkeren nog op andere gebieden. Veel gemeenten besteden de handhaving op straat uit aan particuliere bureaus aanbieders. Speciale parkeerdiensten als mobiel betalen zijn gebaseerd op sterke commerciële aanbieders en gemeenten die de ruimte bieden. De klantvriendelijkheid van betaald parkeren neemt met deze diensten aanmerkelijk toe. Gemeenten studeren nog op een goede aansturing van het parkeren en dus de marktpartijen. Een gemeente als Amersfoort heeft zowel straat – als garageparkeren in een gemeentelijke NV ondergebracht, andere gemeenten houden alles in eigen hand. Er bestaat bij parkeren nog geen nationale concessiestructuur zoals geregeld bij het openbaar vervoer. Rol van de overheid De opkomst van commerciële vervoerdiensten veronderstelt dat de rol van de overheid vermindert of in ieder geval van karakter verandert. Per onderwerp zal de rolverdeling anders komen te liggen: van concessiehouder / opdrachtgever bij het openbaar vervoer, via bieder van faciliteiten bij autodate tot vrijwel buitenstaander als het gaat om fietsprojecten bij bedrijven. Per deelgebied heeft de overheid een andere rol als het gaat om de opkomst van mobiliteitdiensten. De rollen zijn tot de volgende 5 taken te herleiden: Communicatie: de marktpartij war nodig ondersteunen of introduceren, bijvoorbeeld via een Adviespunt op bedrijfsterreinen. Dit is de meest lichte rol Organisatorisch: een stap verder gaat de overheid als ze speciale projecten opzet om bijvoorbeeld de markt ergens te introduceren. In extreme vorm gaat het om een soort van startsubsidie nodig om de obstakels bij nieuwe producten weg te nemen (zie MOVE). Bieden van faciliteiten: door de aanleg van P+R terreinen of carpoolpleinen biedt de overheid de markt faciliteiten. Voor een autodateproject in een gebied met betaald parkeren is een ontheffing of speciale parkeerplaats een noodzakelijk voorwaarde om te kunnen functioneren. Financieel: van financiële ondersteuning is sprake als er structureel subsidie beschikbaar is voor de exploitatie, bijvoorbeeld bij het openbaar vervoer. Over het algemeen zal de overheid voorzichtig zijn met deze vorm van ondersteuning. Taakuitvoering: de meest zuivere rol komt voort uit de taakuitvoering. De overheid is concessiehouder voor het OV en verantwoordelijk voor het straatparkeren. Uit die rol stuurt ze de marktpartijen aan. Kenmerken voor veel terreinen binnen mobiliteitsmanagement is dat de rolverdeling tussen markt en overheid nooit zo duidelijk wordt uitgewerkt. Tot slot Het aantal aanbieders van producten en diensten op het gebied van mobiliteitsmanagement is groot en wisselt regelmatig van samenstelling. Dit is niet de plaats om een volledig overzicht te bieden. Enkele aanbieders die te noemen zijn (in willekeurige volgorde): NS Business Card: pas waarmee medewerkers treinreizen en taxiritten kunnen boeken en betalen Mobility Mixx: mobiliteitspas voor zakelijk reizen Reisinformatiegroep (9292OV): met o.a. service aan bedrijven m.b.t.. reisadviezen OV-fiets slim natransport vanaf OV-haltes met de fiets Autodate-aanbieders: Greenwheels, Wheels4all, ConnectCar en Diks. Trappers: spaarsysteem voor werknemers die op de fiets naar hun werk komen Twee: Scooterplan Velotaxi: ('fun' riksja, met name in te zetten bij evenementen) Greencard Visa: 'groene' tankpas, bij iedere tankpas wordt de CO2 uitstoot gecompenseerd door de aanplant van bossen Meer informatie: Succesvoorbeelden ter navolging: vervoermanagement als een professionele bedrijfsactiviteit, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2005

    Onderwerpen: Aanpak, Bedrijventerreinen, Woongebieden
    Kennispagina 10-10-2006