Commerciële mobiliteitsdiensten
De overheid heeft al enige tijd geleden afscheid genomen van haar monopolie als het gaat om mobiliteit. Marktwerking doet meer en meer haar intrede, niet alleen binnen het openbaar vervoer maar ook voor allerlei gespecialiseerde mobiliteitsdiensten als autodate, ‘fietsen van het bedrijf’ of carpoolmatches. De opkomst van commerciële mobiliteitsdiensten heeft grote voordelen: de afstemming tussen vraag en aanbod vindt ‘automatisch’ (via de markt) plaats. De aanbieders kunnen communicatie en verkoop voor een belangrijk deel voor hun rekening nemen. Nadeel is dat de overheid haar greep op mobiliteit verliest. Moet ze nog wel meewerken aan dit soort projecten? Voor mobiliteitsmanagement zijn deze ontwikkelingen van grote betekenis. Punt van aandacht is dat binnen mobiliteit niet alle aanbieders even commercieel zijn of genegen om een krachtige marketing te verzorgen (bijvoorbeeld OV-bedrijven binnen een concessie). Mobiliteit commercieel benaderd Recentelijk heeft VCC Schiphol enkele ideeën op papier laten zetten om het belang van een meer commerciële benadering te onderstrepen. Schiphol leeft letterlijk van mobiliteit en lijkt daarom niet representatief voor 'de bedrijven in Nederland'. Als laboratorium kan ze wel enkele ontwikkelingen tonen waar bedrijven elders waarschijnlijk pas veel later mee te maken krijgen. De bijdrage concentreert zich overigens op de landzijde, niet op de vliegtuigen. Naar een optimale allocatie van mobiliteit Als startpunt diende de constatering dat de kosten van mobiliteit én niet transparant zijn én dat ze niet de werkelijke schaarste aan infra of parkeerruimte weerspiegelen. Met andere woorden: mobiliteitskosten spelen noch bij medewerkers noch bij bedrijven een grote rol als het aankomt op hun gedrag. In het woon-werkverkeer kiest men daarom nog steeds vrij gemakkelijk voor de auto zonder met de indirecte kosten van die keuze geconfronteerd te worden. Vervoermanagement is dan alleen verleiden en communiceren, oftewel: dweilen met de kraan open. Transparantie van de kosten Er is Schiphol veel aan gelegen om mobiliteitskosten transparanter te maken. Soms lukt dat, soms niet. Vervoermanagement wordt een vanzelfsprekende bedrijfstaak als transparantie van de kosten zowel bij bereikbaarheid als parkeren geheel gelukt is. Bereikbaarheid als een schaars en kritisch goed. De luchthaven en alle bedrijven die daar gevestigd zijn leven van bereikbaarheid: door de lucht maar vooral ook over het land. Verstoringen in die bereikbaarheid raken hen direct. Piloten staan in de file waardoor het vliegtuig niet kan vertrekken, passagiers kiezen een andere luchthaven en de bestaansreden voor Schiphol als vestigingsplaats ('bereikbaarheid') wordt aangetast. Deze zaken zijn voor bedrijven direct als winst - en verliespost te boeken. Lastig is dat winst en verlies in het woon-werkverkeer minder grijpbaar is. De talloze werknemers die de files veroorzaken betalen er niet voor en voelen zich niet verantwoordelijk voor de geleden schade. Ook hun werkgevers hebben weinig inzicht in de geleden schade (bijv. in uren productieverlies) en daarom geen direct financieel belang om hun werknemers uit de auto en bijvoorbeeld in de trein te krijgen. De campagnes van VCC Schiphol zijn daarom altijd gebaseerd geweest op enkel een indirect: verleiden (met bijvoorbeeld Sternet), stimuleren en inspelen op de verantwoordelijkheid van de bedrijven en hun medewerkers voor de luchthaven als geheel. Parkeren is een schaars en duur goed. Behalve bereikbaarheid is ook ruimte een schaars goed op Schiphol. In tegenstelling tot bereikbaarheid is schaarste aan ruimte wel goed te waarderen: oplopende onroerend goed prijzen, oplopende parkeertarieven. Momenteel kost een parkeerplaats voor bezoekers per uur €3,80! Passagiers kunnen als ze tijdig reserveren voor €6,- per dag parkeren via Smart Parking. Schiphol zette in 2004 op haar 32.000 parkeerplaatsen jaarlijks 64 miljoen euro om, oftewel €2.000,- per parkeerplaats (bron: Parool PS 30/7/05). De kosten/opbrengsten voor het personeelsparkeren zijn meestal lager. Parkeren is dus een aandachtsgebied waar bedrijven op Schiphol wel direct met de kosten worden geconfronteerd, ook als het gaat om woon-werkverkeer. Het probleem is alleen dat de meeste bedrijven ervoor gekozen hebben de dure parkeerkosten mee te nemen in de secundaire arbeidskosten (waarmee ze autorijders dus in feite subsidiëren). De automobilist wordt daarmee weer niet geconfronteerd met de kosten die hij met de rit genereert. Bedrijven die er voor kiezen de parkeerkosten geheel aan hun personeel te vergoeden zien hun totale bedrijfslasten op Schiphol oplopen terwijl ze ongewenst gedrag subsidiëren. VCC Schiphol juicht daarom de keuze toe die de KLM heeft gemaakt om de secundaire arbeidskosten meer gelijk te trekken en OV en fiets extra te belonen. Het resultaat van het KLM stelsel van arbeidsvoorwaarden is 25% reductie in de afname van parkeerkaarten (en dus autogebruik). Tot slot Voor beide typen schaarste pleit het VCC Schiphol daarom voor alle maatregelen die er toe leiden dat directe en indirecte kosten van het woon-werkverkeer voor werknemer en werkgever beter inzichtelijk worden. Alleen zo gaan medewerkers en bedrijven rationeler handelen als het om mobiliteit gaat. En alleen zo is de bereikbaarheid van de luchthaven op langere termijn te waarborgen. Dwingend overheidsbeleid is daartoe niet direct nodig, maar verleiden en communiceren is zeker niet voldoende. Voor meer informatie: Frans Sam (Schiphol Group); tel. 020 – 601 2394 Ontwikkeling per deelmarkt Klik hier voor informatie over marktwerking in het openbaar vervoer. Fietsen voor bedrijven Bedrijven en organisaties hebben een groot aantal redenen om fietsprojecten voorhun medewerkers op te zetten. Voor een overzicht van bedrijven die fietsprojecten voor bedrijven aanbieden, zie http://www.fietsersbond.nl/. Fietsproducten vormen een ‘leuke’ secundaire arbeidsvoorwaarde waarmee het voor mensen die op korte afstand van het werk wonen aantrekkelijk wordt om ook daadwerkelijk van de fiets gebruik te maken. Bijkomend verkoopargument is dat bedrijven op deze wijze iets aan parkeer- en bereikbaarheidsproblemen kunnen doen. Een steeds belangrijker argument wordt de relatie met gezondheid. Uit onderzoek van TNO Arbeid blijkt dat sportende / fietsende werknemers aanzienlijk minder vaak én korter verzuimen dan collega’s die niet sporten. Over een periode van vier jaar verzuimen sporters gemiddeld 25 dagen minder dan niet-sporters en zelfs 50 dagen minder dan mensen die helemaal nooit hebben gesport. Dit blijkt uit een groot onderzoek van TNO Arbeid onder ruim 1700 werknemers tussen 18 en 59 jaar in 34 branches. Kosten spelen een beperkte rol. De fietsprojecten zijn goedkoop omdat verrekening met de werknemer fiscaal voordelig kan plaats vinden. De werknemer betaalt met bruto geld zijn fiets netto en heeft derhalve circa. 40% voordeel. De werkgever heeft daarnaast ook nog eens voordeel door verlaging van zijn sociale lasten (circa 20%). De overheid kan fietsprojecten in ieder geval voor haar eigen organisatie benutten. Gezien de voordelen op mobiliteitsgebied (een groei van 19% in het fietsgebruik is goed te doen) kan ze meer werken aan actieve communicatie richting andere bedrijven. Fietsen als natransport De fiets is vanaf het station een ideaal vervoermiddel om grote delen van de bebouwde kom te bereiken. Sinds enige tijd is het mogelijk een abonnement te nemen op de OV-Fiets. Daarmee krijgen ze een kaart waarmee ze op een groot aantal stations natransport krijgen. Inmiddels heeft de NS OV-fiets van Pro Rail gekocht. De NS studeert nog op mogelijkheden om gemeenten meer te betrekken bij OV-fiets (bron: OV Magazine 29/6/06). Besloten busvervoer Enkele vervoerbedrijven bieden bedrijfsvervoer aan waarmee werknemers of bezoekers naar huis of naar een OV-knooppunt gebracht kunnen worden. Het gaat om besloten vervoer, de ondersteuning die openbaar vervoer krijgt is niet van toepassing. Wel kunnen de klanten gebruik van ondersteuning die per provincie geregeld is. Verschillende provincies kennen een Regeling Bedrijfsvervoer: Zuid-Holland, Noord-Brabant, enzovoort. Voor een voorbeeld zie de regeling voor de Stadsregio Amsterdam. Mobiliteitsdiensten (financieel) In mobiliteit gaat veel geld om. Voor bedrijven is veel te besparen als ze rationeel met het onderwerp om gaan, bijvoorbeeld door OV-kaarten als grootgebruiker in te kopen voor haar werknemers onder aantrekkelijke voorwaarden. Reeds lange tijd is dit bij de NS of de vervoerbedrijven mogelijk. De NS met haar NS Businesscard gaat er hoe langer hoe meer toe over om met de kaart ook andere vervoerproducten toegankelijk te maken: taxi’s, OV-fietsen, natransport. De grenzen met leasebedrijven vervagen meer en meer. Dergelijke producten zijn voor bedrijven interessant omdat vooral in het zakelijk (auto) verkeer veel geld is te verdienen. Er is duidelijk sprake van een win-win situatie voor bedrijven en overheid. Toch is de rol van de overheid bij dit alles beperkt (de gemeente of provincie kan natuurlijk zelf als klant optreden!). Leasebedrijven en vervoerbedrijven zijn uitstekend in staat om zelf klanten te winnen. Bemiddeling / mobiliteitsmakelaar / mobiliteitsbudget Vraag en aanbod komen bij mobiliteit niet automatisch tot stand. Er is veel te winnen bij de introductie van handige constructies op velerlei gebied. Dit geldt voor het zakelijk verkeer, maar ook voor het woon-werkverkeer. Parkeren Parkeren is het deelgebied waar al vele jaren ervaring bestaat met commerciële aanbieders. Terwijl de gemeenten zich concentreerden op regelgeving op straat, namen parkeerexploitanten vaak de verantwoordelijkheid voor het bouwen van parkeergarages. In die garages gelden in principe heel andere regels dan op straat, toch sluit de regulering van de garages en de straatparkeren in praktijk nauw op elkaar aan. Te hoge tarieven in de garage jaagt iedereen naar de straat en andersom. Marktwerking speelt bij parkeren nog op andere gebieden. Veel gemeenten besteden de handhaving op straat uit aan particuliere bureaus aanbieders. Speciale parkeerdiensten als mobiel betalen zijn gebaseerd op sterke commerciële aanbieders en gemeenten die de ruimte bieden. De klantvriendelijkheid van betaald parkeren neemt met deze diensten aanmerkelijk toe. Gemeenten studeren nog op een goede aansturing van het parkeren en dus de marktpartijen. Een gemeente als Amersfoort heeft zowel straat – als garageparkeren in een gemeentelijke NV ondergebracht, andere gemeenten houden alles in eigen hand. Er bestaat bij parkeren nog geen nationale concessiestructuur zoals geregeld bij het openbaar vervoer. Rol van de overheid De opkomst van commerciële vervoerdiensten veronderstelt dat de rol van de overheid vermindert of in ieder geval van karakter verandert. Per onderwerp zal de rolverdeling anders komen te liggen: van concessiehouder / opdrachtgever bij het openbaar vervoer, via bieder van faciliteiten bij autodate tot vrijwel buitenstaander als het gaat om fietsprojecten bij bedrijven. Per deelgebied heeft de overheid een andere rol als het gaat om de opkomst van mobiliteitdiensten. De rollen zijn tot de volgende 5 taken te herleiden: Communicatie: de marktpartij war nodig ondersteunen of introduceren, bijvoorbeeld via een Adviespunt op bedrijfsterreinen. Dit is de meest lichte rol Organisatorisch: een stap verder gaat de overheid als ze speciale projecten opzet om bijvoorbeeld de markt ergens te introduceren. In extreme vorm gaat het om een soort van startsubsidie nodig om de obstakels bij nieuwe producten weg te nemen (zie MOVE). Bieden van faciliteiten: door de aanleg van P+R terreinen of carpoolpleinen biedt de overheid de markt faciliteiten. Voor een autodateproject in een gebied met betaald parkeren is een ontheffing of speciale parkeerplaats een noodzakelijk voorwaarde om te kunnen functioneren. Financieel: van financiële ondersteuning is sprake als er structureel subsidie beschikbaar is voor de exploitatie, bijvoorbeeld bij het openbaar vervoer. Over het algemeen zal de overheid voorzichtig zijn met deze vorm van ondersteuning. Taakuitvoering: de meest zuivere rol komt voort uit de taakuitvoering. De overheid is concessiehouder voor het OV en verantwoordelijk voor het straatparkeren. Uit die rol stuurt ze de marktpartijen aan. Kenmerken voor veel terreinen binnen mobiliteitsmanagement is dat de rolverdeling tussen markt en overheid nooit zo duidelijk wordt uitgewerkt. Tot slot Het aantal aanbieders van producten en diensten op het gebied van mobiliteitsmanagement is groot en wisselt regelmatig van samenstelling. Dit is niet de plaats om een volledig overzicht te bieden. Enkele aanbieders die te noemen zijn (in willekeurige volgorde): NS Business Card: pas waarmee medewerkers treinreizen en taxiritten kunnen boeken en betalen Mobility Mixx: mobiliteitspas voor zakelijk reizen Reisinformatiegroep (9292OV): met o.a. service aan bedrijven m.b.t.. reisadviezen OV-fiets slim natransport vanaf OV-haltes met de fiets Autodate-aanbieders: Greenwheels, Wheels4all, ConnectCar en Diks. Trappers: spaarsysteem voor werknemers die op de fiets naar hun werk komen Twee: Scooterplan Velotaxi: ('fun' riksja, met name in te zetten bij evenementen) Greencard Visa: 'groene' tankpas, bij iedere tankpas wordt de CO2 uitstoot gecompenseerd door de aanplant van bossen Meer informatie: Succesvoorbeelden ter navolging: vervoermanagement als een professionele bedrijfsactiviteit, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2005