Zoeken

Mobiliteitsmanagement (239 resultaten)

Mobiliteitsmanagement (MM) is het organiseren van slim reizen. Zowel het organiseren van samenwerking tussen overheden, werkgevers, publiekstrekkers en aanbieders van diensten, als het beïnvloeden van reisgedrag van de betreffende doelgroep. Lees meer...

Mobiliteitsmanagement (MM) is het organiseren van slim reizen en op te splitsen in:

  • het organiseren van samenwerking tussen overheden, werkgevers, publiekstrekkers en aanbieders van diensten;
  • het beïnvloeden van reisgedrag van de betreffende doelgroep.

Mobiliteitsmanagement biedt reizigers of werknemers betere keuzes. Dat draagt bij aan het verduurzamen van vervoer. Het maakt zelfs het maken van reizen overbodig (bijv. telewerken). Het is een instrument om steden en locaties bereikbaar en aantrekkelijk te houden. Werkgevers en publiekstrekkers hebben er veel baat bij. Mobiliteitsmanagement sluit aan bij maatschappelijke trends als flexibilisering en Het Nieuwe Werken.

Het KpVV vertaalt het brede begrip mobiliteitsmanagement in praktische toepassingen en hulpmiddelen. Daarnaast ondersteunt het KpVV provincies, stadsregio’s en gemeenten bij het bepalen van hun rol. Deelname van het KpVV aan EPOMM maakt internationale ontwikkelingen toegankelijk.

Gevonden in de kennisbank:

  • Maastricht Bereikbaar: ervaringen met Slim Werken Slim Reizen

    Deze publicatie bevat de leerervaringen van het programma Maastricht Bereikbaar, dat in 2008 is gestart vanwege de aanleg van een tunnel in de A2, dwars door Maastricht. Maastricht Bereikbaar kenmerkt zich door een gestructureerde, programmatische aanpak: van start naar succes. De werkwijze van Maastricht Bereikbaar is gebaseerd op de Handreiking Slim Reizen van het KpVV. Deze procesaanpak beschrijft de zeven gouden regels, principes en stappen om mobiliteitsmanagement gestructureerd op te zetten. Deze handreiking vormde het vertrekpunt van de aanpak in Maastricht. De publicatie Maastricht Bereikbaar laat zien hoe je thema’s als 'vraagbeïnvloeding', 'gedragsverandering' en 'slim werken slim reizen' kunt inzetten om lokale knelpunten op te lossen. De publicatie is te gebruiken als startpunt voor een nieuwe benadering van mobiliteit.

    Onderwerpen: Aanpak, Bedrijventerreinen, Wegwerkzaamheden
    Publicatie 5-06-2013

  • MaxEva

    MaxEva ontsluit effectstudies over mobiliteitsmanagement Beschrijving MaxEva is een database met effectstudies op het gebied van mobiliteitsmanagement. MaxEva helpt bij het bepalen van de data die nodig zijn om effecten in beeld te brengen. En berekent automatisch effecten zoals reductie van autokilometers en CO2. EPOMM beheert deze internationale database. Het KpVV is focalpoint in Nederland en ondersteunt en stimuleerthet gebruik van MaxEva in Nederland. MaxEva is beschikbaar in het Nederlands en vervangt de eerdere database SumoBase. Doel en doelgroep MaxEva helpt bij het benchmarken van projectresultaten. MaxEva geeft een overzicht van de bereikte resultaten per project en vergelijkt de uitkomsten met vergelijkbare projecten in heel Europa. MaxEva is er voor iedereen die werkt met mobiliteitsmanagement en het beïnvloeden van reisgedrag. Overheden, consultants, campagneleiders, intermediaire organisaties, werkgevers, scholen, projectontwikkelaars en publiekstrekkers. De gegevens uit MaxEva een interesse bron voor onderzoekers en universiteiten. ToepassingMaxEva groeit uit tot een omvangrijke bron met effecten van gedragsgerelateerde mobiliteitsmaatregelen. Daarmee biedt de database informatie over effectieve maatregelen en diensten in hun specifieke context. MaxEva is gebaseerd op de Sumo of MaxSumo-methode voor het ontwerpen, monitoren en evalueren van projecten. Sumo knipt het ingewikkelde proces van gedragsverandering op in kleine stapjes. Dat helpt bij het plannen, monitoren en evalueren van projecten. MaxEva werkt met dezelfde Sumo-stappen. MaxEva leidt u stap voor stap door het Sumo-proces heen. Wanneer u Sumo gebruikt in uw project, is het makkelijker om projecten in te voeren in MaxEva.De output van MaxEva bestaat uit de resultaten die behaald zijn in de verschillende Sumo-stappen. MaxEva berekent ook emissiewaarden op basis van standaarcijfers per land. Met MaxEva kunt u projectresultaten vergelijken met andere projecten. MaxEva presenteert de resultaten van je project op een overzichtelijke manier. MaxEva berekent de milieueffecten van je project. Gebruik MaxEva als benchmark om de resultaten van soortgelijke projecten te vergelijken. Gebruik MaxEva om de effecten van maatregelen van te voren in te schatten. Compileer evaluatiedata op een systematische en uniforme manier. Gebruik MaxEva om prestatie-indicatoren te bepalen en om valkuilen in uw project te identificeren. MaxEva beoordeelt niet de kwaliteit van de evaluatiestudies. De uitkomsten zijn daarom indicatief. Meer informatie MaxEva Sumo-methode Voor vragen over MaxEva kunt u contact opnemen met het KpVV. Het is mogelijk om zelf projecten in database in te voeren. Vraag een Max-Eva-account aan. Of stuur uw evaluatiestudie naar het KpVV.

    Onderwerp: Aanpak
    Instrument 27-03-2013

  • SumoBase

    SumoBase is volledig opgegaan in de internationale database MaxEva Ga naar MaxEva. SumoBase was een voorloper van de MaxEva-database. MaxEva ontsluit effectstudies op het gebied van mobiliteitsmanagement. Zo'n verzameling is nodig om uitspraken te doen over de effecten van mobiliteitsmanagement. EPOMM beheert MaxEva. Het KpVV is National Focal Point in Nederland en stimuleert het gebruik van MaxEva in Nederland. MaxEva is gebaseerd op Sumo, een methode voor het opzetten en evalueren van projecten.

    Onderwerp: Aanpak
    Instrument 1-03-2013

  • SWOV-factsheet: Mobiliteitsmanagement en verkeersveiligheid

    Deze SWOV-factsheet brengt de relatie tussen mobiliteitsmanagement en verkeersveiligheid in beeld. Er is nog weinig bekend over deze relatie, maar er zijn tal van raakvlakken: Meer voertuigkilometers leidt tot meer slachtoffers en omgekeerd ook. Reizen met het openbaar vervoer is veiliger dan alle andere modaliteiten. Inzet van shuttles voor medewerkers in de nachtdienst verlaagt veiligheidsrisico's (vermoeidheid). Verschuiving van autoritten naar buiten de spits leidt tot minder ongevallen. Aan fietsen en lopen kleven ook veiligheidsrisico's. Voor programma's die fietsen en lopen bevorderen, is het raadzaam om veiligheid als aspect mee te nemen. Voor haal- en brenggedrag bij scholen geldt dat de verkeersveiligheid verbetert wanneer minder ouders hiervoor de auto gebruiken. Bijdrage KpVVDeze SWOV-factsheet is tot stand gekomen in samenwerking met het KpVV.

    Onderwerp: Aanpak
    Publicatie 20-11-2012

  • Bijeenkomst Aan de slag met gedrag: verkeersvraagstukken effectiever aanpakken met gedragskennis.

    Hoofdthema: het aan elkaar verbinden van de theorie en praktijk rondom gedragsbeïnvloeding in de verkeer- en vervoerwereld. Het introductiefilmpje zette de deelnemers gelijk op scherp: het maakte duidelijk hoe selectief we waarnemen. De quiz die volgde en de voorbeelden die gegeven werden door Friso Metz en Wilma Slinger gaven nog meer achtergrondinformatie en voorbeelden bij het thema van de dag. In deelsessies werden in subgroepen verschillende actuele verkeersaspecten tegen het gedragskundige licht gehouden. De onderwerpen waren: Van de auto op de fiets Parkeren en gedrag in woonwijken en stadscentra (Te) hard rijden Haal- en brenggedrag rondom scholen Schone voertuigen Nadruk in de deelsessies lag op de koppeling tussen voorbeelden en de gedragstheorie én op zoveel mogelijk zelf aan de slag zijn. In de pauze kon men terecht in het ‘Gedragslab’. Hier waren films te bekijken om inspiratie op te doen om zelf aan de slag te gaan. De dag werd afgesloten met opgehaalde vragen waar KpVV in haar werkprogramma mee verder kan én met nog een treffend voorbeeld van selectief waarnemen: Friso Metz had zich in de loop van de dag een paar keer omgekleed maar dat was echt niemand opgevallen. 1. Van de auto op de fietsMet medewerking van Gerard Tertoolen, XTNTIn de deelsessie ‘Van de auto op de fiets’ stond de vraag centraal hoe je automobilisten kunt triggeren om meer te fietsen. Aan de hand van het 9-stappenplan van XTNT nam Gerard Tertoolen de deelnemers mee in een case.In de ochtendsessie bracht de gemeente Katwijk de volgende vraag in: hoe bevorder je dat inwoners die in de gemeente zelf werkzaam zijn en met de auto naar hun werk gaan, de fiets gaan pakken. ’s Middags nam de provincie Noord-Brabant de deelnemers mee in de vraag hoe je in het kader van Beter Benutten automobilisten kunt verleiden om een fietscoachingsprogramma te volgen. In de discussie stonden twee bouwstenen uit het stappenplan centraal: Hoe motiveer je een bepaalde groep mensen om het gewenste gedrag te gaan vertonen? En hieraan gekoppeld: hoe geef je mensen hier feedback op? Feedback is een krachtig instrument: daarmee laat je mensen zien in hoeverre ze voortgang boeken bij hun gedragsverandering. Zoals de weegschaal aangeeft of een dieet effect heeft. De vraag was steeds hoe je mensen feedback kunt geven op die aspecten die mensen motiveren. Welke weerstanden spelen een rol, m.a.w.: waarom zullen de mensen die je wilt bereiken, het gewenste gedrag niet vertonen? En hoe kun je die weerstand verminderen? Een belangrijke eye-opener was dat weerstanden en motivators hele andere dingen zijn. Als het weer een weerstand is om te fietsen, dan is het feit dat het bijna nooit regent, geen motivator. Als mensen dit ontdekken, kan het hooguit de weerstand verminderen. 2. Parkeren en gedrag in woonwijken en stadscentraMet medewerking van Marc de Haan, TiemDe bedoeling van deze workshop was een interactieve kennismaking met de aanpak van parkeerproblemen via gedragsmaatregelen. Deze aanpak kent twee fases: De eerste fase is een probleemanalyse met de gedragsbril op en waarin de gebruiker centraal staat. Het doel is om via een gedegen probleemanalyse vanuit het perspectief van de weggebruiker (de parkeerder) tot betere oplossingen te komen. Deze benadering is duidelijk anders dan de klassieke praktijk: 'dit is het probleem' en daar hebben we deze of deze oplossing voor (sjabloon-denken). De tweede fase is de aanpak van gedragsverandering. Hiermee is alleen in de tweede workshop geoefend. Aan de deelnemers was vooraf gevraagd om aan de hand van foto’s en/of beschrijvingen voorbeelden van parkeerproblemen op te sturen. Dat leverde flink wat foto’s op die aan de wanden hingen. Na een kennismakingsrondje werden de foto’s bekeken en door de indieners toegelicht. Voer voor een levendige discussie! Marc de Haan leidde de discussie in aan de hand van een korte presentatie gedragsaanpak. De analysefase bestaat uit een beschouwing van de geconstateerde problematiek aan de hand van vier elementen: het probleemgedrag, doelgedrag, de motieven en weerstanden. De deelnemers kozen in groepjes van drie een probleem en analyseerden deze aan de hand van de vier elementen. Dat was niet eenvoudig maar werd als heel leerzaam ervaren. 3. (te) Hard rijdenMet medewerking van: Maria Kuiken, Royal HaskoningDHV, en Pieter de Haan, Noordelijke Hogeschool LeeuwardenDe problematiek van te hard rijden speelt op alle wegen maar was voor deze dag ingekaderd voor regionale wegen buiten de bebouwde kom. Daar wordt vaak en te hard gereden en komen relatief vaak (ernstige) ongelukken voor. Het logisch gevolg hiervan is dat burgers dan eisen dat er voor een bepaalde weg maatregelen getroffen worden om de rijsnelheid omlaag te brengen. De wegbeheerder wil hier wel aan voldoen, maar zoekt naar de meest efficiënte oplossingen. Extra handhaving is vaak niet mogelijk. Er ontstaat een dilemma: het neerzetten van een snelheidsbord of het plaatsen van een enkele snelheidsremmer op de weg, heeft vaak onvoldoende effect. De situatie vraagt vaak om een grootschaliger en meer duurzame herinrichting van de weg. Daar is vaak het geld niet voor. Gevolg is klachten en frustraties bij alle betrokken partijen. Niet in de laatste plaats de inwoners.Hamvraag: als handhaving en duurzaam veilig niet binnen handbereik liggen hoe boeken we dan toch voortgang in het voorkomen van (te) hard rijden? Dat vraagt om verdieping in de wereld van het brein, shared space en natuurlijk sturen. Maar ook in “het terugnemen van de verantwoordelijkheid”. We kunnen altijd wel naar elkaar blijven wijzen maar we hebben als individu ook een verantwoordelijkheid. Maria Kuiken nam ons met haar presentatie Te hard rijden mee in de wereld van het brein en Pieter de Haan belichte de mogelijkheden van shared space en natuurlijk sturen. Vervolgens zijn de deelnemers in kleine groepjes aan het werk gezet om snelheidsremmers aan te brengen op een foto van een provinciale weg voor weggebruikers. Snelheidsremmers vanuit de kennis die Maria en Pieter hadden aangereikt. Naast oplossingen als versmallingen, andere opstellingen van straatmeubilair en bomen en struiken leidde dat zelfs tot het voorstel voor een spaarsysteem voor lokale bewoners; als men zich een bepaalde periode aan de snelheid houdt kon met de gespaarde punten een kinderspeeltuintje worden aangeschaft. In de nabespreking bleek de grootste uitdaging niet te zitten in het verzinnen van maatregelen, maar te zorgen dat mensen weer gaan nadenken over hun gedrag en dat maatregelen niet binnen de kortste keren zijn uitgewerkt. 4. Haal en brenggedrag rondom scholenMet medewerking van Peter Veenbrink, SOABHoe beïnvloed je het gedrag van ouders, zodat meer kinderen lopend of fietsend naar school gaan en een veilige schoolomgeving ontstaat? Een veilige schoolomgeving is een thema waar gemeentes veel op aangesproken worden. En terecht, toch zijn het vooral de ouders die de sleutel zijn tot de oplossing. Vandaar dat we ook in deze sessie startten met fragmenten uit de DVD ‘Kinderen hebben eigen spelregels’ om als voorbeeld te dienen hoe je ouders kunt informeren over wat kinderen wel en niet kunnen in het verkeer. Een middel om ouders te laten inzien hoe belangrijk het is om zelf met ze in het verkeer te oefenen.In zijn presentatie gaf Peter Veenbrink van Adviesbureau SOAB inzicht in feiten en cijfers rondom de schoolomgeving en het gedrag dat daar optreedt. Dit was ook een voorproefje van het Dashboard over schoolomgeving dat in december op de website van KpVV verschijnt. Om de hersenen wat op te rekken en op een andere manier te denken, gingen we in een ‘omgekeerde’ brainstorm aan de slag om te kijken wat je als ouder nodig hebt om ongehinderd de auto te gebruiken bij het halen en brengen. Naast voor de hand liggende suggesties als het weghalen van fietsenstallingen, kwamen er ook meer out-of-the-box ideeën als ‘een pestproject voor kinderen die ruiken naar zweet’, ‘iedere nieuwe leerling een gratis auto’ en de ‘drive-in-school’ aan de orde. Het is opvallend hoe creatief we kunnen denken als de auto gepromoot moet worden, terwijl je in de praktijk vaak meemaakt dat er alleen behoudende ideeën ter tafel komen als we praten over het stimuleren van fietsen en lopen. Vervolgens maakten we de overstap naar de succes- en faalfactoren uit de praktijk. SOAB is betrokken geweest bij meer dan 180 projecten in de schoolomgeving en heeft inmiddels een lijst van do’s en don’ts opgesteld. Belangrijke noties zijn: pak het structureel, samen en integraal aan op een positieve manier met persoonlijke aandacht. Het is geen standaardrecept met garantie voor succes. Aan de voorkant in het proces aandacht besteden aan bijv. verwachtingen en wat wel en niet kan, vormt een goede basis. Ook het volgen van marketingprincipes (veel communiceren en herhalen) is belangrijk voor succes.Peters verhaal eindigde met een paar projectvoorbeelden die gebruikt kunnen worden in de schoolomgeving en die ook een positieve insteek hebben. Een factsheet met do’s en don’ts werd ook meegegeven.In het gesprek bleek wel dat veel gemeentes al ver zijn in samenwerking bijv. d.m.v. de structuur van het verkeersveiligheidslabel, maar dat het toch moeilijk blijft een bepaalde categorie mensen tot ander gedrag in de schoolomgeving te bewegen. Voor situaties waar het lastig is de schooldirectie mee te krijgen werd de tip gegeven om de ouderraad er bij te betrekken. Als de ouderraad wel aan de slag wil, gaat de directie meestal overstag. 5. Schone voertuigenMet medewerking van Peter van Vendeloo, Roorda ReclamebureauIn deze sessie stond de presentatie van Peter van Vendeloo centraal. Peter heeft zijn wortels bij het Rijk waar hij de Bob campagne naar Nederland heeft gehaald en o.a. de campagne 'Goochem het Gordeldier' bedacht. Zijn visie op gedragscampagnes is dat je om deze te maken niet direct een creatief persoon moet zijn, maar meer een strategisch denker. Je moet immers de lessen uit de gedragspsychologie toepassen (niet creatief dus). Zijn ervaring is dat die gewoon werken. Ook opvallend is dat het merk geen verschil maakt. De deelnemers weten inderdaad nauwelijks welk merk melk ze drinken of welke er bestaan. Je pakt automatisch iets uit het schap. Het draait uiteindelijk om het voorzien in een fundamentele behoefte. Dat doen diverse automerken heel goed. De overheid is geneigd te zeggen wat je moet en wil snel dingen bereiken. En dat werkt dus niet. Er zijn zorgen over hoe ethisch campagnes zijn die inspelen op het onderbewustzijn. Dit leidde al tot het stopzetten van campagnes door een bestuurder. De discussie hierover gaf nog geen ultiem antwoord. Er zitten veel kanten aan. Welk doel en welke maatregel precies? Peter van Vendeloo gaf aan dat tabaksfabrikanten jaren op het onderbewuste hebben ingespeeld en dat het aan de overheid is te danken dat er nu in openbare ruimten niet meer wordt gerookt. Zo'n verschuiving zie je ook bij schone voertuigen. Vroeger wilde iedereen een knetterende brommer, nu begint de elektrische scooter terrein te winnen (zie ook electric-heroes). Straks wil iedereen alleen nog maar schone en stille voertuigen. De originele, grote presentatie kunt u uploaden via Allinx - Int. discussiegroep over mobiliteitsmanagement. Hier kunt u ook de presentatie van Peter van Vendeloo snel bekijken zonder de filmpjes. Of bekijk de losse filmpjes op: electric-heroes; vanish-reclame en diverse auto-reclames op internet. ContactWilma Slinger, wilma.slinger@kpvv.nl Friso Metz, friso.metz@kpvv.nl

    Onderwerpen: Educatie en voorlichting, Schone voertuigen, Aanpak
    Terugblik 15-11-2012

  • Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Het Nieuwe Werken

    Toename bedrijfsresultaat van 16% door Het Nieuwe Werken Vanwege demografische ontwikkelingen moet de arbeidsproductiviteit stijgen, om dezelfde productiviteit te kunne handhaven. Er blijkt een sterke relatie te bestaan tussen flexibilisering van arbeid en het bedrijfsresultaat. Het bedrijfsleven heeft daarom belang bij invoering van het Nieuwe Werken. Telewerken leidt tot minder woon-werk- en zakelijk verkeer en tot meer spitsmijders. Ook nieuwe concepten als werkplekdelen zijn in opkomst. De 1e versie van het dashboard over Het Nieuwe Werken (maart 2011) is nu geheel herziene en gaat in op de laatste stand van zaken. Dashboard duurzame en slimme mobiliteit nr 2: Het Nieuwe Werken Databronbestand nr 2: Het nieuwe werken

    Onderwerp: Aanpak
    Publicatie 14-11-2012

  • Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Slim werken slim reizen

    Sleutel om belangen maatschappij en werkgevers te verbinden Werkgevers kunnen kostenbesparingen realiseren met 'slim werken en slim reizen'. Bij werkgevers die alleen thuiswerken invoeren daalt de werkplekbezetting. Pas wanneer ze overgaan op flexibele werkplekconcepten komt kostenbesparing in beeld. Dat levert meer flexibiliteit voor medewerkers op, terwijl het werkgevers een duurzamer imago geeft. De overheid heeft hier ook profijt van, omdat de combinatie van slim werken en slim reizen bijdraagt aan een betere bereikbaarheid. Overheden kunnen mobiliteitsmanagement daarom inzetten in de onderhandeling met werkgevers over bereikbaarheid en parkeren. En kunnen zelf het goede voorbeeld geven. Uit deze editie van het Dashboard duurzame en slimme mobiliteime blijkt verder dat: de gemiddelde kosten voor een kantoorwerkplek € 11.211 per jaar per medewerker kosten en dat deze werkplek slechts voor 55% in gebruik is; de gemiddelde kosten voor mobiliteit per medewerker €3.1.42 per jaar bedragen en dat een leaseauto per jaar gemiddeld € 11.029 kost; werkgevers meer investeren in mobiliteit dan de overheid. Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Slim werken slim reizen Databron: Benchmark Slim Werken Slim Reizen 2012 - Mobiliteit.NU

    Onderwerpen: Slimme mobiliteit, Bedrijventerreinen
    Publicatie 24-10-2012

  • Slim reizen: Hoe Europese landen, steden en regio’s gedrag beïnvloeden

    De publicatie bevat een selectie van buitenlandse praktijkcases en een visie over hoe mobiliteitsmanagement zich in Nederland verder kan ontwikkelen. Deze visie is tot stand gekomen op grond van gesprekken met deskundigen uit binnen- en buitenland. Soms belichten die praktijkcases mogelijkheden of maatregelen die belangrijk voor ons zijn, maar nog onbekend zijn. Een andere keer blijkt dat iets wat in Nederland moeizaam gaat, juist goed aanslaat in een ander land. En andersom ook: nog steeds is er internationaal gezien belangstelling voor wat er in Nederland gebeurt. Soms ook met een kritische noot. Als national focal point van het European Platform on Mobility Management (EPOMM) heeft het KpVV de afgelopen jaren regelmatig nuttige ideeën opgedaan uit het buitenland. Die inspiratie wil het KpVV doorgeven aan anderen. Want uit internationale uitwisseling van kennis en ervaringen blijkt telkens weer: er valt veel van elkaar te leren. Op het bijbehorende blog vindt u: uitgebreider overzicht van cases; uniek video- en beeldmateriaal; doorverwijzingen voor meer informatie.

    Onderwerpen: Aanpak, Reisgedrag, Bedrijventerreinen
    Publicatie 19-09-2012

  • KpVV Weblog Slim reizen: internationale praktijkcases

    KpVV-weblog met praktijkcases over mobiliteitsmanagement en gedragsbeïnvloeding in andere Europese landen. Het blog biedt uniek video- en beeldmateriaal en doorverwijzingen naar achtergrondinformatie. Publicatie selectie praktijkcases en een visieEen selectie van praktijkcases in dit blog en een visie over hoe mobiliteitsmanagement zich verder kan ontwikkelen is opgenomen in de gelijknamige KpVV-publicatie. Deze visie is tot stand gekomen op grond van gesprekken met deskundigen uit binnen- en buitenland. Bekijk het weblog U kunt in het weblog ook reageren.

    Onderwerp: Aanpak
    Kennispagina 19-09-2012

  • Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Voetganger

    Vergeet de voetganger niet! Het aandeel verplaatsingen te voet varieert enorm per gemeente, van nog geen 10 procent tot bijna de helft. Heeft u een idee van het aandeel in uw gemeente? Wist u dat niet alleen mens en milieu, maar ook de plaatselijke detailhandel profiteert van goede voorzieningen voor voetgangers? Lopen is een volwaardige manier van verplaatsen. Eén op de vijf verplaatsingen in Nederland gaat te voet. Veel overheden stimuleren openbaar vervoer en de fiets. Maar de voetganger verdient ook uw aandacht. Voetgangersbeleid is een goede opstap naar duurzame mobiliteit en aantrekkelijke steden. Met relatief lage kosten is al veel te bereiken, bijvoorbeeld door het verwijderen van obstakels in voetgangersgebieden. - - - In deze editie van het Dashboard duurzame en slimme mobiliteit zet KpVV alle feiten op een rij. Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Voetganger Databronbestand Voetganger CROW richtlijnOver enkele maanden (2012/2013) komt er een CROW richtlijn uit over voetgangers.

    Onderwerpen: Schone voertuigen, Reisgedrag, Stadscentra & Winkelgebieden
    Publicatie 26-07-2012

  • Klantwaardemodel

    Betr.: Update van Instrument maart 2008 Beschrijving Het klantwaardemodel bestaat uit vijf elementen: resultaat proces emotie prijs moeite. Op basis van scores op deze elementen is het mogelijk een conclusie te trekken over de (persoonlijke) beoordeling van een vervoerwijze: de klantwaarde. Het model is een denkkader dat inzichtelijk maakt dat er meer zaken een rol spelen bij klanttevredenheid en klantgerichtheid dan alleen het product en de prijs. Dit denkkader kan worden gebruikt bij het centraal stellen van de klant in de dienstverlening en maakt het makkelijker (potentiële) klanten te leren kennen en uiteindelijk te kiezen voor bepaalde klant- of doelgroepen. Doel en doelgroepen Het verkrijgen van inzicht in de wensen en behoeften van mensen. Bedoeld voor lokale en regionale overheden. ToepassingHet Klantwaardemodel wordt gebruikt als denkkader voor het ordenen en analyseren van antwoorden die worden gegeven op vragen in onderzoeken. De verkregen inzichten in wensen en behoeften kunnen bijdragen aan het formuleren van beleidsdoelen. Zowel ambtelijk als bestuurlijk van waarde. Input: Operationalisering van de vijf elementen. Output: Een conclusie over de klantwaarde. Te betrekken partijenRegionale en lokale overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. Praktijkvoorbeelden Plusbus Provincie Noord-Brabant Mobiliteitsmanagement MediaPark Hilversum Meer informatie Contact: XTNT Experts in Traffic and Transport

    Onderwerpen: Klant & Kwaliteit, Mobiliteitsmanagement, Reisgedrag, Collectief Vervoer
    Instrument 16-07-2012

  • Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Autodelen

    Autodelen aan vooravond van doorbraak In maart 2012 waren er 2817 deelauto’s in Nederland. Dat zijn er 715 meer dan in 2011 ofwel een groei van ruim 25 procent. Met de huidige groei zal de grens van de 3000 deelauto’s al voor het eind van het jaar zijn bereikt. De populariteit van autodelen groeit al jaren, maar komt nu echt in een stroomversnelling. Dat blijkt uit de update van het vierde dashboard. Nieuwe vormen van autodelen, zoals Peer2Peer carsharing eind en OneWay carsharing zorgen voor een stroomversnelling. De autobranche ontdekt en financiert initiatieven en werkt steeds meer samen met autodeelorganisaties. Ook elektrische deelauto’s vormen een nieuw verschijnsel in het straatbeeld. Via autodelen kan een grote groep mensen snel en eenvoudig kennis maken met deze nieuwe manier van rijden. Amsterdam is nog altijd dé trendsetter in Nederland. Het deelautobeleid van onze hoofdstad biedt inspiratie voor andere steden. Uit de 1e versie van het dashboard Autodelen, mei 2011, is het 'Trendbericht autodelen 2011' en het data databronbestand 2011 overgenomen. Dashboard duurzame en slimme mobiliteit nr 4: Autodelen Databronbestand nr 4 Autodelen (update juli/augustus 2012)

    Onderwerpen: Slimme mobiliteit, Woongebieden
    Publicatie 27-06-2012

  • Reisgedrag effectief beïnvloeden met commerciële technieken: Gids voor sociale marketing en mobiliteit

    Sociale marketing is een techniek om op gestructureerde wijze toe te werken naar gedragsverandering bij een specifieke doelgroep. Daarmee leidt sociale marketing naar antwoorden op de vraag "We willen gedrag beïnvloeden maar hoe pak je dat aan?". Deze KpVV-publicatie bundelt de blogberichten over sociale marketing op het KpVV-weblog reisgedrag. Op heldere wijze zet de gids uiteen wat sociale marketing is, hoe je doelgroepen kunt selecteren, hoe je marketingtechnieken kunt inzetten en hoe je mensen kunt bewegen om hun gedrag aan te passen. De gids bevat een stappenplan, een overzicht van segmentatiemethoden en een uitgewerkte praktijkcase uit de Engelse stad Worcester.

    Onderwerp: Reisgedrag
    Publicatie 25-04-2012

  • KpVV-bericht nr. 111: Verkeer naar leisure beter inschatten

    De vrijetijdsindustrie wordt steeds belangrijker. Daarom halen gemeenten graag nieuwe vrijetijdsvoorzieningen (leisure) binnen. Maar die trekken ook verkeer aan. De vraag is: hoeveel eigenlijk? Kunnen de wegen dat aan of moet er meer capaciteit komen? Zijn extra parkeerplekken nodig of is de modal split te beïnvloeden, bijvoorbeeld met mobiliteitsmanagement? En hoe omgaan met piekverkeer? Een nieuwe publicatie geeft antwoorden.

    Onderwerp: Recreatie
    Publicatie 8-03-2012

  • Mobility Management Monitors Netherlands 2011

    Overzicht van de stand van zaken op het gebied van mobiliteitsmanagement in Nederland. Het rapport is onderdeel van de EPOMM Mobility Management Monitor. Deze monitor geeft een overzicht van de ontwikkeling van mobiliteitsmanagement in 27 EU-landen. Het rapport is alleen in het Engels beschikbaar. Meer informatieOp de website van EPOMM vindt u: - alle Mobility Management monitors van alle 27 EU-landen; - de eerdere edities van de Nederlandse monitor.

    Onderwerp: Aanpak
    Publicatie 15-12-2011