Zoeken

Samenwerking (26 resultaten)

Verkeersproblemen spelen steeds meer op regionaal niveau. De noodzaak voor regionale samenwerking neemt hierdoor toe. Lees meer...

Samenwerking is belangrijk in alle verkeersthema's en vindt plaats op elk moment in de beleidscyclus. Maar gebiedsgericht samenwerken gaat niet vanzelf. Hoe is deze samenwerking het best te organiseren? In dit onderwerp komen verschillende mogelijkheden aan bod.

Gevonden in de kennisbank:

  • Publiek Private Samenwerking (PPS) vanuit het Rijk

    Via publiek-private samenwerking (PPS) werken de Rijksoverheid en bedrijven samen aan ontwerp, bouw en beheer van bijvoorbeeld wegen, scholen en ziekenhuizen.

    Onderwerp: Samenwerking
    Link 6-12-2011

  • UPDATE 4: Regionale samenwerking. Vooral nu nodig.

    Deze Update gaat over regionale samenwerking. Geen nieuw agendaonderwerp, maar het is actueler dan ooit. Er zijn tal van bestuurlijke bewegingen gaande. Provincies zoeken toenadering tot elkaar en steeds meer aanliggende regio’s gaan verbintenissen aan. Komt dit met name door de onontkoombare bezuinigen waardoor overheden op alle niveaus gedwongen zijn de koers bij te stellen? Of is het vooral het toegenomen besef dat er veel te winnen valt met grotere samenwerkingsverbanden? Het is interessant om te zien hoe men bijvoorbeeld straks in de nieuwe collegeprogramma’s van de provincies hiermee omgaat. Zullen de provincies hier nieuw beleid op ontwikkelen en werkt dat door in de actualisering van de Nota’s Mobiliteit en Ruimte? Want regionale samenwerking is op veel manieren vorm te geven, zo is in deze Update te lezen. DoelgroepUPDATE is een uitgave van Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV), speciaal voor bestuurders, management en senior beleidsmedewerkers. In UPDATE wisselen inspirerende visies en stevige stellingen over actuele thema’s elkaar af.

    Onderwerp: Samenwerking
    Publicatie 20-04-2011

  • Ruimtelijke inpassing van lijninfrastructuur - Een onderzoek naar de geschiktheid van inspraakreacties

    Er is een voortdurende spanning tussen de initiatiefnemers die hun project graag gerealiseerd willen zien en actoren wiens belangen daardoor geschaad worden. De kennis over inpassing van infrastructuur in relatie tot inspraak is nog beperkt. In dit promotie-onderzoek wordt daarom geprobeerd om meer inzicht te krijgen in de inpassing van de infrastructuur in relatie tot de gegenereerde weerstand. De besluitvorming over uitbreiding of aanleg van nieuwe grootschalige lijninfrastructuur, zoals spoorwegen en snelwegen, is complex. Het aantal actoren dat zich betrokken voelt bij lijninfrastructuurprojecten is groot. Met deze projecten wil de overheid de bereikbaarheid verbeteren, de economische structuur versterken en/of de vervoerwijzekeuze beïnvloeden. De voordelen kunnen zichtbaar zijn op (inter)nationaal of regionaal niveau. Lokale voordelen kunnen optreden door vermindering van leefbaarheidsproblemen (geluid, stank) en verkeersproblemen (congestie, verkeersveiligheid) op het onderliggend wegennet. De nadelen van de infrastructuurprojecten zijn evenwel ook vooral lokaal van aard. Het gaat met name om problemen op het gebied van het woon- en leefmilieu, verstoring van de lokale plannen door het ruimtebeslag van de nieuwe infrastructuur en de barrièrewerking die deze projecten veroorzaken. Het gevolg van deze nadelen, die een groot deel van de samenleving voelt, is dat op lokaal niveau doorgaans slechts moeizaam draagvlak voor nieuwe infrastructuur gevonden kan worden. De inspraakprocedures worden gebruikt door zowel voor- als tegenstanders van voorgenomen plannen. De inspraakprocedure is een manier om het beleid te legitimeren, de kwaliteit van de besluitvorming te vergroten en emancipatie van het beleid te versterken. De reacties lijken een hoog nimby-gehalte (not in my backyard) te hebben: men is tegen het nieuwe project ongeacht wat precies wordt voorgesteld. De toegevoegde waarde van inspraakreacties voor het ontwerp van nieuwe infrastructuur lijkt daardoor gering. De overheid verwacht dat de inspraakprocedures een positieve bijdrage leveren aan het draagvlak voor de voorgestelde maatregel. In de huidige inspraakprocedure wordt omwonenden gevraagd om verbaal of schriftelijk hun mening over de gepubliceerde nota kenbaar het maken. Deze wijze van inspreken is slechts één van de mogelijkheden om de mening van omwonenden te horen. Alternatieven methoden zijn bijvoorbeeld (Raad van advies, 1988): advisering, overleg, enquête, gesprek, acties en referendum. In procesvernieuwingen, zoals de zogenaamde open planprocessen is die invloed voor enkelingen groter: men mag overleggen.

    Onderwerpen: Planvorming, Samenwerking
    Publicatie 1-12-2009

  • Afhankelijkheid- en realisatietoets

    Er zijn drie factoren die de realisatie van een beleidsmaatregel kunnen bespoedigen dan wel in de weg kunnen staan: de eigen organisatie (opdrachtgever of probleemeigenaar), andere organisaties en autonome ontwikkelingen. Met andere woorden: de opdrachtgever kan voor een deel zelf invloed uitoefenen op de implementatie van een voorgenomen beleidsmaatregel (door bijvoorbeeld zelf de implementatie ter hand te nemen), maar is voor een deel afhankelijk van de samenwerking met andere organisaties (die natuurlijk wel te beïnvloeden zijn, maar waarbij de opdrachtgever uiteindelijk niet aan het roer zit). Ook is de opdrachtgever of probleemeigenaar voor een deel afhankelijk van autonome ontwikkelingen die niet te beïnvloeden zijn. Denk bijvoorbeeld aan economische ontwikkelingen, congestie, groei en krimp in een gemeente, etc. Bij de selectie van alternatieven in een beleidsproces is het verstandig rekening te houden met deze aspecten. Doel en doelgroepDe realisatie- en afhankelijkheidstoets is bedoeld voor de opdrachtgever of probleemeigenaar, en helpt bij het in kaart brengen van de invloed die een opdrachtgever of probleemeigenaar zelf kan uitoefenen om een gewenste beleidsmaatregel of beleidsplan geïmplementeerd te krijgen. ToepassingDit instrument kunt u het beste gebruiken in het begin van een beleidsproces. Ga voor elk van de beleidsalternatieven die tijdens de planvorming zijn ontworpen na in welke mate: De opdrachtgever/ probleemeigenaar zelf invloed kan uitoefenen op de realisatie van het beleidsalternatief, in welke mate hij afhankelijk is van andere organisaties en in welke mate hij afhankelijk is van autonome ontwikkelingen. Positioneer de alternatieven in de afhankelijkheidsmatrix. Vervolgens ontstaat een classificatie van maatregelen naar de mate waarin opdrachtgever ze kan beïnvloeden. De verschillende kleuren die gehanteerd zijn in onderstaande figuur hiervoor hebben de volgende betekenis: Groen: implementatie van de maatregel is grotendeels door de opdrachtgever beïnvloedbaar (voor meer dan 50%); Oranje: implementatie van de maatregel ligt vooral bij anderen (voor meer dan 50%); Rood: implementatie van de maatregel is vooral afhankelijk van autonome ontwikkelingen (voor meer dan 50%); Geel: restcategorie waarin de maatregelen staan die van de drie factoren gezamenlijk afhankelijk zijn. Meer informatie in de Kwaliteitswijzer Beleid: lessen uit procesmanagemen met betrekking tot het creeren van draagvlak. ervaringsregels van uw collega's over draagvlak. ___ Laatst bijgewerkte versie van dit instrument 30 augustus 2009.

    Onderwerp: Samenwerking
    Instrument 30-11-2009

  • Participatie per actorengroep

    In de krachtenveldanalyse worden verschillende participatievormen beschreven. Deze vormen variëren van het informeren van actoren tot een vorm waarbij de besluitvorming aan de actoren zelf wordt overgedragen door middel van (een vorm van) zelfbestuur. Voor elk van de in een beleidsproces betrokken actoren kan de participatievorm verschillen. Het helpt echter (in de communicatie) om de actoren te groeperen tot een aantal relevante categorieën, en per categorie aan te geven op welke manier de actorengroep in het beleidsproces betrokken zal worden. Doel en doelgroepDe tool Participatievormen per actor is bedoeld voor de opdrachtgever of probleemeigenaar en procesmanager, en biedt een handvat voor het bepalen van participatievormen per betrokken actor. Toepassing Welke actoren zijn er betrokken? Deel deze actor in naar categorieën als sector, maatschappij, ambtelijk, politiek-bestuurlijk (of andere voor het project relevante categorieën). Ga na welke rol (informeren t/m zelfbesturen) voor elk van de categorieën van actoren wenselijk is. De betrokkenheid kan per fase van de beleidscyclus verschillen. Stel deze vraag dus in elke fase opnieuw. Wees transparant in de richting van actoren over de wijze waarop zij worden betrokken. Te betrekken partijenDeze tool kan in samenspraak met actoren worden toegepast, of door de opdrachtgever, probleemeigenaar of procesmanager. In elk geval is het van belang dat de gekozen participatievormen helder aan de betrokken actoren gecommuniceerd worden. Meer informatieBerenschot Communicatie: Managementmodellen voor Communicatie, Amsterdam, mei 2003. Meer informatie in de Kwaliteitswijzer Beleid: lessen uit procesmanagement met betrekking tot het creeren van draagvlak

    Onderwerp: Samenwerking
    Instrument 30-11-2009

  • Maatstaf voor acceptatie en draagvlak

    Sommige actoren komen niet verder dan aandacht of begrip voor een beleidsplan. Andere actoren hebben een klein zetje nodig om bij hen draagvlak te verkrijgen. De maatstaf is een goed instrument bij onderwerpen die heterogene groepen actoren raken. De maatstaf werkt als een thermometer en kent vijf stadia: De actor is ontvankelijk voor het onderwerp. De actor heeft aandacht voor het onderwerp. De actor begrijpt de maatregel. De actor heeft/krijgt vertrouwen in de maatregel (acceptatie). De actor is het eens met de maatregel (steun) Doel en doelgroepDe maatstaf voor acceptatie en draagvlak is bedoeld voor de opdrachtgever of probleemeigenaar, en biedt een handvat voor het definiëren van haalbare en meetbare draagvlak-doelstellingen. ToepassingDeze tool kan het beste vanaf het begin van een beleidsproces worden gebruikt en daarna meerdere malen worden herhaald.Het opzetten van de maatstaf begint met het gezamenlijk vaststellen van de exacte definities: bedoelt iedereen hetzelfde met het begrip en met vertrouwen? Het daarover eens zijn is belangrijker dan een wetenschappelijk verantwoorde definitie. Elke actorengroep krijgt vervolgens een aparte maatstaf. Dat wil zeggen: een eigen uitgangspositie met een eigen communicatiedoel en participatievorm (zie ook participatievormen in Krachtenveldanalyse). Stel vast waar de actor nu staat, en welke mate van acceptatie gewenst/ noodzakelijk is. Dit kan voor elke betrokken actor anders zijn. Voor actoren met een sterke hinder- of realisatiemacht is het belangrijk dat zij tenminste vertrouwen hebben in de maatregel of –liever nog- het ermee eens zijn. Voor actoren die minder belangrijk zijn voor de realisatie van het beleidsvoornemen is het soms voldoende als zij hooguit ontvankelijk zijn voor de maatregel. Voor actoren die wel belangrijk zijn, maar in eerste instantie nog weinig ontvankelijk zijn, of weinig vertrouwen hebben in het beleidsvoornemen, moet een acceptatiestrategie bedacht worden. Denk hierbij aan het slim informeren van actoren, het zoeken naar winst of compensatie voor deze actoren, of het bieden van een aantrekkelijke participatievorm in het proces. AandachtspuntenAcceptatie en draagvlak zijn niet statisch. Voor een opdrachtgever of procesmanager is het belangrijk te beseffen dat een bepaalde actor op enig moment begrip kan tonen voor een bepaald beleidsalternatief, maar in een later stadium zijn vertrouwen helemaal kwijt is. Maar ook kan het belang van draagvlak bij bepaalde actoren tijdens het proces veranderen. Het maatstaf-model dient dus gebruikt te worden als een thermometer, die herhaaldelijk gebruikt kan worden. Meer informatieBerenschot Communicatie:Managementmodellen voor Communicatie, Amsterdam, mei 2003. Meer informatie in de Kwaliteitswijzer Beleid: Ervaringen uit de verkeerspraktijk met betrekking tot draagvlak.

    Onderwerp: Samenwerking
    Instrument 30-08-2009

  • KpVV Bericht nr. 75: Samen aan de weg timmeren met onze Oosterburen

    Vrij verkeer in Europa en gemakkelijk betalen met de euro is niet genoeg voor het maatschappelijk verkeer in de grensgebieden. Verschillen in regels, bestuur en cultuur werpen barrières op. Reden voor de provincies Gelderland, Limburg en Overijssel om structureel samen te werken met de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen op het vlak van verkeer en vervoer. Inmiddels doen de diensten Oost-Nederland en Limburg van Rijkswaterstaat ook mee. In dit bericht een impressie.

    Onderwerpen: Netwerkmanagement, Samenwerking
    Publicatie 24-04-2009

  • Vormen van Inspraak - Participatie

    Er zijn veel methoden van interactie ontwikkeld. Bekende namen zijn interactieve planvorming en open planproces. Een aardige indeling van de verschillende vormen is die naar de mate van invloed: Van boven naar beneden in het schema neemt de invloed van externe deelnemers toe. Bij de eerste twee vormen mag de burger reageren op al ontwikkelde plannen, bij de laatste twee worden burgers vanaf het begin betrokken. Deze trits wordt ook wel de participatieladder genoemd. ToepassingJe kunt deze hoofdvormen toepassen bij projecten (initatiefase, definitiefase tot uitvoering) en bij beleidsontwikkeling (planvorming, besluitvorming/financiering, uitvoering en evaluatie). Meer informatieZie om te bepalen wie je bij de participatie wilt betrekken het instrument Participatie per Actorengroep. Om te bepalen hoe je de participatie wilt organiseren kun je kiezen uit zeer veel werkvormen. Zie bijvoorbeeld de websites www.participatiewijzer.nl of de website van Infomil. Het perspectief vanuit de burger wordt samengevat in de 10 spelregels van de Nationale Ombudsman: De Participatiewijzer. Deze brochure geeft aan waar gemeenten zich aan moeten houden en wat burgers mogen verwachten. Ook bij het uitvoeringsprogramma van het Rijk, het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) vormt inspraak een belangrijk onderdeel. Meer informatie in de Kwaliteitswijzer Beleid: lessen Procesmanagement - Openheid

    Onderwerp: Samenwerking
    Instrument 1-04-2009

  • Presentatie Masterplan Keulen

    Presentatie van Jörg Beste van Synergon een van de partijen die meewerkte aan het Masterplan Keulen. De presentatie werd gehouden aan 15 gemeenten uit Nederland op 27 maart 2009 in Köln. Opvallend aan het Masterplan Koln is dat het initiatief van particulieren afkomstig is en meer dan 37 sponsors kent. Samen legden zij 500.000 euro op tafel. De belangrijkste reden was dat in Koln ontwikkelingen al jaren via postzegelplannen plaatsvonden en een samenhangende visie ontbrak. Het Masterplan kent 3 fasen: de verkenning, die 3 maanden duurde, de verdieping, die 6 maanden duurde en de uitwerking waarvoor 7 maanden werden uitgetrokken.  Gestart als particulier initiatief zijn nu toch de gemeentelijke diensten en de politiek aangeschoven. Binnenkort vind er besluitvorming plaats in de gemeenteraad. Voor meer informatie: Jurgen de Haan - jurgen.dehaan@kpvv.nl - 010 282 5677   

    Onderwerp: Samenwerking
    Publicatie 27-03-2009

  • Krachtenveldanalyse

    Een krachtenveldanalyse geeft inzicht in de positie van partijen en hun belang bij bepaalde uitkomsten. Een krachtenveldanalyse begint bij het inventariseren van de relevante spelers. Vervolgens vindt een positiebepaling plaats op basis van de invloed die bepaalde spelers hebben en wat hun belangen zijn. Daarna wordt ingeschat hoe de actoren zich op zullen stellen. Ten slotte wordt een benaderingsstrategie geformuleerd. De opstelling van actoren hangt af van de mate waarin er overeenstemming is over de inhoud en het vertrouwen dat men in de relatie heeft. Actoren kunnen worden getypeerd als coalitiepartners, bondgenoten, opponenten, vijanden en opportunisten. Een actorenkaart is een handig hulpmiddel bij het uitvoeren van een krachtenveldanalyse. Een actorenkaart vermeldt per actor: rol, belang, invloed, onderlinge relaties, wanneer betrekken, hoe benaderen, actie op korte termijn. In veel projecten zijn er actoren die weerstand bieden tegen de plannen. Het weerstandstrategiemodel geeft handvatten om hier mee om te gaan: Richt je niet op het afdwingen van een bepaalde keuze of gekozen richting. Houd rekening met de verschillende groepen en hun weerstand en ga er niet meteen tegen in. Als de eerste emotie eruit is, ontstaat de mogelijkheid om bereidheid op te bouwen. Geef informatie (wat kun je verwachten?) en biedt steun (wat is nodig om mee te kunnen doen?). Het bijgevoegde document legt uit hoe een krachtenanalyse kan worden uitgevoerd. Doel en doelgroepBij het opstellen en realiserenvan beleid zijn vaak andere partijen nodig. Een krachtenveldanalyse helpt om vast te stellen hoeveel invloed deze partijen hebben en welk belang ze hebben bij een bepaalde uitkomst. ToepassingEen krachtenveldanalyse is nuttig in complexe situaties waarin veel actoren betrokken zijn. Het helpt om het gezichtspunt van deze actoren te bepalen. Deze informatie is behulpzaam bij het bepalen hoe deze actoren bij het proces betrokken kunnen worden. Te betrekken partijenInformatie is nodig over standpunten en ideeën van de betreffende partijen. Deze informatie kan worden ingeschat of kan worden verkregen door partijen direct of indirect te benaderen. AandachtspuntenEen krachtenveldanalyse wordt vaak tevoren gemaakt op basis van inschattingen. De houding van partijen kan echter veranderd zijn. Ook tijdens het te doorlopen proces kunnen de posities van actoren opschuiven. Sta stil bij veranderingen in opstelling en speel hier tijdig op in. PraktijkvoorbeeldenBij het realiseren van mobiliteitsmanagement op bedrijventerrein Goudse Poort is gebruik gemaakt van een krachtenveldanalyse. Meer informatie in de Kwaliteitswijzer Beleid: Beleidscontext

    Onderwerp: Samenwerking
    Instrument 17-10-2008

  • Stedenbaanpilots Zuidvleugel Randstad 2005-2008

    Doel het inzichtelijk maken van de meerwaarde van Stedenbaan; het monitoren en leren van elkaar; een effectieve inzet van de beschikbare middelen door inzicht te krijgen in de Stedenbaan als facilitator van de realisatie van de pilots. Doelgroep Bestuurders, projectleiders en beleidsmedewerkers. Beschrijving Van de Stedenbaan zijn de volgende beleidsdocumenten beschikbaar: Stedenbaanmonitor Uitvoeringsovereenkomst Stedenbaan Zuidvleugel Nadere overeenkomst: Ketenmobiliteit – P+R Nadere overeenkomst: Ketenmobiliteit – Fiets Het document bevat een aantal pilotprojecten die ieder als praktijkvoorbeeld kunnen worden gezien. Het zijn voorbeelden van de gezamenlijke ontwikkeling van Stedenbaanlocaties. Er zijn meerdere partijen bij betrokken die samen tot een besluit moeten komen. Ieder voorbeeld bevat feiten en interviews met bestuurders en projectleiders. Sommige ervaringen blijken specifiek voor een locatie te gelden, anderen worden bij meerdere projecten beleefd. Een aantal generieke ervaringen wordt verder uitgediept en naast elkaar gezet met mogelijke oplossingsrichtingen. Aan het woord komen projectleiders en wethouders van:Pilot Sassenheim P 6Pilot Den Haag Moerwijk P 14Pilot Delft-Zuid P 22Pilot Schiedam Kethel P 30Pilot Schiedam Schieveste P 38Pilot Maasterras P 46Pilot Dordrecht Zuidpoort P 54Pilot Gouweknoop P 58Pilot Bleizo P 66Pilot Den Haag Binckhorst P 74 Na de pilots volgen een aantal waardevolle tips over:Stedenbaan Uitdaging #1: Markt en overheid P 82Stedenbaan Uitdaging #2: Over UE C’s, lobby’s en lounges P 88Stedenbaan Uitdaging #3: Samen stations ontwikkelen P 94Stedenbaan Uitdaging #4: Min+min = Financiering? P 100Stedenbaan Uitdaging #5: Creatief met milieu P 104 Meer informatie Lodewijk LacroixProgrammadirecteurT: 070-7501636l.lacroix@haaglanden.nlwww.stedenbaan.nl

    Onderwerpen: Samenwerking, Parkeer en reis, Integrale planning & MIRT, Stationsomgeving & Knooppunten, Toegankelijkheid
    Praktijkvoorbeeld 23-07-2008

  • Praktijkvoorbeeld 'Luteijnen in de Rotterdamse Regio'

    Beschrijving De stadsregio Rotterdam, de provincie Zuid Holland en Rijkswaterstaat Zuid-Holland werken aan het versterken en verbreden van de regionale samenwerking. In het verlengde van de adviezen van de commissie Luteijn is een onafhankelijke mobiliteitsmanager aangesteld en worden de mobilist en het bedrijfsleven actief betrokken bij de probleemanalyse, de oplossingsrichtingen en de uitvoering van projecten. In bijgaand praktijkvoorbeeld leest u o.a. meer over de werkwijze en krijgt u tips & tricks. In 2008 zijn de samenwerkingsverbanden van de stadsregio's Rotterdam (Nexus) en Den Haag (SWINGH) samengevoegd tot een nieuwe samenwerkingsverband: BEREIK! Meer informatie Indien u meer wilt weten, vindt u in bijgaande sheet ook de gegevens van de contactperso(o)n(en).

    Onderwerp: Samenwerking
    Praktijkvoorbeeld 8-05-2007

  • Praktijkvoorbeeld 'OV-Netwerk BrabantStad'

    Beschrijving BrabantStad kent een hoge economische dynamiek met een bijbehorende druk op de ruimte. Deze druk moet in goede banen worden geleid. De ruimtelijk-economische groei van BrabantStad resulteert in een evenredige groei van de vervoersvraag in BrabantStad. Bij ongewijzigd beleid loopt het aandeel van het openbaar vervoer over de hele linie terug. In bijgaand praktijkvoorbeeld leest u dat de Verkenning OV-netwerk BrabantStad is ingezet door de regionale partners in Brabant om gezamenlijk richting te geven aan een investeringsstrategie voor het openbaar vervoer. Meer informatie Indien u meer wilt weten, vindt u in bijgaande sheet ook de gegevens van de contactperso(o)n(en).

    Onderwerp: Samenwerking
    Praktijkvoorbeeld 8-05-2007

  • Praktijkvoorbeeld 'Beter Bereikbaar KAN!'

    Beschrijving Medio 2001 zijn het Knooppunt Arnhem Nijmegen en Rijkswaterstaat directie Oost Nederland samen met de provincie Gelderland en de 21 KAN-gemeenten gestart met het unieke project Beter Bereikbaar KAN!. Als eerste regio in Nederland is op grote schaal eendrachtig samengewerkt om de bereikbaarheidsproblemen integraal aan te pakken. In bijgaand praktijkvoorbeeld leest u meer hierover. Meer informatie Indien u meer wilt weten, vindt u in bijgaande sheet ook de gegevens van de contactperso(o)n(en).

    Onderwerp: Samenwerking
    Praktijkvoorbeeld 8-05-2007

  • Praktijkvoorbeeld 'PVVP Zeeland: Mobiliteit op Maat'

    Beschrijving De provincie Zeeland heeft na een intensief proces van planvoorbereiding en planvorming sinds begin 2003 een nieuw provinciaal verkeers- en vervoerplan. De provincie wilde niet alleen een nieuw plan, maar ook een nieuw sóórt plan. In bijgaand praktijkvoorbeeld leest u wat er vernieuwend is aan dit plan. Meer informatie Indien u meer wilt weten, vindt u in bijgaande sheet ook de gegevens van de contactperso(o)n(en).

    Onderwerp: Samenwerking
    Praktijkvoorbeeld 8-05-2007