Expertmeeting Scenariodenken - Mobiel Zonder Olie
Over 30 jaar rijden we zonder fossiele brandstoffen Een nieuwe transitie staat voor de deur. We weten niet wanneer het gaat gebeuren maar binnen nu en 20 jaar zal de productie van olie afnemen. De stichting Peakoil schat dat dit al zal plaatsvinden tussen 2012 en 2017. Het International Energy Agency heeft een analyse gemaakt van de productie van de huidige olievelden en concludeert dat deze momenteel al met 6,7% per jaar afneemt. Doordat tegelijkertijd de vraag toenam, steeg de olieprijs in de eerste helft van 2008 tot bijna 150 dollar per vat. Dit is een voorproef voor wat er gaat komen als de totale productie (inclusief nieuwe velden) een dalende lijn inzet. Als er straks weer een hoogconjunctuur is moet de productiecapaciteit behoorlijk stijgen om aan de toenemende vraag (onder andere door de groei in China en India) te kunnen voldoen. Lang voordat de olie op is zal, door deze stijgende vraag, de olie heel duur worden. Dit zal ingrijpende gevolgen hebben voor de manier waarop we ons verplaatsen, op de bereikbaarheid en dus ook op de sector verkeer. Het is daarom belangrijk dat u nadenkt over een scenario waarin de fossiele brandstoffen voor de meeste mensen onbetaalbaar zijn. Gevolgen van een hoge olieprijs voor de mobiliteit De oliestijging in de eerste helft van 2008 geeft een voorproefje van wat ons te wachten staat. Een greep uit de pers: WegverkeerVolgens de Nederlandse Verkeers Informatie Dienst zijn er 3% minder files op de Nederlandse wegen vanwege de hoge benzineprijzen. In Europa werden in juli 6,7% minder auto’s verkocht. In de VS is het aantal gereden kilometers sterk gedaald, in totaal meer dan 2,5% in vergelijking met vorig jaar. De markt voor SUV’s is ingestort. Mensen proberen nu massaal hun SUV’s in te ruilen voor zuinige auto’s. Openbaar Vervoer, taxi´s en vervoerdersDe hoge benzineprijzen waren een van de belangrijkste oorzaken dat de busbedrijven door heel Europa problemen hadden hun concessies na te komen. Stakingen vanwege lage salarissen van de chauffeurs waren het gevolg. Ook bij de taxibranche braken protesten uit. Minister Bos zag zich genoodzaakt de geplande verhoging van de accijns te beperken. Vliegverkeer Voor het eerst sinds 2003 neemt het vrachtverkeer door de lucht af, met maar liefst 0,8% per maand. Het vliegverkeer boven de Verenigde Staten is al met 4% geslonken. Verscheidene vliegmaatschappijen hebben aangekondigd langzamer en lichter te gaan vliegen en lijnen te schrappen. In Europe en Azië is de situatie minder dramatisch maar er wordt wel minder groei geboekt. Een transitie naar duurzame mobiliteit De markt werkt hard aan de ontwikkeling van alternatieven voor auto’s op fossiele brandstoffen. Overheden spelen echter ook een belangrijke rol. Ook u moet een keuze moet maken, want ook niets doen is kiezen. Hoe kunnen we een transitie als gevolg van een hoge olieprijs zodanig faciliteren dat de economie, de welvaart, het milieu en de maatschappij hier het beste bij gebaat zijn? Deze vraag stond centraal tijdens een expertmeeting die KpVV in oktober 2008 organiseerde. Tijdens deze meeting werd gebruik gemaakt van scenariodenken. De gebruikte methode richtte zich niet op het ontwikkelen en onderbouwen van het meest waarschijnlijke scenario’s, maar op het helder krijgen van de vraag welke maatregelen in een mogelijk scenario zinvol zijn. Een aantal maatregelen blijkt altijd zinvol te zijn, terwijl andere maatregelen in sommige scenario’s minder of juist meer voor de hand liggen. Scenario’s 2015-2020 Waar u zich op inzet en wanneer wordt bepaald door zogenoemde drivers: externe ontwikkelingen die bovenstaande vragen urgent maken. Belangrijke drivers zijn bijvoorbeeld de olieprijs en de conjunctuur. Tijdens een workshop op 16 oktober 2008 heeft KpVV met een aantal experts nagedacht over vier mogelijke toekomstscenario’s, varierend van een hoge tot een lage olieprijs en een hoog- en laagconjuctuur. Voor alle scenario’s geld dat alternatieve voertuigtechnieken het probleem niet voldoende op kunnen lossen (Potters, 2007). Als bij een hoogconjunctuur de prijs van olie zeer hoog wordt (zeg 400 dollar per vat) zullen vooral mensen met een laag inkomen minder mobiel worden en minder consumeren. Er zijn nog steeds files omdat mensen ook veel geld hebben. Omdat vooral de rijkere mensen blijven rijden, kan het verkeer wel aanzienlijk schoner worden. Rijkere mensen hebben immers eerder geld voor schonere voertuigen. De mensen met lagere inkomens zullen massaal overstappen op OV, carpooling en fietsen. De klimaat- en milieuproblemen lijken als sneeuw voor de zon te verdwijnen. De sector verkeer zal dan ook veel minder geld toebedeeld krijgen, omdat sociale problemen prioriteit krijgen. Als de economie echter instort zullen ook de rijkere mensen zich minder kunnen verplaatsen. Er zal een neerwaartse spiraal ontstaan waarin weinig plaats is voor schone voertuigen. Wel zullen alternatieven ‘floreren’ ook al is er weinig geld om hierin te investeren. Als bij een hoogconjunctuur de olieprijs hoog is, wordt er veel geïnvesteerd in alternatieven. Het gebruik van alternatieven blijft beperkt als de olieprijs zakt, maar zal stijgen bij een volgende piek in de olieprijs. Het klimaatprobleem groeit daarom gestaag. Er is sprake van een drukke economie met veel onzekerheden. De overheid worstelt met het in evenwicht houden van CO2 normen, bereikbaarheid en leefbaarheid. De mate waarin de conjunctuur al dan niet gelijk loopt met de verkiezingsperiodes kan een belangrijke factor vormen in de snelheid waarmee een transitie plaatsvindt. Als bij een laagconjunctuur de olieprijs hoog is, wordt er beperkt geïnvesteerd in alternatieven. Er is immers minder geld te besteden en de economie krijgt voorrang. Het gebruik van alternatieven blijft beperkt als de olieprijs zakt, maar zal stijgen bij een volgende piek in de olieprijs. Heel langzaam zal sprake zijn van een opwaartse spiraal. Conclusies Uit de workshop blijkt dat parkeerbeleid vooral belangrijk is bij een hoogconjuctuur en een hoge olieprijs. Mogelijke maatregelen zijn naast een handelssysteem voor openbare parkeerplaatsen ook een gemeentelijke belasting op het bezit van meer dan 1 auto. In tijden van economische neergang en bij fluctuerende olieprijs moet voorzichtiger met deze maatregel worden omgegaan. Parkeren zal dan meer moeten worden gefaciliteerd.Investeringen in alternatieven als de fiets, glasvezel en transferia zijn in alle scenario’s belangrijk. Bij een hoogconjunctuur groeien de files en zijn deze alternatieven nodig om aan de vraag naar verplaatsingen te kunnen voldoen. Bij laagconjunctuur en/of hoge olieprijs zijn deze investeringen nodig om aan de groeiende vraag naar betaalbare alternatieven voor de auto te kunnen voldoen. Dezelfde redenatie geld ook voor het investeren in OV in de steden en over grotere afstanden tussen de steden. Wanneer er sprake is van hoge olieprijzen is het belangrijk te investeren in het gebruik van alternatieve brandstoffen en snellaadstations voor elektrische voertuigen.Belangrijk is om als overheid niet alleen naar de gevestigde bedrijven te luisteren, maar juist ook de kleine innovatieve bedrijven (denk aan de tuk-tuks en autodelen). Tot slot werd in dit scenario gepleit voor een klein ruimtelijk schaalnivo, zodat je niet het halve land hoeft af te reizen voor je werk, boodschappen etc.Tot slot is een opvallende conclusie dat fluctuerende olieprijzen (waar we in 2008 getuigen van zijn) vragen om een sterke overheid: Door het flexibel maken van de accijns en het vormen van fondsen kunnen de fluctuaties worden opgevangen.Voor meer informatie kunt u ook kennis nemen van:- het complete verslag van de expertmeeting- presentatie waarin een aantal ontwikkelingen is samengevat